This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Activiteiten waarmee je in iemands behoeften voorziet, zoals bediening in een restaurant of het knippen van iemands haar.
Je betaalt voor iets dat je niet kunt vastpakken.
Als je in je behoeften voorziet, dan heet dat consumeren.
Je hebt hiervoor middelen nodig zoals tijd en geld. Deze middelen zijn beperkt, dat noem je schaarste.