4 Leefomgeving Wateroverlast

Herhaling 4 havo
hoofdstuk 1 Wateroverlast
1 / 21
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Herhaling 4 havo
hoofdstuk 1 Wateroverlast

Slide 1 - Slide

Wat is de vertragingstijd?
A
Bij meer water in de rivier stroomt het water langzamer
B
Bij meer regen doet de neerslag er langer over om de rivier te bereiken
C
Bij meer begroeiing doet de neerslag er langer over om de rivier te bereiken
D
De tijd die het regenwater nodig heeft om de rivier te bereiken

Slide 2 - Quiz

Twee beweringen:
1. Door verstening wordt de vertragingstijd langer
2. Door ontbossing wordt de vertragingstijd korter
A
Beide beweringen zijn juist
B
Beide beweringen zijn onjuist
C
Bewering 1 is juist, 2 onjuist
D
Bewering 1 is onjuist, 2 juist

Slide 3 - Quiz

Wat is het 'stroomgebied' van een rivier?
A
Het gebied, waar de rivier door stroomt
B
De rivier met al haar vertakkingen
C
Het gebied, dat afwatert op een rivier
D
Een stuwmeer waar m.b.v. waterkracht stroom wordt opgewekt

Slide 4 - Quiz

1: In de bovenloop is er veel erosie.
2: De stroomsnelheid in de bovenloop is laag.
A
1 is juist, 2 is onjuist.
B
1 is onjuist, 2 is juist.
C
Beide zijn juist.
D
Beide zijn onjuist.

Slide 5 - Quiz

Het verval in de bovenloop is .... en in de benedenloop ....
A
klein, groot
B
groot, gemiddeld,
C
klein, gemiddeld
D
groot, klein

Slide 6 - Quiz

Bereken het verhang met een hoogteverschil van 25 meter. De afstand tussen plaats A en plaats B is 200 kilometer. Bereken het verhang.

Slide 7 - Open question

Het regiem van een rivier is....
A
de hoeveelheid water die per minuut een bepaald punt passeert
B
de schommelingen in waterafvoer in een jaar.
C
een soort dam dichtbij de rivier die het water tegenhoudt om te gebruiken voor drinkwater en landbouw en voor het opwekken van stroom.
D
Geen van de genoemde antwoorden is juist.

Slide 8 - Quiz

Door klimaatveranderingen verandert het neerslag regiem. Wat betekent dit voor het regiem van de rivier?
A
Deze gaat meer schommelen.
B
In het voorjaar is er minder water in de rivier.
C
Deze wordt evenwichtiger.
D
In het najaar is er meer water in de rivier.

Slide 9 - Quiz

Leg uit waarom door het verleggen van een dijk het overstromingsrisico kan verminderen.

Slide 10 - Open question

Waarom ligt de uiterwaarde hoger dan het binnendijks gebied?

Slide 11 - Open question

Na verstening/ontbossing zal de piekafvoer in de rivier.....
A
Later komen en groter zijn
B
Eerder komen en kleiner zijn
C
Later komen en kleiner zijn
D
Eerder komen en groter zijn

Slide 12 - Quiz

Om in de toekomst wateroverlast door extreem weer in Zuidoost-Brabant tegen te gaan worden door het waterschap in de Astense Aa en de Aa meanders aangelegd. Natuurorganisaties zijn voorstanders
van deze maatregel, maar veel boeren hebben bezwaar.
Geef 1) een reden waarom natuurorganisaties voorstanders zijn van het aanleggen van meanders;
2) een reden waarom veel boeren bezwaar hebben tegen het aanleggen van meanders;
3) een argument dat het waterschap kan gebruiken om boeren te overtuigen van de positieve gevolgen van meanderende beken.

Slide 13 - Open question

Hoe wordt het verziltingsproces in Nederland in gang gezet?

Slide 14 - Open question

Welke stap in de drietrapsstrategie staat het meest centraal bij kanalisatie?
A
vasthouden
B
bergen
C
afvoeren

Slide 15 - Quiz

In de Rijn zijn in het verleden kribben aangelegd. De afgelopen jaren zijn
deze kribben op veel plaatsen verlaagd. Geef aan
1) wat het doel was van het aanleggen van kribben;
2) bij welk onderdeel uit de drietrapsstrategie het verlagen van de
kribben past.

Slide 16 - Open question

Bij welk onderdeel van de
drietrapsstrategie past dit waterplein?

Slide 17 - Open question

Noem een voorbeeld van 'vasthouden' in de stad in de driestapsstrategie

Slide 18 - Open question

Om welke twee redenen wil men het waterpeil in het IJsselmeer flexibel houden?

Slide 19 - Open question

Leg uit hoe het vaker plaatsvinden van extreme droogte het veenweidegebied juist kwetsbaarder maakt voor overstromingen.
Gebruik een oorzaak-gevolg relatie

Slide 20 - Open question

Wat is het meest problematische effect van klimaatverandering voor Nederland?
A
droogte
B
extreme weersomstandigheden
C
vertraging van de thermohaliene circulatie
D
zeespiegelstijging

Slide 21 - Quiz