This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.
Items in this lesson
Grieken en Romeinen
Thema 3
Blok 1 en 2
Slide 1 - Slide
Slide 2 - Video
Welk tijdvak is dit?
A
Grieken en Egyptenaren
B
Grieken en Romeinen
C
Egyptenaren en Romeinen
D
Televisie en computers
Slide 3 - Quiz
De Limes
De Romeinen veroverden grote gebieden in Italië en daarbuiten. De legers bewaakten de grens. De Romeinen noemden de grens: limes.
Slide 4 - Slide
Slide 5 - Slide
De Limes
De Romeinen trokken de grens zo veel mogelijk langs rivieren, gebergten, kusten en woestijnen. Zo’n grens was namelijk moeilijk over te steken.
Dit is een natuurlijke grens
Slide 6 - Slide
De Limes
De Romeinen veroverden ook een groot deel van Brittannië. Omdat daar in het noorden geen natuurlijke grens was, bouwden de Romeinen er een lange grensmuur: de Muur van Hadrianus. Dit is een kunstmatige grens
Slide 7 - Slide
Romanisering
Slide 8 - Slide
Voorbeelden van natuurlijke grenzen zijn:
A
Bergen, rivieren en forten
B
Forten, woestijnen en zeeën
C
Rivieren, woestijnen en zeeën
D
Forten, woestijnen en bergen
Slide 9 - Quiz
De limes was alleen maar een natuurlijke grens
A
Waar
B
Niet waar
Slide 10 - Quiz
Welk volk kwam in 69 n. Chr in opstand tegen de Romeinen?
A
Tubanten
B
Friezen
C
Cananefaten
D
Bataven
Slide 11 - Quiz
De Grieken en Romeinen hadden..
A
een God
B
meerdere Goden
Slide 12 - Quiz
Olijfolie en Wijn is bedacht door de...?
A
Grieken
B
Romeinen
Slide 13 - Quiz
Andere naam voor de tijd van de Grieken en Romeinen
A
Gekkigheid.
B
Tijd van Romeinen en Grieken
C
3000 v.C. - 500 n.C.
D
Oudheid.
Slide 14 - Quiz
Welke afbeelding hoort bij de Kenmerkende Aspecten uit de tijd van de Grieken en Romeinen?
A
B
C
D
Slide 15 - Quiz
In welk tijdvak ontstond het christendom?
A
Jagers en Boeren
B
Grieken en Romeinen
C
Monniken en Ridders
D
Ontdekkers en Hervormers
Slide 16 - Quiz
Juist
Onjuist
De Grieken leerden van de Romeinen hoe ze tempels moesten bouwen
De Oudheid is een ander woord voor de tijd van Grieken en Romeinen
De Oudheid is van 300 v.Chr. tot 500 na Chr.
Een Griekse stad met land eromheen noemen we een polis.
Slide 17 - Drag question
Tijd van jagers en boeren
Tijd van Grieken en Romeinen
christenen
farao
hunebedden
Olympische Spelen
polis
Prehistorie
Slide 18 - Drag question
Noem twee oorzaken waardoor het Romeinse Rijk zo groot kon worden?
Slide 19 - Open question
Welke Romeinse keizer past bij de beschrijving van de bron? ‘De christenen werden in dierenhuiden gewikkeld en door honden verslonden, aan het kruis geslagen en levend verbrand, of tegen de tijd dat het donker werd, gebruikt als levende fakkels.’ De Romeinse schrijver Tacitus, 1e eeuw n.C.
A
Augustus
B
Claudius
C
Constantijn
D
Nero
Slide 20 - Quiz
Griekse vrouwen mochten meepraten over belangrijke beslissingen in de politiek.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 21 - Quiz
Het Romeinse leger was erg sterk. Hoe kwam dat? Eén antwoord is fout.
A
De soldaten werden goed betaald.
B
Soldaten wilden graag voor Rome vechten.
C
Soldaten kregen na hun pensioen een stuk land.
D
Romeinse soldaten waren slaven.
Slide 22 - Quiz
Waarom werd Julius Caesar vermoordt?
A
Hij benoemde zichzelf tot keizer.
B
Hij benoemde zichzelf tot dictator.
C
Hij was niet aardig voor de Romeinen.
D
Hij maakte het Romeinse Rijk steeds armer.
Slide 23 - Quiz
Romeinen namen veel gebruiken over van de Grieken. Welke gebruiken waren echt Romeins?
Slide 24 - Open question
Het overnemen van de cultuur van de Romeinen noemen we?
A
Griekisering.
B
Romeinen
C
Romanisering.
D
Germanen
Slide 25 - Quiz
Wat weet je nog over de Germanen?
Slide 26 - Open question
Romeinse burgers hadden verschillende voordelen. Welk antwoord is fout?
A
Ze betaalden minder belasting.
B
Ze konden bestuurder worden.
C
Ze mochten niet zonder rechtszaak gestraft worden.
D
Ze mochten vechten als gladiatoren.
Slide 27 - Quiz
Slide 28 - Video
Wat vonden de Romeinen van het christelijke geloof?
Slide 29 - Open question
Romeinen
Germanen
aanbidden heilige bomen
wonen in huizen van steen
leven van landbouw
wonen in kleine dorpjes
hebben een beroepsleger
organiseren wagenrennen
Slide 30 - Drag question
Welke gebeurtenis is het minst lang geleden?
A
Het christendom is staatsgodsdienst.
B
Het is verboden om christen te zijn. Iedereen die christen is, kan zwaar gestraft worden.
C
De Romeinse keizer Constantijn wordt christen. Het christendom is niet meer verboden.
D
Ondanks het gevaar worden steeds meer mensen christen.
Slide 31 - Quiz
Zet in de goede volgorde van vroeger naar later.
Augustus wordt keizer van het Romeinse rijk.
De Romeinen veroveren Griekenland en Spanje.
Julius Caesar wordt vermoord.
De laatste keizer van het Romeinse rijk wordt afgezet.
Rome verslaat de Carthagers definitief.
Slide 32 - Drag question
Grieken en Romeinen
Klaar?
Klik op de link linksboven voor een clip over de Limes.