5.1 Service on board: voorbereiding toets

5.1 Service on board: voorbereiding toets
1 / 44
next
Slide 1: Slide
LuchtvaartMBOStudiejaar 1

This lesson contains 44 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

5.1 Service on board: voorbereiding toets

Slide 1 - Slide

Welke etiquette regel hoort niet in het rijtje thuis?
A
Je spreekt passagiers altijd aan met 'u'
B
Denk nooit dat passagiers onze taal niet verstaan
C
Spreek gasten altijd aan met mevrouw om meneer
D
Op een vlucht naar China verstaan passagiers ons niet en is het niet erg als je een keer per ongeluk iets onbeschofts zegt.

Slide 2 - Quiz

Je hebt geleerd over het AAAI model. De eerste A staat voor aandacht (attention). Leg uit wat hiermee bedoeld wordt

Slide 3 - Open question

Je hebt geleerd over het AAAI model. De tweede A staat voor Afspraken nakomen (fulfilling agreements). Leg uit wat hiermee bedoeld wordt

Slide 4 - Open question

Je hebt geleerd over het AAAI model. De derde A staat voor Alert reageren (respond alertly). Leg uit wat hiermee bedoeld wordt

Slide 5 - Open question

Je hebt geleerd over het AAAI model. De I staat voor Initiatief (initiative). Leg uit wat hiermee bedoeld wordt

Slide 6 - Open question

Noem vier verschillende soorten van service die je passagiers kunt geven

Slide 7 - Open question

Het service schedule aan boord is afhankelijk van
A
de duur van de vlucht
B
de bestemming
C
weersomstandigheden
D
tijdstip van vertrek

Slide 8 - Quiz

Het verschil in reisklassen wordt gemaakt door:
A
Ruimte van de stoel (pitch)
B
Service aan boord
C
Flexibiliteit van het ticket
D
Dat je altijd bij het raam mag zitten

Slide 9 - Quiz

Welke reisklassen zijn er?
A
Economy Class
B
Business Class
C
First Class
D
Economy Comfort Class

Slide 10 - Quiz

Tijdens de vlucht loop je geregeld een rondje door de cabine op momenten dat er geen service wordt verleend. Waarom is dit belangrijk? (meerdere antwoorden)
A
het is belangrijk zichtbaar te blijven voor de passagiers
B
passagiers die aan het raam zitten of slecht ter been zijn kunnen je dan wat vragen
C
dan houd je zicht op de veiligheid aan boord
D
voor je eigen gezondheid moet je in beweging blijven

Slide 11 - Quiz

Aan boord heb je te maken met passagiers uit verschillende culturen. Welke basisregels heb je altijd uit te voeren? ( meerdere antwoorden)
A
Benader de passagiers altijd op formele wijze
B
Zorg voor een verzorgd uiterlijk
C
Maak niet direct oogcontact, dat is niet in alle culturen mogelijk
D
Het antwoord "Nee" is vaak te direct. Probeer dat te vermijden

Slide 12 - Quiz

Welke informatie kun je vinden op de PIL (passagiers informatie lijst)? (meerdere antwoorden)
A
de naam van de passagier
B
bijzonderheden van een passagier zoals speciale maaltijd
C
stoelnummer en naam van de passagier
D
de namen en posities van je collega's

Slide 13 - Quiz

Welke informatie kun je vinden op de Crew Assignment Movement List (CAML) (meerdere antwoorden)

Slide 14 - Open question

Een infant is?
A
een baby in de leeftijd van 0-2 jaar
B
een baby in de leeftijd van 0-1 jaar
C
een baby in de leeftijd van 0-3 jaar
D
Baby in de buik

Slide 15 - Quiz

Een Child is
A
een kind van 4-12 jaar
B
een kind van 2-12 jaar
C
een kind van 3-15 jaar
D
een kind van 0-2 jaar

Slide 16 - Quiz

De code UM betekent:
A
unaccompanied minor 0-12 jaar
B
unaccompanied minor 2-6 jaar
C
unaccompanied minor 6-12 jaar
D
unaccompanied minor 4-12 jaar

Slide 17 - Quiz

De code NSHW betekent
A
Not Show
B
No Seaman House
C
No Show
D
No safe house

Slide 18 - Quiz

De code ICA betekent
A
Intercomputer
B
Intercom
C
Intercontinent
D
Intercontinentaal

Slide 19 - Quiz

De code DEPA betekent
A
Deportee algemeen, uitzetting van persoon
B
Deaf person
C
Deportee accompanied, begeleiding KMAR
D
Deportee unaccompanied, geen begeleiding

Slide 20 - Quiz

De code YP betekent
A
Young Person 4-13 jaar
B
Young Person 12-16 jaar
C
Young Person 12-21 jaar
D
Young Person 6-12 jaar

Slide 21 - Quiz

Bij een voedselallergie komt er een stof vrij die histamine heet. Hierdoor krijg je bijvoorbeeld rode bulten, jeuk of ademnood
A
Waar
B
Niet waar

Slide 22 - Quiz

Bij een voedselintolerantie reageer je gevoelig op bepaalde voedingsmiddelen, maar daarbij speelt het afweersysteem geen rol. De reactie vindt vaak plaats in de darmen .
A
Waar
B
Niet waar

Slide 23 - Quiz

Bij een voedselallergie kan er een anafylactische shock optreden. Dit is een acute hele ernstige immuunreactie. Deze kan levensbedreigend zijn.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 24 - Quiz

Het verkoopproces verloopt altijd volgens 4 fasen, AIDA. Welke 4 fasen zijn dit en leg uit

Slide 25 - Open question

Welke gesprekstechniek gebruik je met LSD
A
Lachen, spreken en duidelijk zijn
B
Luisteren, spreken en doorvragen
C
Luisteren, samenvatten en doorvragen
D
Luisteren, samenvatten en duidelijk zijn

Slide 26 - Quiz

Er zijn 2 soorten formulieren die je uitdeelt aan boord. Leg uit wat douaneformulieren zijn

Slide 27 - Open question

Wat betekent de code SPML is
A
Special Passenger
B
Special Meal
C
Schiphol
D
Special Person

Slide 28 - Quiz

Wat is de omschrijving van een VGML?
A
Vegetarische maaltijd, ook geen vis
B
veganistische maaltijd, niks dierlijks
C
maaltijd zonder gluten
D
Vegetarisch maaltijd, wel zuivel

Slide 29 - Quiz

Wat betekent de code AVML
A
All Veal Meal
B
Asian Vegetarian Meal
C
Asian Vegan Meal

Slide 30 - Quiz

Wat betekent de code CHML?
A
Chinese Meal
B
Child Meal
C
Child no Meal
D
Child vegetarian meal

Slide 31 - Quiz

Wat betekent de code DBML?
A
Blind Pax
B
Dog on Board
C
Diabetic Meal
D
Diabetic no sguar meal

Slide 32 - Quiz

Wat betekent de code KSML?
A
Kinder Special Meal
B
Kosher Meal
C
Kind slecht ter been

Slide 33 - Quiz

Wat betekent de code GFML?
A
Geen Fish Meal
B
Green Vegetables Meal
C
Gluten Free Meal

Slide 34 - Quiz

Wat betekent de code MOML?
A
Medium Meal
B
Chicken Meal
C
Moslim Meal
D
Moslim Halal Meal

Slide 35 - Quiz

Een lactose-intolerantie is
A
je krijgt coeliakie wanneer je lactose inneemt
B
je bent overgevoelig voor lactose
C
je krijgt een allergische reactie bij inname lactose

Slide 36 - Quiz

Hoe heet het frequent flyer programma van KLM?
A
Blue Skies
B
Blue Skies
C
Flying Blue

Slide 37 - Quiz

Een passagier die slecht ter been is, krijgt de code
A
Maas
B
WCHR of WCHS
C
WCHC

Slide 38 - Quiz

Een passagier die alleen Chinees spreekt, krijgt de code
A
WCHR of WCHS
B
MAAS LANG
C
MAAS KORT

Slide 39 - Quiz

Een PRM is een persoon die minder valide is en assistentie nodig heeft. Daarnaast gelden er seating restrictions aan boord.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 40 - Quiz

De code WCHS betekent
A
compleet afhankelijk van een rolstoel
B
geen lange afstanden lopen, maar wel trap op en af
C
geen lange afstanden lopen en geen trappen

Slide 41 - Quiz

De code WCHR betekent
A
de passagier kan helemaal niet lopen
B
de passagier kan geen trappen lopen
C
de passagier kan kleine stukjes lopen en trappen op en af

Slide 42 - Quiz

De code PETC betekent
A
huisdier in cargo
B
huisdier in cabine
C
reddingshond aan boord

Slide 43 - Quiz

Leg in je eigen woorden uit wat je kunt en moet doen als je een blinde passagier aan boord hebt.

Slide 44 - Open question