H2 Unit 5, lesson 3 - meervoud

Plurals
Lesdoel:
- je weet hoe je Engelse woorden in het meervoud zet
- je hebt nieuwe uitzonderingen geleerd

1 / 27
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

Plurals
Lesdoel:
- je weet hoe je Engelse woorden in het meervoud zet
- je hebt nieuwe uitzonderingen geleerd

Slide 1 - Slide

Wat weet je nog/al?

Slide 2 - Slide

Meervoud van park
parks
parkes
park's

Slide 3 - Poll

Meervoud van dog
doges
dog's
dogs

Slide 4 - Poll

meervoud van party
partys
party's
parties

Slide 5 - Poll

meervoud van wish
wish
wish's
wishes

Slide 6 - Poll

Meervoud van tomato
tomatos
tomatoes
tomato's

Slide 7 - Poll

Basisregel
- in principe maak je een Engels meervoud een -s
car>cars
dog>dogs
wheelchair>wheelchairs

Slide 8 - Slide

extra regels
- woorden met een sis-klank> -es
fox>foxes
box>boxes

- woorden met een f / fe > -ves
life > lives

- woorden met een y > - ies
hobby > hobbies
baby > babies

Slide 9 - Slide

Let op!
Engels meervoud heeft nooit -'s 

's staat voor bezit:
de dog's collar> de halsband van de hond.

Slide 10 - Slide

Uitzonderingen
Leer ook de uitzonderingen uit bladzijde 27 en 51

Slide 11 - Slide


Wat is het meervoud van "mouse"?
A
Mouses
B
Mice
C
Mouse

Slide 12 - Quiz

Meervoud van:
apple
A
apples
B
apple's
C
applez
D
apple'z

Slide 13 - Quiz

Meervoud van:
phone
A
phonez
B
phones
C
phonees
D
phone

Slide 14 - Quiz

Meervoud van:
pizza
A
pizza's
B
pizzas
C
pizza'z
D
pizzaz

Slide 15 - Quiz

Meervoud van:
wolf
A
wolves
B
wolfs
C
wolvs
D
wolfes

Slide 16 - Quiz

Meervoud van:
woman
A
womans
B
woman's
C
women
D
women's

Slide 17 - Quiz

Meervoud van:
elf
A
elfs
B
elvs
C
elfes
D
elves

Slide 18 - Quiz

Meervoud van:
reason
A
reason
B
reasones
C
reasons
D
reasonz

Slide 19 - Quiz

wat is het meervoud van: pony?
A
ponys
B
pony's
C
ponies

Slide 20 - Quiz


Wat is het meervoud van "sheep"?
A
Sheepes
B
Sheeps
C
Sheep

Slide 21 - Quiz

Meervoud van:
knife
A
knife
B
knifes
C
knive
D
knives

Slide 22 - Quiz

Meervoud van: door
A
doores
B
doors

Slide 23 - Quiz

Meervoud van:
foot
A
foots
B
foot's
C
feet
D
feet's

Slide 24 - Quiz

Wat is het meervoud van child?
A
childs
B
children
C
child's
D
childeren

Slide 25 - Quiz

Hoe ging het maken van meervouden?
😒🙁😐🙂😃

Slide 26 - Poll

Homework
- make ex 33-36
- Study for SO next week!

Slide 27 - Slide