Choropleten zijn kaarten waarbij gebieden op basis van één onderwerp in categorieën zijn ingedeeld. Er wordt vaak gebruikgemaakt van telgebieden, zoals buurten, wijken of gemeenten. De legenda geeft aan in welke omvang dat verschijnsel per gebied voorkomt. Bijvoorbeeld: vergrijzing per provincie.
Slide 2 - Slide
Slide 3 - Slide
Bewegingskaarten zijn kaarten waarop verplaatsing van mensen, goederen of andere zaken afgebeeld wordt. Vaak wordt met pijlen in verschillende kleuren en dikten aangegeven in welke omvang en in welke richting die verplaatsing plaatsvindt. Bijvoorbeeld: verkeersstromen in een gebied.
Slide 4 - Slide
Op diagramkaarten zijn in gebieden diagrammen getekend. De diagrammen op de kaart laten zien hoe statistische gegevens zich onderling verhouden (cirkeldiagram) of in de tijd veranderen (lijngrafiek).
Slide 5 - Slide
Op hoeveelhedenkaarten staan symbolen van verschillende grootten. Hoe groter het symbool, hoe hoger de waarde van het verschijnsel. Bijvoorbeeld: aantal toeristen in een gebied.
Slide 6 - Slide
Isolijnenkaarten zijn kaarten waarbij de mate waarin een verschijnsel voorkomt in een gebied, met lijnen van gelijke waarden wordt weergegeven. Bijvoorbeeld: gemiddelde temperatuur in januari.
Slide 7 - Slide
Op een mozaïekkaart (Chorochromatische kaart) wordt met verschillende kleuren of tekens weergegeven hoe een gebied op de kaart verschilt van andere gebieden. Het gaat niet om kwantitatieve verschillen, zoals bij een choropleet, maar om kwalitatieve verschillen. Bijvoorbeeld: bodemkaart.