This lesson contains 27 slides, with interactive quiz and text slides.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
Verpleegtechnische handelen
Wondzorg
Les 6: Wondgenezing
Slide 1 - Slide
This item has no instructions
Lesprogramma
Lesdoelen
Moduleplanning
Welke categorie decubitus zie je op de foto?
3 fasen van wondgenezing
Typen wondgenezing
Factoren die wondgenezing beïnvloeden
Casusopdracht
Werken aan opdrachten in Learnbeat
Slide 2 - Slide
This item has no instructions
Lesdoelen
De student kan 3 fasen benoemen van wondgenezing
De student kan het verschil benoemen tussen primaire en secundaire wondgenezing
De student kan minimaal 5 factoren benoemen die invloed kunnen hebben op de wondgenezing
Slide 3 - Slide
This item has no instructions
Moduleplanning
Slide 4 - Slide
In deze dia kan je de moduleplanning toevoegen
Welke categorie decubitus zie je op de foto?
Slide 5 - Slide
This item has no instructions
Slide 6 - Slide
Categorie 3: Verlies van een volledige huidlaag
Categorie III wordt door het decubitus-classificatiesysteem gedefinieerd als verlies van de volledige huidlaag. Subcutaan vet kan zichtbaar zijn, maar bot, pezen en spieren liggen niet bloot.
In de wond kan wondbeslag aanwezig zijn.
Afhankelijk van de locatie van de wond zie je subcutaan vet in de wond. Bij de neusbrug, het oor, het achterhoofd en de enkel is er geen subcutaan (vet)weefsel. Daar kan de wond oppervlakkig van diepte zijn. Andere gebieden met veel vetweefsel kunnen wel diepe wonden ontwikkelen.
In deze categorie is de huid intact. Maar je ziet wel een paarse of kastanjebruine verkleuring. Ook kun je een met bloed gevulde blaar zien. Deze plekken ontstaan doordat de onderliggende weefsels door druk- en schuifkrachten beschadigd zijn geraakt. Ondanks het redelijk onschuldige uiterlijk kan deze beschadiging al heel diep zitten. De huid kan op deze plek pijnlijk zijn of warmer of juist kouder aanvoelen dan de omliggende gezonde huid.
Slide 8 - Slide
Categorie 2: Verlies van een deel van de huidlaag of blaar
Slide 9 - Slide
Niet naar categorie in te delen/ongeclassificeerd: Verlies van een volledige huid- of weefsellaag. Diepte onbekend
Slide 10 - Slide
Categorie 4: Verlies van een volledige weefsellaag (spier/ bot zichtbaar)
Slide 11 - Slide
Categorie 1: Niet- wegdrukbare roodheid bij intacte huid
Drie fasen van wondgenezing
Reactiefase
Regeneratiefase
Rijpingsfase
Slide 12 - Slide
This item has no instructions
Reactiefase
In de reactiefase is de wondverzorging erop gericht om uitbreiding van de verwonding te voorkomen, dus op bloedstelping.
Daarnaast treedt er in deze fase een ontstekingsreactie op
In de wondomgeving ontstaan de volgende ontstekingsverschijnselen:
roodheid
warmte
zwelling
pijn
gestoorde functie
Slide 13 - Slide
In deze dia kan je nog filmpje laten zien over hoe bloedstolling werkt. Deze vind je terug in Learnbeat
Hoofdstuk 25.6 C opgave 4
Reactiefase
In de reactiefase is de wondverzorging erop gericht om uitbreiding van de verwonding te voorkomen, dus op bloedstelping.
Daarnaast treedt er in deze fase een ontstekingsreactie op, als voorbereiding op de wondgenezing.
In de wondomgeving ontstaan de volgende ontstekingsverschijnselen:
roodheid
warmte
zwelling
pijn
Door deze ontstekingsreactie reinigt het lichaam de wond. Dode cellen en eventuele ziektekiemen worden opgeruimd.
Regeneratiefase
In de regeneratiefase groeien er nieuwe bloedvaatjes in de wond. Dit wordt ook wel granulatie genoemd.
De wondranden trekken naar elkaar toe en de wond zal uiteindelijk sluiten. Dit wordt regeneratie van epitheel
Slide 14 - Slide
Regeneratiefase
In de regeneratiefase worden nieuwe bloedvaatjes en een dun laagje huid gevormd. In de regeneratiefase groeien er nieuwe bloedvaatjes in de wond. Dit wordt ook wel granulatie genoemd. De wond ziet er dan rood en korrelig uit. Door de nieuwe bloedvaatjes worden zuurstof en voedingsstoffen aangevoerd die nodig zijn voor de verdere wondgenezing. De wondranden trekken naar elkaar toe en de wond zal uiteindelijk sluiten. Dit wordt regeneratie van epitheel genoemd. Deze fase wordt ook wel de proliferatiefase genoemd.
Rijpingsfase
De rijpingsfase wordt ook wel de maturatiefase of remodelleringsfase genoemd.
Er ontstaat een zacht litteken, dat vervolgens rood en hard wordt.
De rijpingsfase kan zes weken tot wel twee jaar duren.
Slide 15 - Slide
Rijpingsfase
De rijpingsfase wordt ook wel de maturatiefase of remodelleringsfase genoemd. Het granulatieweefsel dat de dermis heeft vervangen moet uitrijpen tot een dun, soepel en wit bindweefsellitteken. Eerst ontstaat een zacht litteken, dat vervolgens rood en hard wordt. Aan het eind van deze fase is er een wit en soepel litteken ontstaan. De rijpingsfase kan zes weken tot wel twee jaar duren.
Typen wondgenezing
Primaire wondgenezing
We spreken van primaire wondgenezing als een wond schoon is en zonder problemen geneest.
Links: direct na het hechten. Midden: nieuw huidweefsel met defibrinedraden. Rechts: genezen wond
Slide 16 - Slide
Primaire wondgenezing
We spreken van primaire wondgenezing als een wond schoon is en zonder problemen geneest. Primaire wondgenezing vindt plaats bij een kleine, schone, gehechte wond of bij een gesloten wond. In de wond hebben natuurlijk wel ziektekiemen gezeten, maar die zijn door de bloedstroom en het afweermechanisme verwijderd. Vanuit de intacte huid groeit nieuw huidweefsel in de wondspleet. De fibrinedraden trekken de wond verder dicht. Als de wond genezen is, kun je nauwelijks een litteken zien. Bij primaire wondgenezing duurt de wondgenezing kort. Deze wonden genezen binnen twee à drie weken.
Typen wondgenezing
Secundaire wondgenezing
Bij secundaire wondgenezing zijn de wonden niet schoon.
Links: de wond vult zich met granulatieweefsel. Midden: vanuit de wondranden groeit littekenweefsel in de wond. Rechts: de genezen wond met brede rand en kwetsbare huid
Slide 17 - Slide
Secundaire wondgenezing
Bij secundaire wondgenezing zijn de wonden niet schoon. Secundaire wondgenezing vindt plaats als een wond niet schoon is en/of niet direct gesloten kan worden, bijvoorbeeld bij een wondinfectie, bij grote brede en vervuilde wonden en bij productie van veel wondvocht (exsudaat). De bekendste voorbeelden van secundaire wondgenezing zijn het ulcus cruris en de decubituswond.
Als een wond door vuil of rafelige randen met niet-vitaal weefsel niet kan worden gehecht, blijft hij open en gaat hij langzaam dicht. Er is dan sprake van granuleren. Vanuit de wondranden begint littekenweefsel in de wond te groeien. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij decubituswonden.
De wondgenezing kan bij secundaire wondgenezing langdurig zijn. Men spreekt dan van een complexe wond.
Na secundaire genezing kan er een breder litteken ontstaan en duurt de genezing langer. De huid blijft hierna kwetsbaar.
Slide 18 - Slide
Op deze dia kan je voorbeeld laten zijn van primaire wondgenezing en secundaire wondgenezing
Welke factoren kunnen wondgenezing beïnvloeden?
Slide 19 - Mind map
This item has no instructions
Factoren die wondgenezing beïnvloeden
Plaatselijke factoren
Soort en plaats van de wond
Doorbloeding van het wondgebied
Maligniteit
Infectie/ necrose
Bestraling
Slide 20 - Slide
Soort en plaats van de wond. Denk hierbij aan een schaafwond, een snijwond, een wond op de knie of bij de anus.
Doorbloeding van het wondgebied. Bij slecht doorbloede wonden kunnen onvoldoende voedings- en bouwstoffen voor het herstel worden aangevoerd, waardoor de wond niet of heel traag geneest. Oorzaken kunnen zijn: arterieel probleem of veneus probleem
Maligniteit. Er kunnen kwaadaardige kankercellen aanwezig zijn.
Infectie/necrose (dood weefsel). Ziektekiemen in de wond verstoren de wondgenezing. Geïnfecteerde wonden moeten lokaal behandeld worden.
Bestraling. Dit geeft schade aan delende cellen.
In Learnbeat worden nog meerdere plaatselijke factoren genoemd.
Factoren die wondgenezing beïnvloeden
Interne factoren
Hoge leeftijd
Zuurstoftekort
Pijn
Algemene conditie van de zorgvrager
Ondervoeding
Roken
Slide 21 - Slide
Hoge leeftijd. Bij ouderen treedt vertraging op in meerdere processen, zoals de celdeling.
Zuurstoftekort door chronische ziekten van hart of longen en/of druk. Voor een goede wondgenezing is voldoende zuurstof nodig.
Pijn. Als een zorgvrager pijn heeft, ontstaat er een stressreactie in het lichaam. Het zelfgenezend vermogen van het lichaam daalt daardoor. --> VAS score uitvragen
Algemene conditie van de zorgvrager. Een gezonde zorgvrager geneest sneller dan iemand die door ziekte een slechte conditie heeft.
Ondervoeding. Een goed voedingspatroon is belangrijk. Zorg ervoor dat de zorgvrager in een optimale voedingstoestand is. Eventueel kan de voeding verrijkt worden met eiwit,
Roken. Als de zorgvrager een sigaret rookt, vernauwen zijn bloedvaten direct, waardoor ook de bloedtoevoer naar de wond vermindert.
In Learnbeat worden nog meerdere interne factoren genoemd
Factoren die wondgenezing beïnvloeden
Externe factoren
Onjuiste wondverzorging
Slide 22 - Slide
Onjuiste wondverzorging. Voor een goede wondgenezing moet de wond de juiste vochtigheidsgraad hebben. Door een verkeerde verbandkeuze kan de wond te droog of te nat worden.
Opdracht
Learnbeat 25.6 Hoofdstuk C opgave 7
Casus Mevrouw Doorenbos
Maak opdracht A, B en C
Slide 23 - Slide
Studenten kunnen in tweetallen deze opdracht maken.
Aan de slag
Maak in Learnbeat:
Hoofdstuk 24.6 D opgave 4
Hoofdstuk 24.6 C opgave 6 en 7
Slide 24 - Slide
Studenten kunnen zelfstandig aan de slag met het maken van de opdrachten.
Tijd: 15 minuten
Exit- ticket
Schrijf op een post-it:
Eén ding wat je hebt geleerd over wondgenezing
Slide 25 - Slide
Per student krijgt een post- it. Laat ze opschrijven wat ze hebben geleerd over wondgenezing
Verzamel deze op het bord en bespreek ze kort na.
Lesdoelen
De student kan 3 fasen benoemen van wondgenezing
De student kan het verschil benoemen tussen primaire en secundaire wondgenezing
De student kan minimaal 5 factoren benoemen die invloed kunnen hebben op de wondgenezing
Slide 26 - Slide
This item has no instructions
Vooruitblik
Les: ACT zwachtelen
Datum:..................
Huiswerk: Learnbeat 24.6 D opgave 4 & 24.6 C opgave 6 en 7
Slide 27 - Slide
Voor de volgende les maken studenten de opdrachten die vermeld staan op de dia.
De juiste datum van de volgende les in dia zetten.