Examentraining B

Examentraining B
1 / 35
next
Slide 1: Slide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 35 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Examentraining B

Slide 1 - Slide

Lesopbouw

 herhaling theorie
 samen oefenen
 toets inzien

Slide 2 - Slide

Persoonlijke financiën

Slide 3 - Slide

Verzekeren
  • Bij een verzekering verplicht de verzekeraar zich om tegen ontvangst van een premie de verzekerde schadeloos te stellen wegens een verlies, schade, of gemis van verwacht voordeel door een onzeker voorval.

  • Polis: is een verzekeringsovereenkomst. Alle informatie, rechten en plichten m.b.t. de verzekering zijn hierin opgenomen.

  • Verzekerde som: maximumbedrag dat de verzekeraar uitkeert. 

Slide 4 - Slide

Schadeverzekering
  • Een schadeverzekering zorgt ervoor dat je verzekerd ben tegen de financiële gevolgen van schade

  • Brandverzekering
  • Reis verzekering
  • Motorvoertuigenverzekering

Slide 5 - Slide

Levensverzekering
- Een levensverzekering zorgt ervoor dat je verzekerd ben tegen het  financiële risico als gevolg van overlijden of (lang) leven


Slide 6 - Slide

Sparen
'gewoon' sparen is geld dat je op je bankrekening zet. 
Deze vorm van sparen is niet risicovol

Depositogarantiestelsel

Hoogte interest afhankelijk van: looptijd dat je je spaargeld vast zeg; hoogte van het spaarbedrag; ontwikkelingen op financiële markt

Slide 7 - Slide

Lenen
Je betaalt interest en lost je lening af in termijnen

Waarom interest:
  • vergoeding van de tijd
  • afdekken risico
  • vergoeding administratiekosten

Slide 8 - Slide

Soorten Consumptief krediet








6. Private Lease

Slide 9 - Slide

Lineaire hypotheek          Annuïtaire hypotheek

Slide 10 - Slide

Kopen 
of 
huren

Slide 11 - Slide


Enkelvoudige interest


(vaak) bij leningen
rente over beginkapitaal


Samengestelde intrest


Alleen bij sparen mogelijk!
Rente over rente

Slide 12 - Slide

Enkelvoudige interest
K = kapitaal
i = percentage rente ( rekengetal )
t = looptijd

Formule: Interest = K x i x t
let op: i en t zijn, als er niets genoemd staat, in jaren
10.000 x 0,06 x 3 = 1800 euro interest

Slide 13 - Slide

Samengestelde interest/Eindwaarde
jaar 1: 10.000 x 1,06 = 10.600
jaar 2: 10.600 x 1,06 = 11.236
jaar 3: 11.236 x 1,06 = 11.910,16

E = K x (1+i)^n
Eindbedrag = 10.000 x ( 1,06 )^3 = 11.910,16
Interest 11.910,16-10.000= 1910,16



Slide 14 - Slide

Contante waarde

Je wilt over 15 jaar 100.00 hebben, hoeveel moet je dan nu op je rekening zetten als je 2,4% samengestelde rente krijgt?
E = 100.000
i = 0,024
n = 15
100.000 x (1 + 0,024)-15 = €70.064,92

Slide 15 - Slide

Beleggen
= je steekt geld in iets waarvan je verwacht dat het meer oplevert dan sparen. 

Risico = belegging kan minder waard worden. 
=> Veel mensen beleggen in aandelen van een bedrijf.


Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Van eenmanszaak naar rechtspersoon

Slide 19 - Slide

Rechtsvormen 

Slide 20 - Slide

Eenmanszaak/ VOF

Slide 21 - Slide

Besloten Vennootschap

Slide 22 - Slide

Naamloze vennootschap

Slide 23 - Slide

Drie belangrijke organen BV / NV
Raad van commissarissen houdt toezicht
Bij de BV wordt de Raad van Bestuur ook wel directie genoemd.

Slide 24 - Slide

Vereniging 

Slide 25 - Slide

Stichting 

Slide 26 - Slide

Bevoegdheden OR
Adviesrecht: de werkgever geeft de OR de gelegenheid om advies te geven over voorgenomen besluiten. Beslissing blijft bij de werkgever.
Instemmingsrecht: wanneer OR voorgenomen besluit afwijst, dan mag werkgever het niet uitvoeren.
Informatierecht: de werkgever is verplicht alle informatie te verstrekken die de OR nodig heeft om zijn taken goed te kunnen vervullen.
Initiatiefrecht: De OR mag zelf met voorstellen komen over alle sociale, organisatorische en financiële zaken van de onderneming.

Slide 27 - Slide

Maatschappelijke behoeften
Organisaties voldoen aan maatschappelijke behoeften door het leveren van producten, het bieden van werkgelegenheid, werken aan innovatie, leveren van een inkomen en leveren van belastingopbrengsten.

Slide 28 - Slide

MVO richt zich op een combinatie van:

Slide 29 - Slide

Wat is VERPLICHT wanneer je een onderneming opricht:
  1. Inschrijving bij Kamer van Koophandel (KvK)
  2. Registratie bij de belastingdienst
  3. Vergunningen aanvragen indien nodig

Slide 30 - Slide

3 onderdelen ondernemersplan:

Slide 31 - Slide

Financiering 
  • Inbreng eigen vermogen ondernemer (spaargeld) 
  • Familie
  • Bank 
  • Crowdfunding  

Slide 32 - Slide

Samen oefenen
1. Je hebt een spaarrekening waarop 1,2% samengestelde interest(rente) per jaar wordt gegeven. Je hebt op 1-1-2000 een bedrag van €5000 op deze spaarrekening gezet. Hoeveel geld staat er eind 2021, nadat de rente van 2021 is bijgeschreven op je spaarrekening? 
2. Op 1-1-2050 ga je met pensioen. Je wil je pensioen dan in 1 keer uit
laten keren en verwacht dan €250.000 te ontvangen. Hoeveel is die
uitkering van €250.000 op 1 januari 2022 waard, als je rekent met
een rente van 0,8% per jaar.  

Slide 33 - Slide

Oplossingen
1. Eindwaarde = €5000 x (1 + (1,2 : 100))^22
Eindwaarde = €5000 x (1,012)^22
Eindwaarde = €6.500,42
2. Contante waarde = €250.000 : (1 + (0,8 : 100))
^28
Contante waarde = €250.000 : (1,008)^28
Contante waarde = €200.006,96

Slide 34 - Slide

Toets inzien

Slide 35 - Slide