De leerlingen leren over kenmerkende aspecten van de volgende tijdvakken: jagers
en boeren; Grieken en Romeinen; monniken en ridders; steden en staten; ontdekkers
en hervormers; regenten en vorsten; pruiken en revoluties; burgers en
stoommachines; wereldoorlogen en holocaust; televisie en computer. De vensters van
de canon van Nederland dienen als uitgangspunt ter illustratie van de tijdvakken.