4.3 Lezen

2H1 - donderdag 13 maart
1 / 36
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 36 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

2H1 - donderdag 13 maart

Slide 1 - Slide

Wat gaan we vandaag doen?
Start 4.3 Lezen
  • herhaling tekstdoelen


Slide 2 - Slide

4.3 Lezen
In deze paragraaf herhaal je:
  • een activerende tekst herkennen
In deze paragraaf leer je:
  • beeld en opmaak in activerende teksten herkennen
  • twee nieuwe tekstverbanden
           - middel-doel
               - voorwaardelijk tekstverband

    Slide 3 - Slide

    Activerende tekst, p.20
    In een activerende tekst probeert de schrijver de lezer tot actie aan te zetten. Het belangrijkste tekstdoel van deze tekst is activeren, maar bijna altijd is informatie geven het tweede tekstdoel. De informatie moet helpen de lezer over te halen om in actie te komen.

    Reclameboodschappen zijn altijd activerend. Ze proberen de lezer tot iets over te halen, zoals het kopen van een bepaald product. Maar een activerende tekst kan ook een oproep zijn, bijvoorbeeld om ergens lid van te worden of ergens aan mee te doen.

    Voorbeelden van activerende teksten zijn: een advertentie, een pop-up op een website of uitnodigingsbrief.

    Slide 4 - Slide

    Je oma stuurt je een uitnodiging voor een familie-uitje. Leg uit waarom dit een activerende tekst is.

    Slide 5 - Slide

    Aan de slag!
    4.3 Lezen: Maak opdracht 3 t/m 5, 8 en 9. 
    Let op: bij opdracht 4 moet je Tekst 1 nauwkeurig lezen: markeer belangrijke woorden/zinnen.

    Niet af? Dan is het huiswerk voor maandag.

    Eerder klaar? 
    • Lezen in je boek

    Slide 6 - Slide

    2H1 - maandag 17 maart
    Lezen!

    Slide 7 - Slide

    Slide 8 - Slide

    Wat gaan we vandaag doen?
    4.3 Lezen 
    • Nakijken opdr. 3 t/m 5, 8 en 9
    • activerende tekst
    • tekstverband middel-doel en voorwaardelijk tekstverband

    Slide 9 - Slide

    Aan de slag!
    4.3 lezen: maak opdracht 12 t/m 14

    timer
    6:00

    Slide 10 - Slide


    Tekstverband middel/doel, p.24
    Noteer wat in de volgende zinnen het middel is en wat het doel. 
    Noteer ook het signaalwoord.
    1. Om een heel goede hardloper te worden, zul je veel kilometers moeten rennen.
    2. Ze had alle opgaven van het hoofdstuk al gemaakt, waarmee ze aan de docent haar goede werkhouding wilde laten zien.
    3. Mijn opa en oma hebben een camper gekocht, met als doel een rondreis door Europa te maken.
    4. Mijn moeder volgt haar zoveelste dieet, daarmee hoopt ze eindelijk 10 kilo af te vallen.

    timer
    1:00

    Slide 11 - Slide

    Antwoorden
    Signaalwoord
    Middel
    Doel
    1. om
    veel kilometers rennen
    een goede hardloper worden
    2. waarmee
    alle opgaven van het hoofdstuk maken
    haar goede werkhouding aan haar docent laten zien
    3. met als doel
    een camper gekocht
    een rondreis door Europa maken
    4. waarmee
    het zoveelste dieet volgen
    eindelijk 10 kilo afvallen

    Slide 12 - Slide

    Voorwaardelijk tekstverband, p.24
    Noteer van de volgende zinnen in je schrift de signaalwoorden die de voorwaarde aangeven en daarachter de voorwaarde.
    1. De kat wordt vast ziek wanneer je hem ’s winters iedere nacht buiten laat.
    2. Stel dat je dit jaar je eindexamen haalt, dan ga je zeker een fijne reis maken.
    3. Mijn vriend kiest Frans in zijn vakkenpakket, als hij madam Maillot als docente krijgt.
    4. Op voorwaarde dat jullie allemaal je mond houden, mogen jullie een kijkje 
    bij het pasgeboren kalfje nemen.
    timer
    2:00

    Slide 13 - Slide

    Antwoorden
    1. wanneer - je hem ’s winters iedere nacht buiten laat.
    2. stel dat - je dit jaar je eindexamen haalt
    3. als - hij madam Maillot als docente krijgt.
    4. op voorwaarde dat - jullie allemaal je mond houden


    Slide 14 - Slide

    Aan de slag!
    Tekst 3, p.25
    • Maak opdracht 15 en 16
    timer
    5:00

    Slide 15 - Slide

    Huiswerk dinsdag 18 maart
    4.3 Lezen: maak opdracht 18
    EN
    Lees tekst 4, p.26-27 nauwkeurig:
    • markeer de kernzin van iedere alinea
    • omcirkel de signaalwoorden en noteer in de kantlijn welk verband ze aangeven
    • onderstreep woorden waarvan je de betekenis niet kent

    Slide 16 - Slide

    2h1 - Dinsdag 18 maart
    Vanaf maandag weer een leesboek mee naar de les!

    Slide 17 - Slide

    Slide 18 - Slide

    Wat gaan we vandaag doen?

    • Huiswerkcontrole opdracht 15 en 16 
    • 4.3 Lezen afronden: leestaak

    Slide 19 - Slide

    Aan de slag!
     4.3 Lezen - maak opdracht 18 - 22


    Slide 20 - Slide

    Toets H4 Lezen en Woorden
    Donderdag 20 maart 
    Leren theorie 1.3, 2.3, 3.3 (Lesboek A) en 4.3 (Lesboek B)
    Extra oefenen via de online lesmethode
    Zie theorie op blz. 150-151 in Lesboek B

    Slide 21 - Slide

    Slide 22 - Slide

    Wat gaan we vandaag doen?
    Uitleg Pecha Kucha
    4.3 Lezen
    • tekstverband middel- doel
    • voorwaardelijk tekstverband
    • herhaling andere tekstdoelen

    Slide 23 - Slide

    Boekpresentaties

    Slide 24 - Slide

    dinsdag 16  april
     



    donderdag 18  april







    Slide 25 - Slide

    Pecha Kucha?

    Slide 26 - Slide

    Pecha Kucha
    Presentatie
     diavoorstelling van twintig afbeeldingen 
     6 minuten en 40 seconden. 
    Elke afbeelding wordt 20 seconden getoond.

    PowerPoint  

    Slide 27 - Slide

    Slide 28 - Video

    Slide 29 - Slide

    2H2 - maandag 8 april
    Lezen!

    Slide 30 - Slide

    Pecha Kucha
    Presentatie
     diavoorstelling van twintig afbeeldingen 
     6 minuten en 40 seconden. 
    Elke afbeelding wordt 20 seconden getoond.

    PowerPoint  

    Slide 31 - Slide

    dinsdag 16  april




    donderdag 18  april







    Slide 32 - Slide

    Slide 33 - Slide

    2h2 - dinsdag 9 april
    Lezen!

    Slide 34 - Slide

    Wat gaan we vandaag doen?
    • Afronden 4.3 Lezen

    Slide 35 - Slide

    4.3 Leestaak
    Opdracht 18 t/m 24, p.26-27
    • klassikaal tekst lezen en moeilijke/opvallende dingen bespreken
    • vragen?

    Slide 36 - Slide