WP 4, les 4 Palliatieve en Terminale zorg

Terugblik vorige les

Activiteit uitvoeren
Je gaat een activiteit verzorgen individueel, in tweetallen of kleine groep op locatie waar je werkt of elders.  
Het moet voldoen aan:  
Voordat je een  activiteit gaat uitvoeren vul je  in het activiteitenschema voorbereiding/uitvoering in en na het uitvoeren van je activiteit vul je evaluatie in.  
● Passen bij de doelgroep  
● Passen bij de periode (seizoen e.d.)  
● De activiteiten houden verband met elkaar door een gekozen thema.  

> Maak er ook een leerdoelformulier van met reflectie en feedback
1 / 44
next
Slide 1: Slide
VerzorgendeMBOStudiejaar 1

This lesson contains 44 slides, with interactive quizzes, text slides and 6 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Terugblik vorige les

Activiteit uitvoeren
Je gaat een activiteit verzorgen individueel, in tweetallen of kleine groep op locatie waar je werkt of elders.  
Het moet voldoen aan:  
Voordat je een  activiteit gaat uitvoeren vul je  in het activiteitenschema voorbereiding/uitvoering in en na het uitvoeren van je activiteit vul je evaluatie in.  
● Passen bij de doelgroep  
● Passen bij de periode (seizoen e.d.)  
● De activiteiten houden verband met elkaar door een gekozen thema.  

> Maak er ook een leerdoelformulier van met reflectie en feedback

Slide 1 - Slide

Heb je al een activiteit bedacht? Zo ja, wat?

Slide 2 - Open question

Les 20-3 en 27-3
Palliatieve en terminale zorg

Slide 3 - Slide

Doelen
  • Je biedt in voorkomende gevallen palliatieve en terminale ondersteuning;
  1. Je kunt uitleggen wat palliatieve en terminale zorg is
  2. Je kunt uitleggen hoe palliatieve en terminale zorg in Nederland wordt georganiseerd 
  3. Je kunt vier dimensies bij palliatieve en terminale zorg beschrijven
  4. Je kunt de vijf fasen van Kubler-Ross beschrijven

Slide 4 - Slide

Eindopdracht 6, Palliatieve en terminale zorg
Het verschil tussen palliatieve en terminale zorg en gewone zorg is dat de zorg zich niet richt op de genezing van de zorgvrager, maar op een zo goed mogelijke kwaliteit van leven gedurende de periode die de zorgvrager nog rest.  

  1. Wat zijn volgens jou belangrijke aspecten voor een zo goed mogelijke kwaliteit van leven in de palliatieve en terminale zorg?  
  2. Welke vaardigheden/competenties moet jij als verzorgende IG beschikken om palliatieve en terminale zorg te kunnen verlenen, leg uit waarom  
  3. Ben jij geschikt voor het verlenen van palliatieve en terminale zorg? Leg uit waarom wel of waarom niet 

  

Slide 5 - Slide

Wie praat er thuis weleens over de dood en wat jij/jullie willen?
A
JA
B
NEE
C
Ja, maar niet over mij/ons

Slide 6 - Quiz

Kan je een persoonlijk
voorbeeld geven van een
verlieservaring?

Slide 7 - Mind map

In de praktijk heb ik al een overlijden van een bewoner meegemaakt
A
JA
B
NEE

Slide 8 - Quiz

Wie wil er een ervaring m.b.t. palliatieve/terminale zorg delen? Zo ja, zeg dan ja dan mag je het toelichten

Slide 9 - Open question

Kan je het verschil benoemen tussen palliatieve en terminale zorg?

Slide 10 - Open question

Definitie Palliatieve zorg in het Kwaliteitskader (WHO 2002)
Palliatieve zorg is zorg die de kwaliteit van het leven verbetert van patiënten en hun naasten die te maken hebben met een levensbedreigende aandoening of kwetsbaarheid, door het voorkomen en verlichten van lijden, door middel van vroegtijdige signalering en zorgvuldige beoordeling en behandeling van problemen van fysieke, psychische, sociale en spirituele aard. Gedurende het beloop van de ziekte of kwetsbaarheid heeft palliatieve zorg oog voor het behoud van autonomie, toegang tot informatie en keuzemogelijkheden.

Slide 11 - Slide

Andere definities
Palliatieve zorg richt zich op de kwaliteit van leven van patiënten en hun naasten die te maken hebben met een levensbedreigende aandoening of kwetsbaarheid. Het doel is een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven te realiseren, door bijvoorbeeld het voorkomen of verlichten van klachten zoals pijn, vermoeidheid en angst. 

Palliatieve zorg is de actieve holistische zorg voor personen van alle leeftijden met ernstig gezondheidsgerelateerd lijden als gevolg van een ernstige ziekte en met name voor degenen die bijna aan het einde van hun leven zijn . Het is gericht op het verbeteren van de kwaliteit van leven van patiënten, hun families en hun verzorgers.

Slide 12 - Slide

Kenmerken palliatieve zorg
* De zorg kan gelijktijdig met ziektegerichte behandeling verleend worden;
• Generalistische zorgverleners en waar nodig specialistische zorgverleners en vrijwilligers
werken samen als een interdisciplinair team in nauwe samenwerking met de patiënt en
diens naasten en stemmen de behandeling af op door de patiënt gestelde waarden, wensen
en behoeften;
• De centrale zorgverlener coördineert de zorg ten behoeve van de continuïteit;
• De wensen van de patiënt en diens naasten omtrent waardigheid worden gedurende het
beloop van de ziekte of kwetsbaarheid, tijdens het stervensproces en na de dood erkend en
gesteund.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

Slide 15 - Video

N.a.v. het filmpje van Sander de Hosson, hebben jullie ook al dergelijke voorbeelden gezien in de praktijk of privé?

Slide 16 - Open question

Slide 17 - Video

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Wat is je bijgebleven van de vorige les over palliatieve- en terminalezorg?

Slide 20 - Open question

Wat is palliatieve zorg?
A
Kwantitatief goede zorg
B
Zorg door verschillende medici
C
Zorg die niet tot doel heeft te genezen maar zorg met goede kwaliteit
D
Zorg met doel genezen en met oog op goede kwaliteit

Slide 21 - Quiz

Palliatieve zorg bestaat uit 4 verschillende fasen.

In de symptoomgerichte palliatie wordt de ziekte behandeld zonder dat er genezing mogelijk is.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 22 - Quiz

Het ziekteverloop in de palliatieve zorg bij iemand met hartfalen is:
A
Korte periode van plotseling snelle achteruitgang
B
Geleidelijke achteruitgang met tussentijdse ernstige episodes
C
Langdurig geleidelijke achteruitgang

Slide 23 - Quiz

Het ziekteverloop in de palliatieve zorg bij iemand met dementie is:
A
korte periode van plotseling snelle achteruitgang
B
geleidelijke achteruitgang met tussentijdse ernstige episodes
C
langdurig geleidelijke achteruitgang

Slide 24 - Quiz

Palliatieve zorg is
A
het bieden van kwaliteit van leven
B
het bieden van curatieve behandeling

Slide 25 - Quiz

Wat gebeurt er lichamelijk in de stervensfase?

Slide 26 - Open question

Lichamelijke aspecten
  • Slap worden van gezichtsspieren, ingevallen wangen
  • Ogen die “niet” zien
  • Vermindering van zintuigelijke functies. Pas op gehoor blijft het langst in tact! Blijf contact maken! Verandering bewustzijn
  • Onrust en verwardheid
  • Verslapping spieren
  • Verminderde hartfunctie
  • Stoornissen in spijsvertering, behoefte aan vocht en voeding neemt af.  
  • Decubitus
  • Pijn
  • Ademhalingsstoornissen: Cheyne Stokes

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Video

Groepjes
4 groepen
De volgende vragen beantwoorden op flap (of digitaal)
1. Verzorgende taken rondom de laatste levensfase
2. Verzorgende taken rondom de zorg voor de naasten

Presenteren/terugkoppelen

Slide 29 - Slide

Samengevat je taak als VZ IG
* eigen wensen zijn uitgangspunt
* zorg bieden op lichamelijk, psychisch, sociaal, spiritueel gebied
* pijn en andere symptomen bestrijden
* emotionele steun (angst, boosheid, verdriet,)
* er zijn

Slide 30 - Slide

Na het overlijden
  • De arts stelt de dood vast!!
  • Stilstaan van het hart
  • Stoppen ademhaling
  • Gevoelloosheid
  • Totale spierverslapping
  • Aanwezigheid van lijkvlekken
  • Lichaamswarmte verdwijnt
  • Na enkele uren treedt lijkstijfheid (rigor mortis) op,
    na 72 uur verdwijnt dit. 

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Elisabeth Kübler-Ross
Zij beschreef de volgende verwerkingsfasen:

  1. ontkenning en shock
  2. boosheid en woede
  3. marchanderen, onderhandelen om gunstiger voorwaarden te krijgen
  4. verdriet, somberheid of depressie
  5. acceptatie en aanvaarding




Slide 33 - Slide

Copingstijl
De manier waarop iemand omgaat met tegenslag, problemen en spanningen is van invloed op zijn gezondheid. 

Dit noem je de copingstijl.

 Het gaat dan vooral om het gezonde of juist ongezonde gedrag dat iemand laat zien naar aanleiding of als gevolg van extra belastingen. 
Je kunt zeven verschillende copingstijlen onderscheiden:

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Video

1. Actief oplossen

Slide 36 - Slide

2. Verdoving zoeken

Slide 37 - Slide

3. Vermijding

Slide 38 - Slide

4. Sociale Steun

Slide 39 - Slide

5. Passief

Slide 40 - Slide

6. Expressie van emotie

Slide 41 - Slide

7. Geruststellende gedachten

Slide 42 - Slide

Opdracht

Slide 43 - Slide

Slide 44 - Video