Leerjaar 1_IB_FR_P2_MYP2Leerjaar1 - Cours 2 202500404

1 / 29
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Startklaar
Enlevez votre manteau. 
Mettez votre téléphone portable dans votre sac à dos.
Écouteurs dans vos sacs à dos.
Posez vos sacs à dos par terre.
Posez votre ordinateur portable fermé sur la table.
Mettez votre matériel scolaire sur la table.
timer
5:00

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Welkom bij VAK
Unit 3: Qu'est-ce que tu fais pendant la journée?/
What do you do all day?
Learner Profile: ....
Reflective/ Reflectief
ATL: ....
Organisation/ Reflection
Related concepts: ....
Communities; Time & Place

- Communities are groups that exist in proximity defined by space, time or relationship. 
- Time and place: they refer to the absolute or relative position of people, objects and ideas. 'Time, place and space' focuses on how we construct and use our understanding of location ("where" and "when").
Key concept: ....
Culture encompasses a range of learned and shared beliefs, values, interests, attitudes, products, ways of knowing and patterns of behaviour created by human communities. The concept of culture is dynamic and organic.
Statement of Inquiry : We use language with the purpose to express our culture through our daily routines, as part of a community, adapting to time and place.
Global context: ....
Personal and cultural expression.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Programma
  • Voorkennis/ Connaissances préalables 
  • Leerdoelen opstellen/ Objectifs d’apprentissage
  • Instructie/ Instructions
  • Aan de slag/ Connaissance d'aujourd'hui
  • Reflectie en leerdoelen check/ Réflexion et vérification des objectifs d'apprentissage

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Overzicht periode 3
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Quelle est ma routine?
What is my routine?

Verbes pronominaux
Quelle heure est-il?
What time is it?
Pourquoi mesure-t-on le temps? 
Why do we measure time?

Les characteristiques d'un article
Quel est ton emploi du temps?
What is your schedule?

Faire et aller

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Overzicht periode 3
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10
En quoi notre routine définit-elle notre culture?
How does our routine define our culture?

Les repas
Est-il important d'avoir une routine?
Is it important to have a routine?


Adverbes de fréquence.
Quels sont les avantages et les inconvénients d'une routine?
What are the advantages and disadvantages of a routine?
Révision/
Content review

Examen/
Test

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
  • Je peux parler d'activités routinières.
  • Je peux expliquer ce que signifie « routine quotidienne ».
  • J'utilise un vocabulaire et des verbes pronominaux variés pour parler de routine.
  • I can talk about routine activities.
  • I can explain what "daily routine" means.
  • I use a variety of vocabulary and reflexive verbs to talk about routines.

 
 

Rutin aktiviteler hakkında konuşabilirim.
"Günlük rutin"in ne anlama geldiğini açıklayabilirim.
Rutinler hakkında konuşmak için çeşitli kelime dağarcığı ve refleksif fiiller kullanırım.
Я можу говорити про рутинну діяльність.
Я можу пояснити, що означає «розпорядок дня».
Я використовую різноманітну лексику та зворотні дієслова, щоб говорити про рутину.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

  • Écrivez deux mots que vous avez appris lors de la dernière leçon.

  • Write two words that you learned in the last lesson.

  • Schrijf twee woorden op die je in de laatste les hebt geleerd.

  • Son derste öğrendiğiniz iki kelimeyi yazın.

  • запишіть два слова, які ви вивчили на минулому уроці.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Instructie

Slide 9 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Instructie

Slide 10 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Instructie
          Les verbes pronominaux
Reflexieve werkwoorden
Reflexive verbs

S'appeler/ Zich noemen (Ik heet)
Se laver/ Zich wassen/ To wash oneself
S'habiller / Zich aankleden/ To get dressed




Рефлексивні дієслова. Приклади: називатися, митися, одягатися.
Refleksif Fiiller. Örnekler: adlandırılmak, yıkanmak, giyinmek.

Slide 11 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Instructie
Les verbes pronominaux sont des verbes qui s'accompagnent d'un pronom réfléchi.
Рефлексивні дієслова (reflexive verbs) в українській мові використовуються з рефлексивними займенниками "ся" або "сь", що вказує на те, що дія виконується над самим собою. Наприклад: митися (to wash oneself), одягатися (to dress oneself), просипатися (to wake up). Також є дієслова, що виражають взаємні дії, як зустрічатися (to meet each other).
Türkçede refleksif fiiller, fiilin sonuna -n veya -l gibi özel ekler eklenerek ya da "kendi" zamiri kullanılarak yapılan fiillerdir. Bu fiiller, eylemin kişinin kendisine yapıldığını belirtir. Örnekler: yıkanmak (kendini yıkamak), giyinmek (kendini giydirmek), uyanmak (uyanmak).

Bazı fiiller ise karşılıklı eylemleri ifade eder, yani iki veya daha fazla kişi arasında yapılan eylemleri belirtir. Örneğin: birbirini görmek (birbirini görmek).
Pronoms réfléchis: 
Ils indiquent que l'action du verbe est réalisée sur le sujet lui-même. 
Reflexive verbs are verbs that are used with a reflexive pronoun (myself, yourself, himself, herself, itself, ourselves, yourselves, themselves), indicating that the subject is performing the action on itself.

Slide 12 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Instructie
Verbe pronominal= 
     sujet + pronom réfléchi + verbe au présent.
             (me, te, se, nous, vous, se)
Reflexive verb = 
subject + reflexive pronoun+ verb in the present
 
Exemple: se laver
Je me lave
Tu te laves

Slide 13 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Elle s'habille
A
B
C
D

Slide 15 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de verschillende lesfasen gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt leerlingen willekeurig met open vragen. Hierbij stimuleert de docent het kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen werk met elkaar te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden in te zetten.

Il se reveille.
A
B
C
D

Slide 16 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de verschillende lesfasen gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt leerlingen willekeurig met open vragen. Hierbij stimuleert de docent het kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen werk met elkaar te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden in te zetten.

Il se brosse les dents.
A
B
C
D

Slide 17 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de verschillende lesfasen gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt leerlingen willekeurig met open vragen. Hierbij stimuleert de docent het kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen werk met elkaar te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden in te zetten.

3

Slide 18 - Video

This item has no instructions

01:24
Quelle phrase est pronominale?
A
Je réveille mon fils.
B
Je me reveille.

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

01:32
Quelle phrase utilise les verbes pronominaux?
A
Il coiffe le client.
B
Il se coiffe.

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

01:45
Choisis la meilleure réponse.
"Elles se parlent." veut dire:
A
Une femme parle avec l'autre femme à côte.
B
Une femme ne parle pas avec l'autre.
C
Une femme parle au téléphone.
D
"Elles se parlent" = "Elles parlent".

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

SE BROSSER les dents 
PRENDRE son petit-déjeuner.
DÉJEUNER 
SE COUCHER
SE RÉVEILLER
DORMIR

Slide 22 - Drag question

This item has no instructions

Think - Pair - Share
Réfléchir - Discuter - Partager
  • Observez les images.
  • Cherchez six mots pour décrire ce que tu vois.
  • Réfléchissez à ce que veut dire "routine quotidienne". Quelles questions te poses-tu sur ce sujet?

  • Kijk eens naar de foto's. 
  • Vind zes woorden om te beschrijven wat je ziet. 
  • Denk na over wat ‘dagelijkse routine’ betekent. Welke vragen stel jij jezelf over dit onderwerp?

  • Look at the pictures.
  • Find six words to describe what you see.
  • Think about what "daily routine" means. What questions do you have about this topic?
  • En binôme, partagez vos idées.

  • Deel in tweetallen uw ideeën.
  • In pairs, share your ideas.
  • Partagez avec la classe ce que vous avez observé  sur les photos et ce que vous avez discuté avec votre partenaire.

  • Vertel de klas wat je op de foto's hebt gezien en wat je met je partner hebt besproken.

  • Share with your colleagues what you observed in the photos and what you discussed with your partner.
1 min.
5 min.
10 min.
Aan de slag

Slide 23 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Think - Pair - Share
Réfléchir - Discuter - Partager
  • Kijk eens naar de foto's. 
  • Vind zes woorden om te beschrijven wat je ziet. 
  • Denk na over wat ‘dagelijkse routine’ betekent. Welke vragen stel jij jezelf over dit onderwerp?

  • Look at the pictures.
  • Find six words to describe what you see.
  • Think about what "daily routine" means. What questions do you have about this topic?
1 min.
Aan de slag
- Подивіться на малюнки.
- Знайдіть шість слів, щоб описати те, що ви бачите.
- Поміркуйте, що означає «розпорядок дня». Які у вас є запитання щодо цієї теми?
- Resimlere bakın.
- Gördüklerinizi tanımlamak için altı kelime bulun.
- "Günlük rutin"in ne anlama geldiğini düşünün. Bu konu hakkında hangi sorularınız var?

Slide 24 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Think - Pair - Share
Réfléchir - Discuter - Partager
  • En binôme, partagez vos idées.

  • Deel in tweetallen uw ideeën.

  • In pairs, share your ideas.
5 min.
Aan de slag
У парах (з колегою) поділіться своїми ідеями.
İkili gruplar halinde (bir meslektaşınızla) fikirlerinizi paylaşın.

Slide 25 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Think - Pair - Share
Réfléchir - Discuter - Partager
  • Partagez avec la classe ce que vous avez observé  sur les photos et ce que vous avez discuté avec votre partenaire.

  • Vertel de klas wat je op de foto's hebt gezien en wat je met je partner hebt besproken.

  • Share with your colleagues what you observed in the photos and what you discussed with your partner.
10 min.
Aan de slag
Поділіться з колегами тим, що ви помітили на зображенні та що обговорювали зі своїм партнером.
Resimde gördüklerinizi ve eşinizle konuştuklarınızı meslektaşlarınızla paylaşın.

Slide 26 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Rutin nedir?
Що таке рутина?
C'est quoi une routine?
What is a routine?

Slide 27 - Mind map

This item has no instructions

Reflectie
Je peux parler d'activités routinières.
Je peux expliquer ce que signifie « routine quotidienne ».
J'utilise un vocabulaire et des verbes pronominaux variés pour parler de routine.

I can talk about routine activities.
I can explain what "daily routine" means.
I use a variety of vocabulary and reflexive verbs to talk about routines.

Slide 28 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende Unit. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag op basis van het Learner Profile en de ATL-skills. Dit wordt vastgelegd in Toddle. Samen blikken docent en leerlingen vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Slide 29 - Slide

This item has no instructions