Leerjaar 1_IB_FR_P2_MYP2Leerjaar1 - Cours 3 202500411

1 / 17
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 17 slides, with text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Startklaar
Enlevez votre manteau. 
Mettez votre téléphone portable dans votre sac à dos.
Écouteurs dans vos sacs à dos.
Posez vos sacs à dos par terre.
Posez votre ordinateur portable fermé sur la table.
Mettez votre matériel scolaire sur la table.
timer
5:00

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Welkom bij VAK
Unit 3: Qu'est-ce que tu fais pendant la journée?/
What do you do all day?
Learner Profile: ....
Reflective/ Reflectief
ATL: ....
Organisation/ Reflection
Related concepts: ....
Communities; Time & Place

- Communities are groups that exist in proximity defined by space, time or relationship. 
- Time and place: they refer to the absolute or relative position of people, objects and ideas. 'Time, place and space' focuses on how we construct and use our understanding of location ("where" and "when").
Key concept: ....
Culture encompasses a range of learned and shared beliefs, values, interests, attitudes, products, ways of knowing and patterns of behaviour created by human communities. The concept of culture is dynamic and organic.
Statement of Inquiry : We use language with the purpose to express our culture through our daily routines, as part of a community, adapting to time and place.
Global context: ....
Personal and cultural expression.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Programma
  • Voorkennis/ Connaissances préalables 
  • Leerdoelen opstellen/ Objectifs d’apprentissage
  • Instructie/ Instructions
  • Aan de slag/ Connaissance d'aujourd'hui
  • Reflectie en leerdoelen check/ Réflexion et vérification des objectifs d'apprentissage

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Overzicht periode 3
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Quelle est ma routine?
What is my routine?

Verbes pronominaux
Quelle heure est-il?
What time is it?
Pourquoi mesure-t-on le temps? 
Why do we measure time?

Les characteristiques d'un article
Quel est ton emploi du temps?
What is your schedule?

Faire et aller

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Overzicht periode 3
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10
En quoi notre routine définit-elle notre culture?
How does our routine define our culture?

Les repas
Est-il important d'avoir une routine?
Is it important to have a routine?


Adverbes de fréquence.
Quels sont les avantages et les inconvénients d'une routine?
What are the advantages and disadvantages of a routine?
Révision/
Content review

Examen/
Test

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
  • Je peux parler d'activités routinières.
  • Je peux expliquer ce que signifie « routine quotidienne ».
  • J'utilise un vocabulaire et des verbes pronominaux variés pour parler de routine.
  • I can talk about routine activities.
  • I can explain what "daily routine" means.
  • I use a variety of vocabulary and reflexive verbs to talk about routines.

 
 

Rutin aktiviteler hakkında konuşabilirim.
"Günlük rutin"in ne anlama geldiğini açıklayabilirim.
Rutinler hakkında konuşmak için çeşitli kelime dağarcığı ve refleksif fiiller kullanırım.
Я можу говорити про рутинну діяльність.
Я можу пояснити, що означає «розпорядок дня».
Я використовую різноманітну лексику та зворотні дієслова, щоб говорити про рутину.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Instructie
Les verbes pronominaux sont des verbes qui s'accompagnent d'un pronom réfléchi.
Рефлексивні дієслова (reflexive verbs) в українській мові використовуються з рефлексивними займенниками "ся" або "сь", що вказує на те, що дія виконується над самим собою. Наприклад: митися (to wash oneself), одягатися (to dress oneself), просипатися (to wake up). Також є дієслова, що виражають взаємні дії, як зустрічатися (to meet each other).
Türkçede refleksif fiiller, fiilin sonuna -n veya -l gibi özel ekler eklenerek ya da "kendi" zamiri kullanılarak yapılan fiillerdir. Bu fiiller, eylemin kişinin kendisine yapıldığını belirtir. Örnekler: yıkanmak (kendini yıkamak), giyinmek (kendini giydirmek), uyanmak (uyanmak).

Bazı fiiller ise karşılıklı eylemleri ifade eder, yani iki veya daha fazla kişi arasında yapılan eylemleri belirtir. Örneğin: birbirini görmek (birbirini görmek).
Pronoms réfléchis: 
Ils indiquent que l'action du verbe est réalisée sur le sujet lui-même. 
Reflexive verbs are verbs that are used with a reflexive pronoun (myself, yourself, himself, herself, itself, ourselves, yourselves, themselves), indicating that the subject is performing the action on itself.

Slide 8 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Instructie
Verbe pronominal= 
     sujet + pronom réfléchi + verbe au présent.
             (me, te, se, nous, vous, se)
Reflexive verb = 
subject + reflexive pronoun+ verb in the present
 
Exemple: se laver
Je me lave
Tu te laves

Slide 9 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Instructie
           Je   vais   à l'école. 
Sujet + Verbe (aller) + complément


        I'm going to school.
Subject + Verb (to go) + complement

Slide 11 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Aan de slag

Slide 12 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd en leerlingen worden steeds zelfstandiger. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Aan de slag

Slide 13 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd en leerlingen worden steeds zelfstandiger. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Aan de slag

Slide 14 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd en leerlingen worden steeds zelfstandiger. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Aan de slag

Slide 15 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd en leerlingen worden steeds zelfstandiger. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Reflectie
Je peux parler d'activités routinières.
Je peux expliquer ce que signifie « routine quotidienne ».
J'utilise un vocabulaire et des verbes pronominaux variés pour parler de routine.

I can talk about routine activities.
I can explain what "daily routine" means.
I use a variety of vocabulary and reflexive verbs to talk about routines.

Slide 16 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende Unit. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag op basis van het Learner Profile en de ATL-skills. Dit wordt vastgelegd in Toddle. Samen blikken docent en leerlingen vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Slide 17 - Slide

This item has no instructions