3a H6 Lezen - functiewoorden

Functiewoorden (2)
LEZEN H6
1 / 14
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Functiewoorden (2)
LEZEN H6

Slide 1 - Slide


  • Je hebt zes nieuwe functiewoorden geleerd: afweging, anekdote, definitie, nuancering, tegenwerping en vraagstelling.
De lesdoelen

Slide 2 - Slide

Functiewoorden
  • Hoe zat het ook alweer?
  • Waarom moet je ze kennen?
  • H5: Aanbeveling, aanleiding, constatering, probleemstelling, uitwerking en verklaring.

Slide 3 - Slide

Het functiewoord 'aanleiding' betekent ...
A
Verhaaltje dat de schrijver vertelt als illustratie bij het onderwerp van de tekst.
B
Vaststelling van een feit of verschijnsel
C
Dat wat de schrijver tot het schrijven van de tekst aanzette.
D
Resultaat van waarnemingen en overdenkingen van de schrijver

Slide 4 - Quiz

Een constatering is een ...
A
Vaststelling van een feit of verschijnsel
B
Samenvattende omschrijving van de kenmerken van een begrip
C
Samenvattende omschrijving van de kenmerken van een begrip
D
Resultaat van waarnemingen en overdenkingen van de schrijver

Slide 5 - Quiz

Bij een uitwerking ...
A
Laat de schrijver de betrekkelijkheid van iets zien, of hij zwakt iets af.
B
Laat de schrijver zien dat een argument/argumentatie niet juist is.
C
Geeft de schrijver extra, nauwkeurig omschreven informatie bij een onderwerp
D
Geeft de schrijver details en/of maakt de schrijver de mening iets minder scherp

Slide 6 - Quiz

Afweging:
Lijkt op vergelijken. De schrijver geeft voor- en nadelen en bepaalt vervolgens wat het belangrijkst is. 
Anekdote: 
Een verhaaltje ter illustratie bij het onderwerp van een tekst. Meestal aan het begin van een tekst - aandachtstrekker 
Definitie: 
Een zeer nauwkeurige omschrijving van een woord of begrip.

Functiewoorden H6

Slide 7 - Slide

Nuancering: 
Een verfijning of kleine aanpassing van een bewering of stelling. De schrijver geeft eerst zijn mening en formuleert die vervolgens iets preciezer.
  Tegenwerping: 
Een reactie op een bepaalde mening of stelling. De ene persoon vindt iets, de ander is het hier mee oneens en vertelt waarom.
 Vraagstelling: 
De schrijver geeft aan welke vraag in (een deel van) zijn tekst centraal staat.
Functiewoorden H6

Slide 8 - Slide

Maar laat dat nou precies niet zijn wat er bij het schoolvak Nederlands in het examen wordt getoetst. En aangezien toetsen het onderwijs sturen, worden ook deze vaardigheden onderbelicht tijdens de lessen Nederlands die toewerken naar het examen.

Welke functie heeft deze alinea?
A
tegenwerping
B
voorbeeld
C
constatering
D
uitwerking

Slide 9 - Quiz

Wat verstaan we onder het volgende functiewoord?
Anekdote
A
Resultaat van waarnemingen en overdenkingen van de schrijver.
B
Verhaaltje dat de schrijver vertelt als illustratie bij het onderwerp van de tekst.
C
Het verduidelijken van iets door meer details te geven en/of de mening minder scherp te maken.
D
De schrijver laat de betrekkelijkheid van iets zien, zwakt iets af.

Slide 10 - Quiz

"aanbeveling", "constatering", "probleemstelling", "uitwerking" en "verklaring" zijn voorbeelden van....
A
signaalwoorden
B
functiewoorden
C
kernwoorden
D
verbindingswoorden

Slide 11 - Quiz

Het functiewoord 'aanleiding' betekent ...
A
Verhaaltje dat de schrijver vertelt als illustratie bij het onderwerp van de tekst.
B
Vaststelling van een feit of verschijnsel
C
Dat wat de schrijver tot het schrijven van de tekst aanzette.
D
Resultaat van waarnemingen en overdenkingen van de schrijver

Slide 12 - Quiz

Aan de slag - keuzestresstijd!
  • Keuzes:
  • Leren in Quizlet voor toets H1-6 woordenschat en spelling
  • Oefentoets lezen H1-4 maken
  • Oefeningen in het boek maken, H6 lezen vanaf blz. 170: opdracht 1 en 2?
  • alternatieve opdracht bedacht?: leg 'm voor en wie weet mag dat ook wel... ;)

Slide 13 - Slide

  • Je hebt een aantal functiewoorden uit H5 herhaald.
  • Je hebt zes nieuwe functiewoorden geleerd: Afweging, anekdote, definitie, nuancering, tegenwerping en vraagstelling.
De lesdoelen

Slide 14 - Slide