Dit zijn investeringen die door een bedrijf zijn gedaan en die langer dan één jaar gebruikt gaan worden
1 / 26
next
Slide 1: Slide
financieel 1MBOStudiejaar 2
This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 50 min
Items in this lesson
Deze les
Kosten van duurzame bedrijfsmiddelen
Dit zijn investeringen die door een bedrijf zijn gedaan en die langer dan één jaar gebruikt gaan worden
Slide 1 - Slide
kosten van duurzame bedrijfsmiddelen
deze bedrijfsmiddelen gebruik je langer dan een jaar en brengen kosten met zich mee:
-Afschrijvingskosten
-Rentekosten
-Complementaire kosten
Slide 2 - Slide
Afschrijvingskosten
De investering die je in het bedrijf gedaan hebt, wil je verdelen over de jaren dat het gebruikt wordt.
Bijvoorbeeld:
Als je een kassa koopt voor €1.500,- en je denkt deze 5 jaar te kunnen gebruiken voordat hij vervangen moet worden, dan kost je dit dus €300,- per jaar.
Slide 3 - Slide
Afschrijvingskosten
Maar waarom schrijf je dan af?
De waarde van de bedrijfsmiddelen verminderd. (denk aan bijvoorbeeld een auto, de waarde hiervan daalt ieder jaar dat hij ouder wordt).
Deze waardevermindering noem je de afschrijving.
Slide 4 - Slide
Afschrijvingskosten
Je houdt bij het bepalen van de afschrijving rekening met de
volgende zaken:
- De aanschafwaarde:
Het bedrag waarvoor je het duurzame bedrijfsmiddel voor aangeschaft hebt
- De levensduur
hoe lang ga je het gebruiken?
- De restwaarde
kun je het aan de einde van de levensduur nog verkopen? zoja, dan heeft het dus nog waarde!
Slide 5 - Slide
De levensduur
Dit is natuurlijk hoe lang je het gaat gebruiken. We maken hier onderscheid tussen de
technische levensduur én de economische levensduur
Bij afschrijvingen gebruiken we altijd de economische levensduur!!!
Slide 6 - Slide
Economische levensduur
Dit betekend hoe lang het rendabel is om het bedrijfsmiddel nog te gebruiken.
Dus een auto kan nog wel rijden, maar als er heel veel onderhoud voor nodig is, dan is dat niet meer rendabel en kun je beter een nieuwe aanschaffen!
gebruik dus ALTIJD de economische levensduur!!!
Slide 7 - Slide
technische levensduur
Dit is hoe lang een bedrijfsmiddel technisch gezien meegaat, oftewel dat hij het nog doet.
Dus een auto die rijdt, een printer die print etc.
Dit gebruik je dus NIET bij de afschrijvingen!!!
Slide 8 - Slide
LET OP!!
Bij afschrijvingen moet je ook rekening houden met het moment van aanschaf!
Als iets in oktober aangeschaft is moet je voor dat jaar ook maar 3/12 deel van de jaarlijkse afschrijving berekenen!!!
Slide 9 - Slide
Manieren van afschrijving
Maar welke kies je voor?
- Met een vast percentage van de aanschafprijs.
dit doe je wanneer de kosten in het gebruik ook ongeveer gelijk blijven
- Met een vast percentage van de boekwaarde.
hiervoor kies je wanneer je, hoe ouder het bedrijfsmiddel wordt, hoe meer onderhoudskosten je er aan hebt.
Slide 10 - Slide
Manieren van afschrijving
- Met een vast percentage van de aanschafprijs. Dit noemen we de lineaire afschrijving
- Met een vast percentage van de boekwaarde.
De boekwaarde is de aanschafprijs min de gedane afschrijvingen.
Slide 11 - Slide
Afschrijven met een vast percentage van de aanschafwaarde:
Formule:
aanschafwaarde - restwaarde
economische levensduur
Je kunt hem ook terugrekenen:
afschrijvingsbedrag x 100
aanschafwaarde
Je berekend in dit geval het afschrijvingspercentage in procenten
Nu eerst een voorbeeld:
Slide 12 - Slide
Je schaft een computer aan voor €1.500,- Na 3 jaar kun je deze nog verkopen voor €300,- Bereken de jaarlijkse afschrijving
Slide 13 - Open question
Je schaft een computer aan voor €1.500,- Na 3 jaar kun je deze nog verkopen voor €300,- Bereken het jaarlijkse afschrijvingspercentage (in % van de aanschafwaarde)
Slide 14 - Open question
Nu jullie zelf:
Huiswerk voor vandaag:
Opgaven 141 en 142 van het bestand: Afschrijvingskosten
Slide 15 - Slide
Afschrijven met een vast percentage van de boekwaarde.
Bij deze methode is het afschrijvingsbedrag ieder jaar weer anders.
Immers je rekent met een vast percentage over een lager wordend bedrag
formule voor het af te schrijven bedrag per jaar:
afschrijvingspercentage x boekwaarde aan het begin van het betreffende jaar
Nu eerst een voorbeeld:
Slide 16 - Slide
Je hebt een bedrijfsauto aangeschaft voor €18.000,- die je afschrijft met 28% van de boekwaarde. Bereken de afschrijving in het eerste jaar
Slide 17 - Open question
Je hebt een bedrijfsauto aangeschaft voor €18.000,- die je afschrijft met 28% van de boekwaarde. Bereken de boekwaarde na het eerste jaar
Slide 18 - Open question
Je hebt een bedrijfsauto aangeschaft voor €18.000,- die je afschrijft met 28% van de boekwaarde. Bereken de afschrijving in het tweede jaar
Slide 19 - Open question
Je hebt een bedrijfsauto aangeschaft voor €18.000,- die je afschrijft met 28% van de boekwaarde. Bereken de boekwaarde na het tweede jaar
Slide 20 - Open question
Je hebt een bedrijfsauto aangeschaft voor €18.000,- die je afschrijft met 28% van de boekwaarde. Bereken de boekwaarde na het derde jaar
Slide 21 - Open question
Samen maken:
We gaan nu samen opgave 164 maken
Slide 22 - Slide
Nu jullie zelf:
Huiswerk:
165, 166, 169, 170, 171, 172
Slide 23 - Slide
Rentekosten voor duurzame bedrijfsmiddelen
Het geld dat geïnvesteerd is in de duurzame bedrijfsmiddelen moet je lenen óf uit eigen middelen betalen. Hierdoor moet je rente betalen óf loop je rente mis. Deze rentekosten mag je opvoeren als kosten. Dit doe je door met een rentepercentage te rekenen over het gemiddeld geïnvesteerd vermogen
formule:
geïnvesteerd verm. aan begin van een periode + geïnvesteerd verm.n aan eind van een periode
2
eerst weer een voorbeeld:
Slide 24 - Slide
voorbeeld rentekosten
Een oven is aangeschaft voor €35.000,- Deze wordt afgeschreven met een vaste afschrijving in % van de aanschafwaarde. De economische levensduur is 5 jaar en de restwaarde is €5.000,-
Bereken de rentekosten voor deze oven in het derde boekjaar.
Slide 25 - Slide
Complementaire kosten
Dit zijn kosten die je maakt voor een duurzaam bedrijfsmiddel. Denk hierbij aan onderhoud, energie en reparatiekosten.
Als deze kosten aan het einde van de economische levensduur steeds hoger worden is het verstandig om af te schrijven in % van de boekwaarde. Dan blijven de totale kosten wat meer gelijk.