Toetsstof

Toetsstof
periode 3 - analyse maatschappelijk vraagstuk
1 / 22
next
Slide 1: Slide
MaatschappijkundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 100 min

Items in this lesson

Toetsstof
periode 3 - analyse maatschappelijk vraagstuk

Slide 1 - Slide

Kenmerken maatschappelijk vraagstuk
Vier invalshoeken
Politieke stromingen
Theorieën media
Invloed media

Slide 2 - Slide

Kenmerken maatschappelijk vraagstuk

Slide 3 - Slide

Vier invalshoeken van een maatschappelijk probleem


1. Politiek-juridische invalshoek
2. Sociaal-economische invalshoek
3. Sociaal-culturele invalshoek
4. Veranderings- en vergelijkende invalshoek

Slide 4 - Slide

Politiek-juridische invalshoek
We kijken het probleem vanuit: wetten, regels, beleid, politieke partijen, mogelijkheden  om het beleid te beïnvloeden door de burgers

VOORBEELDVRAGEN: 
- Welk beleid en welke regelgeving bestaat er voor dit probleem?
-Wat zijn de politieke aspecten van dit vraagstuk?
- Welke wetten of regels zijn er nodig om dit vraagstuk op te lossen?
 

Slide 5 - Slide

Sociaal-economische invalshoek
We kijken naar het probleem vanuit:
geld en werk, maatschappelijke positie van mensen,
over tegengestelde belangen, wat voor kosten er zijn.

VOORBEELDVRAGEN: 
 Wat zijn de belangen van betrokken maatschappelijke groepen?
- Wat is de maatschappelijke positie van groepen bij die vraagstuk?
- Wat bepaalt de positie van deze groep op de arbeidsmarkt




Slide 6 - Slide

Sociaal-culturele invalshoek
We kijken naar het probleem vanuit:  waarden en normen van groepen mensen binnen de samenleving

VOORBEELDVRAGEN:
Wat is de rol van de Cultuur/ Subcultuur in de samenleving?
- Wat is de rol van de media bij het ontstaan van een mening over deze cultuurgroep?
- Welke rol of opvatting hebben de politieke partijen over de subculturen?



 

Slide 7 - Slide

Veranderings- en vergelijkende invalshoek

We kijken naar het probleem vanuit:
plaats, tijd, groep

VOORBEELDVRAGEN: 
- Hoe kijkt men in andere samenlevingen of landen tegen dit probleem aan?
- Hoe keek men vroeger tegen dit probleem aan?


 

Slide 8 - Slide

Welke vier invalshoeken moet je kennen?

Slide 9 - Open question

Op welke woorden let je wanneer je de sociaal-culturele invalshoek moet zoeken in een tekst?

Slide 10 - Open question


Lees tekst 7.
Welke invalshoek van maatschappijkunde is te herkennen in tekst 7? 
A
De politiek-juridische invalshoek
B
De sociaal-culturele invalshoek
C
De sociaal-economische invalshoek
D
De vergelijkende invalshoek

Slide 11 - Quiz

Politieke stromingen

Slide 12 - Slide

Injectienaaldtheorie
Alle boodschappen van de massamedia nemen wij heel gemakkelijk over. (we zijn heel beïnvloedbaar).
Zender: veel macht en ontvanger: passieve spons

Manipulatie = het weglaten of vervormen van informatie, alleen goede dingen laten zien.
Indoctrinatie = het opdringen van meningen


Slide 13 - Slide

Theorie selectieve perceptie
Tv-kijkers en krantenlezers maken een selectie bij het ontvangen van informatie.
Vanuit je referentiekader zie je bepaalde zaken anders. 
En daarmee je waarneming van de werkelijkheid
Mensen lezen alleen informatie die ze interessant vinden. 
Mensen filteren informatie.
Rokers zappen weg bij een programma over een rookverbod. 




Slide 14 - Slide

Framingtheorie
Volgens deze theorie kunnen de media onderwerpen op een bepaalde manier belichten (Engels:framen) waardoor wij als burgers een beetje worden gestuurd in wat wij ervan vinden.
Dit kan de media bewust of onbewust doen.

Slide 15 - Slide

Agendatheorie
Deze theorie zegt dat dat de media niet bepaald  WAT mensen denken maar WAAROVER mensen met elkaar praten en nadenken.

We praten over apen klonen, orgaanwet, appen op de fiets, enz. Maar de media bepaalt niet HOE wij hierover denken. 
Macht ligt bij zowel de zender als de ontvanger. 




Slide 16 - Slide

Er zijn verschillende theorieën over beïnvloeding door de media. Een daarvan is de injectienaaldtheorie. Welke twee begrippen spelen een belangrijke rol bij deze theorie?
A
Indoctrinatie en manipulatie.
B
Selectieve perceptie en objectiviteit.
C
Framing en algoritmes.
D
Selectiecriteria en doelgroep.

Slide 17 - Quiz

Volgens welke theorie heeft de media weinig invloed op mensen? Mensen bepalen volgens deze theorie zelf wat ze willen horen en zien.
A
injectienaaldtheorie
B
framingtheorie
C
theorie van selectieve perceptie
D
de agendatheorie

Slide 18 - Quiz


1: injectienaaldtheorie
2: agendatheorie
3: theorie van de selectieve perceptie
4: framingtheorie
Zet de theorieën in volgorde van meeste naar minste invloed
A
3-2-4-1
B
1-4-3-2
C
1-2-3-4
D
1-4-2-3

Slide 19 - Quiz

Slide 20 - Slide

Betrouwbare media?
Hoor- en wederhoor: Een journalist laat alle partijen aan het woord voordat hij iets publiceert.
Subjectief moet duidelijk los van objectief staan
Zijn de feiten te checken in andere bronnen?

Slide 21 - Slide

8 selectiecriteria van nieuws
Hoe bepaalt de journalist wat hij in de krant zet?
Eigen waarden en normen van journalist
De actualiteit
De uitzonderlijkheid
De nabijheid
De doelgroep
Commerciële belangen (geld)
Belangstelling van groot publiek
Identiteit van het medium


Slide 22 - Slide