This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slide.
Lesson duration is: 10 min
Items in this lesson
H5 Is handel iets voor jou
Slide 1 - Slide
Al jouw vrienden dragen nike schoenen. Dit is een voorbeeld van
A
Sociale invloed
B
Commerciële invloed
Slide 2 - Quiz
Een voorbeeld van commerciele invloed is .....
A
Je krijgt een tip van je tante om iets te kopen
B
Al je vrienden zijn fan van formule 1 dus jij ook
C
Je ziet op TV de reclame van de nieuwste I-Phone
D
Je buurmeisje heeft een nieuwe armband en die wil jij ook
Slide 3 - Quiz
Een concurrent is een bedrijf die andere soort producten verkoopt als jij
A
Juist
B
Onjuist
Slide 4 - Quiz
Jij wilt heel graag een nieuwe telefoon dit is een voorbeeld van....
A
Aanbod van goederen
B
Vraag naar goederen
Slide 5 - Quiz
De prijs van een product stijgt wanneer de ....
A
Vraag groter is dan het aanbod
B
Aanbod groter is dan de vraag
Slide 6 - Quiz
De inkoopprijs is € 25,- en de brutowinstopslag bedraagt € 35,-. Wat gaat de verkoopprijs zijn?
A
€ 10,-
B
€ 35,-
C
€ 60,-
D
€ 85,-
Slide 7 - Quiz
Hoeveel BTW zit er op brood?
A
0%
B
9%
C
17,5%
D
21%
Slide 8 - Quiz
De verkoopprijs bedraagt € 20,- Het btw percentage is 21%. Hoeveel bedraagt de consumentenprijs. Rond je antwoord af op 2 decimalen en gebruik GEEN euroteken in je antwoord
Slide 9 - Open question
Wat is geen voorbeeld van bedrijfskosten
A
Loonkosten
B
Huur
C
Kosten van vervoer
D
BTW
Slide 10 - Quiz
(KADER) De consumentenprijs bedraagt € 5,45 (incl. 9% BTW). Hoeveel bedraagt de verkoopprijs excl. BTW. Rond je antwoord af op 2 decimalen zonder euroteken te gebruiken