5H/5V/6V examentraining argumentatie

EXAMENVOORBEREIDING
SPELLING, INTERPUNCTIE EN GRAMMATICA
VALKUILEN
HERHALING:
ARGUMENTATIESCHEMA'S EN -STRUCTUREN
DROGREDENEN
BETROUWBAARHEID ARGUMENTATIE


1 / 38
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 5,6

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

EXAMENVOORBEREIDING
SPELLING, INTERPUNCTIE EN GRAMMATICA
VALKUILEN
HERHALING:
ARGUMENTATIESCHEMA'S EN -STRUCTUREN
DROGREDENEN
BETROUWBAARHEID ARGUMENTATIE


Slide 1 - Slide

CSE NEDERLANDS
Donderdag 15 mei 2025
13:30 - 16:30 uur

Slide 2 - Slide

SPELLING, GRAMMATICA EN INTERPUNCTIE

MAAK JE EIGEN FOUTEN TOP 3, (5 OF 10)
NEEM JE WOORDENBOEK MEE
voorbeeld
1. WERKWOORDSPELLING PV OF GEEN PV
2. GRAMMATICA VERWIJSWOORDEN dat of wat
3. MEDIA = MEERVOUD

Slide 3 - Slide

VALKUILEN
1. ORIËNTATIE (TITEL, INLEIDING EN SLOT)
2. VRAGEN OVERSLAAN
3. OPPERVLAKKIG LEZEN
4. TE SNEL TEVREDEN
5. AANWIJZING BIJ SAMENVATTING NEGEREN
5. GEEN VOLLEDIGE ZIN

Slide 4 - Slide

Vandaag
H10 standpunt en argument (p.37)
H11 argumentatie en argumentatieschema's (p.39)
H12 drogredenen (p.41)
H13 aanvaardbaarheid van argumentatie en werken met scenario's (p.43)

Slide 5 - Slide

Herhalen: argumentatieschema's...

Slide 6 - Slide

Een redenering is
A
standpunt en argumenten samen
B
de argumenten die het standpunt ondersteunen
C
een reden
D
een foute argumentatie

Slide 7 - Quiz

Hoe noemen we een subjectieve of overtuigende tekst met een standpunt en argumenten?

A
Uiteenzetting
B
Betoog
C
Beschouwing

Slide 8 - Quiz

Argumentatie o.b.v. kenmerk / eigenschap
  • Een kenmerk of eigenschap van een bepaalde groep wordt uitgelicht. De schrijver geeft een of meer kenmerkende eigenschappen van een persoon of verschijnsel  om zijn standpunt te onderbouwen. 

Je moet handschoenen gebruiken als je een anti-kalkmiddel gebruikt bij het schoonmaken. Deze middelen zijn slecht voor je nagels. 


Slide 9 - Slide

Als je alcohol drinkt, kun je goed oud worden en lang plezier hebben. Kijk maar naar mijn opa: hij is 82 en die ouwe is nog heel kras en drinkt elke dag een halve liter jenever.
A
Redenering op basis van kenmerk
B
Redenering op basis van oorzaak-gevolg
C
Redenering op basis van vergelijking
D
Een redenering op basis van een voorbeeld

Slide 10 - Quiz

In die kleine cafés wordt minder buitensporig gedronken dan hier. In kleine dorpen wordt buitensporig gedrag ook gecorrigeerd.
A
Redenering op basis van kenmerk
B
Redenering op basis van autoriteit
C
Redenering op basis van vergelijking
D
Redenering op basis van voorbeelden

Slide 11 - Quiz


Laat je bij je antwoorden niet leiden door je eigen mening. 

In een tekst kan immers een andere mening dan de jouwe worden besproken.

Slide 12 - Slide


DROGREDENEN

Slide 13 - Slide


Drogredenen

Op het moment dat een argumentatie onjuist is, ontstaat er een drogredenering: een redenering die misschien wel plausibel is, maar niet klopt.
Een wolf in schaapskleren dus.

Slide 14 - Slide

Wat is een drogreden?
A
redenering met droge feiten
B
tegenargumenten
C
een redenering die niet klopt, maar wel waarschijnlijk lijkt
D
een argument om je standpunt te onderbouwen

Slide 15 - Quiz

Over welke drogredenen hebben wij het hier?

Ik heb geen zin in eten, want ik heb geen trek
A
ontduiken van bewijslast
B
cirkelredenering
C
onjuiste oorzaak-gevolgrelatie
D
verkeerde vergelijking

Slide 16 - Quiz

Stel vast van welke drogreden sprake is. Mijn buurvrouw kan echt niet op de maat dansen, want oude mensen hebben geen ritmegevoel.
Welke drogredenering is hier gebruikt?
A
Persoonlijke aanval
B
Vals dilemma
C
Overhaaste generalisatie
D
Onjuist kenmerk/eigenschap

Slide 17 - Quiz

Stel vast van welke drogreden er sprake is:
De laatste kabinetsformatie heeft maar liefst zeven maanden geduurd; het kan niet anders dan dat dit kabinet zeer succesvol zal zijn.
A
onjuist beroep op het kenmerk- of eigenschapsschema
B
onjuist beroep op het autoriteitsschema
C
onjuist beroep op het oorzaak-gevolgschema
D
onjuist beroep op het voor- en nadelenschema: overdrijven

Slide 18 - Quiz

Stel vast van welke drogreden er sprake is:
Het is een bijzonder goed plan om de openingstijden van de bibliotheken te verruimen: je zult zien dat men twee keer zo veel gaat lezen.
A
onjuist beroep op het kenmerk- of eigenschapsschema
B
onjuist beroep op het autoriteitsschema
C
onjuist beroep op het oorzaak-gevolgschema
D
onjuist beroep op het voor- en nadelenschema: overdrijven

Slide 19 - Quiz

Onjuist beroep op een oorzaak-gevolgschema

De genoemde oorzaken zijn niet voldoende voor het optreden van het voorspelde gevolg of het voorspelde gevolg heeft andere oorzaken dan de genoemde oorzaak
Overdrijven van voor- en nadelen

Het belang van de voordelen of nadelen wordt sterk overdreven (hellend vlak)

Slide 20 - Slide

Stel vast van welke drogreden er sprake is:
De vriend van de buurvrouw vindt het ook beter dat je vanavond bijtijds thuiskomt.
A
onjuist beroep op het kenmerk- of eigenschapsschema
B
onjuist beroep op het autoriteitsschema
C
onjuist beroep op het oorzaak-gevolgschema
D
onjuist beroep op het voor- en nadelenschema: overdrijven

Slide 21 - Quiz

Stel vast van welke drogreden er sprake is:
Hans zal wel voor een Amerikaanse aanval op IS zijn; hij is immers twintig jaar beroepssoldaat geweest.
A
onjuist beroep op het kenmerk- of eigenschapsschema
B
onjuist beroep op het autoriteitsschema
C
onjuist beroep op het oorzaak-gevolgschema
D
onjuist beroep op het voor- en nadelenschema: overdrijven

Slide 22 - Quiz

Stel vast van welke drogreden er sprake is:
Waarom mag ik mijn pet niet ophouden? Koningin Máxima heeft ook vaak een hoed op.
A
onjuist beroep op het voorbeeldschema: overhaaste generalisatie
B
onjuist beroep op het vergelijkingsschema: verkeerde vergelijking
C
onjuist beroep op het oorzaak-gevolgschema
D
onjuist beroep op het voor- en nadelenschema: vals dilemma

Slide 23 - Quiz

Stel vast van welke drogreden er sprake is:
Volgens de vakbonden staan we voor de keus: meer geld of slechter onderwijs.
A
onjuist beroep op het voorbeeldschema: overhaaste generalisatie
B
onjuist beroep op het vergelijkingsschema: verkeerde vergelijking
C
onjuist beroep op het oorzaak-gevolgschema
D
onjuist beroep op het voor- en nadelenschema: vals dilemma

Slide 24 - Quiz

Stel vast van welke drogreden er sprake is:
Toen ik verkouden was, heb ik vitamine C geslikt. Volgens mij is mijn verkoudheid daardoor overgegaan.
A
onjuist beroep op het voorbeeldschema: overhaaste generalisatie
B
onjuist beroep op het vergelijkingsschema: verkeerde vergelijking
C
onjuist beroep op het oorzaak-gevolgschema
D
onjuist beroep op het voor- en nadelenschema: vals dilemma

Slide 25 - Quiz

Stel vast van welke drogreden er sprake is:
Het regent altijd in Londen: we waren er drie dagen en het is er geen moment droog geweest.
A
overhaaste generalisatie
B
onjuist beroep op het vergelijkingsschema: verkeerde vergelijking
C
onjuist beroep op het oorzaak-gevolgschema
D
onjuist beroep op het voor- en nadelenschema: vals dilemma

Slide 26 - Quiz

Drogredenen:
Belgen zijn slimmer dan Nederlanders. De winnaar van het Groot Dictee is immers meestal een Belg.
A
Overhaaste generalisatie
B
Oorzaak-gevolg
C
Verkeerde vergelijking
D
Cirkelredenering

Slide 27 - Quiz

Welke soorten argumenten kun je onderscheiden?
A
feitelijke en wenselijke argumenten
B
standpunten en drogredenen
C
wenselijke en waarderende argumenten
D
feitelijke en waarderende argumenten

Slide 28 - Quiz

Het is een goede beslissing geweest de scholen weer te openen. Onderwijs is belangrijk voor het welzijn, de ontwikkeling en de gezondheid van kinderen en jongeren.

Een redenering op basis van ...
A
kenmerken
B
oorzaak-gevolg
C
vergelijking
D
drogreden

Slide 29 - Quiz

Ben je goed voorbereid op argumentatie- en drogredeneringsvragen?
A
ja, heel goed voorbereid
B
ja, een beetje voorbereid
C
nee, nauwelijks voorbereid
D
nee, nog helemaal niet voorbereid

Slide 30 - Quiz

Waar heb jij het meeste moeite mee bij het examen Nederlands?
A
De hoofdgedachte of het onderwerp vinden
B
Samenvatten
C
Argumenten of drogredenen
D
Nauwkeurig genoeg lezen

Slide 31 - Quiz

Betrouwbaarheid

Slide 32 - Slide

Aanvaardbaar
Als je de tekst op betrouwbaarheid moet beoordelen kijk je naar de expertise van de schrijver 
de bron

Slide 33 - Slide

Aanvaardbaarheid argumentatie
De argumenten zijn op zichzelf aanvaardbaar als ze :
  • in overeenstemming zijn met kennis van de wereld;
  • ze controleerbaar en waar zijn;
  • de bron betrouwbaar is.

Slide 34 - Slide

Criteria voor aanvaardbaarheid van argumentatie


t

Slide 35 - Slide

Tekst 2    2024-1
Lezen is cruciale oefening voor geest en lichaam
p. 278

Slide 36 - Slide

Welke hoort NIET in het rijtje thuis?
Als je een betoog op aanvaardbaarheid wilt controleren, let je op....
A
Welke argumenten zijn gebruikt?
B
Zijn het feitelijke of waarderende argumenten?
C
Zijn de argumenten geen drogredenen?
D
Is de schrijver betrouwbaar?

Slide 37 - Quiz

Welke vragen heb je nog over het eindexamen?

Slide 38 - Open question