Les 1 Formeel schrijven

Leg je deze materialen op tafel?
Ipad
je leesboek
pen/markeerstift

1 / 17
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Leg je deze materialen op tafel?
Ipad
je leesboek
pen/markeerstift

Slide 1 - Slide

Wat is je opgevallen bij binnenkomst van het lokaal?

Slide 2 - Open question

Opbouw lessenserie zakelijk schrijven 
Les 1: Formeel schrijven
Les 2 Opbouw van een tekst
Les 3 Samenhang in een tekst
Les 4 Schrijfopdracht voor beoordeling

Slide 3 - Slide

Lesdoelen
Aan het einde van deze les:
  • kun je het verschil tussen formeel en informeel taalgebruik benoemen
  • weet je wanneer je formeel taalgebruik moet gebruiken
  • kun je informeel taalgebruik omzetten naar formeel taalgebruik

Slide 4 - Slide

Informele en formele taal
 
Doel en situatie: persoonlijk - zakelijk
Aanspreekvorm: je/jij - u
Zinsbouw/lengte: korter - langer
Afsluitingen: persoonlijk - beleefd



Let op: Informeel betekent niet dat je meer fouten mag maken. Je gebruikt alleen wat eenvoudigere woorden, die lijken op de taal die je spreekt.

Slide 5 - Slide

Informele en formele taal
Opdracht: 
Vul de woorden en zinnen van het blad op de juiste plek in het schema in. 
Welke woorden zijn informeel? Vul deze links in.
Welke woorden zijn formeel? Vul deze rechts in.
Welke woorden kunnen bij allebei? Vul deze in het midden in. 

Extra: Kun je zelf nog woorden ergens bij bedenken? Schrijf ze dan op.


Hoe: Je maakt het samen
Nodig: Een pen




timer
10:00

Slide 6 - Slide

In welke situatie gebruik je formele taal?
A
aan je eigen keukentafel
B
aan te de telefoon met je vrienden
C
tijdens een sollicitatiegesprek
D
Tijdens de pauzes van school

Slide 7 - Quiz

Je spreekt iemand aan met 'je' of 'jij'.
Je spreekt iemand aan met 'u'.
Je noemt diegene bij de achternaam en zegt 'meneer/mevrouw'.
Je noemt diegene bij de voornaam.
Je mag straattaal of jongerentaal gebruiken.
Je taalgebruik is netjes.
Formeel taalgebruik
Informeel taalgebruik

Slide 8 - Drag question

Formeel taalgebruik
Informeel taalgebruik
''Geachte ...''
Whatsapp-bericht
''Lieve oma,''
Sollicitatiebrief
''Groetjes!''
''Ik hoor graag van u!''
Emoji's 
Deftig
Krantenartikel
Recensie
E-mail aan een docent

Slide 9 - Drag question

Informele en formele taal
Opdracht: 
-Lees de situatie die in informele taal is geschreven. 
- Bedenk hoe je de tekst formeel kunt maken.
- Schrijf de formele tekst op het blad op.

Tip: Je hoeft niet alles af te hebben, dit is gewoon een oefening. 
Extra: Bedenk een formele tekst en schrijf daar zelf de informele 'vertaling' onder.

Hoe: Je maakt alleen
Nodig: Een pen
Klaar? Wissel je blad met een klasgenoot en lees elkaars werk. 




timer
12:00

Slide 10 - Slide

Opdracht nabespreken
Bekijk het werk van een klasgenoot en geef mondeling antwoord op de volgende vragen:

1. Vind jij dat je klasgenoot in formele taal heeft geschreven?
2. Waarom vind je dat?
3. Heb je nog een tip of een top voor je klasgenoot?

Slide 11 - Slide

Lesdoelen
Aan het einde van deze les:
  • kun je het verschil tussen formeel en informeel taalgebruik benoemen
  • weet je wanneer je formeel taalgebruik moet gebruiken
  • kun je informeel taalgebruik omzetten naar formeel taalgebruik

Slide 12 - Slide

Hoe heb je meegedaan met deze les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 13 - Poll

Wat heb je vandaag geleerd?

Slide 14 - Open question

Ik heb zin in de volgende les over zakelijk schrijven
😒🙁😐🙂😃

Slide 15 - Poll

Opbouw lessenserie zakelijk schrijven 
Les 1: Formeel schrijven
Les 2 Opbouw van een tekst
Les 3 Samenhang in een tekst
Les 4 Schrijfopdracht voor beoordeling

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide