werkwoordspelling: wat weet je al? les 1 en 2

Welkom!

Leg alvast klaar:
  • leerwerkboek A of B
  • schrift en pen
  • iPad (inloggen LessonUp)
Les 1
1 / 30
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Welkom!

Leg alvast klaar:
  • leerwerkboek A of B
  • schrift en pen
  • iPad (inloggen LessonUp)
Les 1

Slide 1 - Slide

Planning
  • Testje ww-spelling
  • Werkmoment
  • Afsluiten van de les


Slide 2 - Slide

Ik ... (worden) moe van spelling.
pv-tt
A
wordt
B
wort
C
word
D
worddt

Slide 3 - Quiz

Zij ...(geloven) mij niet.
pv-tt
A
gelooft
B
geloofd
C
geloofdt
D
looft

Slide 4 - Quiz

Hij ...(durven) vorige maand niet te bellen.
pv-vt
A
durfde
B
durfte
C
dierf
D
durft

Slide 5 - Quiz

Ik ... (missen) mijn leerlingen tijdens de lockdown.
pv-vt
A
mistte
B
miste
C
misde
D
gemist

Slide 6 - Quiz

Hij heeft die jongen weer ... (stompen).

voltooid deelwoord

A
gestompt
B
gestompd
C
gestomt
D
gestomd

Slide 7 - Quiz

Heb je je billen wel ....(afvegen)?

voltooid deelwoord

A
afgevegen
B
afgeveegt
C
afgeveegd
D
afvegen

Slide 8 - Quiz

Hij .....(onthouden) het gedicht.

pv-tt
A
onthoud
B
onthoudt
C
onthouden
D
onthoudden

Slide 9 - Quiz

Het is toch ongelooflijk; dit ...(gebeuren) mij nu altijd!
pv tt
A
gebeurtd
B
gebeurd
C
gebeurdt
D
gebeurt

Slide 10 - Quiz

Heb je me misschien niet
goed .....(horen)?
voltooid deelwoord
A
gehoord
B
gehoort
C
gehordt
D
gehoren

Slide 11 - Quiz

Werkmoment


Maak je spel af.
timer
10:00

Slide 12 - Slide

Spel
  • Gooi met de dobbelsteen.
  • Zet de stappen op het speelbord.
  • Je ziet het werkwoord.
  • Kijk op de dobbelsteen in welke vorm je het moet vervoegen.
  • Goed? Een stapje vooruit.
  • Fout? Twee stapjes achteruit.

Slide 13 - Slide

Vervoegen in:
  1. Persoonsvorm tegenwoordige tijd hij-vorm
  2. Persoonsvorm tegenwoordige tijd jij achter de pv
  3. Gebiedende wijs
  4. Persoonsvorm verleden tijd enkelvoud
  5. Persoonsvorm verleden tijd meervoud
  6. Voltooid deelwoord 

Slide 14 - Slide

Vooruitblik
Leesles

Spellen spelen

Slide 15 - Slide

Welkom!

Leg alvast klaar:
  • leerwerkboek A of B
  • schrift en pen
  • je leesboek
Les 2

Slide 16 - Slide

timer
30:00

Slide 17 - Slide

Planning
  • Testje ww-spelling
  • Spellen spelen
  • Afsluiten van de les


Slide 18 - Slide

Ik was echt .... (verbazen),
toen je dat zei.
voltooid deelwoord
A
verbaast
B
verbaasd
C
verbaazd
D
verbaazt

Slide 19 - Quiz

De kachel .... (branden) eindelijk goed.
pv-tt
A
brand
B
brandt
C
brant
D
gebrand

Slide 20 - Quiz

De dokter ...(spoeden) zich naar het ongeval.
pv-tt
A
spoed
B
spoedt
C
gespoed
D
spoet

Slide 21 - Quiz

Die kat heeft me ... (krabben).

voltooid deelwoord

A
gekrabt
B
gekrabd
C
gekrapt
D
gekrapd

Slide 22 - Quiz

Na de hete middag was het gras in onze tuin compleet ...(verschroeien).
voltooid deelwoord
A
verschroeit
B
verschroeid
C
verschroeidt
D
verschroeitd

Slide 23 - Quiz

Hij ... (wachten) gisteren op de bus.
pv-vt
A
wachte
B
wacht
C
wachtte
D
wachtten

Slide 24 - Quiz

De kip ... (leggen) gisteren een ei.

pv-vt
A
log
B
legde
C
lag
D
legte

Slide 25 - Quiz

Hij ... (begroeten) vorige week de docent in de Ikea.
pv-vt
A
begroette
B
begroedde
C
begreet
D
begroete

Slide 26 - Quiz

Het vliegtuig ... (landen) gisteren in het weiland.
pv-vt
A
lande
B
landte
C
landde
D
geland

Slide 27 - Quiz

Spel
  • Gooi met de dobbelsteen.
  • Zet de stappen op het speelbord.
  • Je ziet het werkwoord.
  • Kijk op de dobbelsteen in welke vorm je het moet vervoegen.
  • Goed? Een stapje vooruit.
  • Fout? Twee stapjes achteruit.

Slide 28 - Slide

Vervoegen in:
  1. Persoonsvorm tegenwoordige tijd hij-vorm
  2. Persoonsvorm tegenwoordige tijd jij achter de pv
  3. Gebiedende wijs
  4. Persoonsvorm verleden tijd enkelvoud
  5. Persoonsvorm verleden tijd meervoud
  6. Voltooid deelwoord 

Slide 29 - Slide

Vooruitblik
Les 1:

Oefenen voor de SO, tips over valkuilen
Les 2:
SO werkwoordspelling (30 minuten)
Les 3:
Leesles








Slide 30 - Slide