21032025 MOH 24 1.5 Feit, mening en argument: Drogredenen

1.4 Feit, mening en argument [Drogredenen]
1 / 41
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 1-3

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

1.4 Feit, mening en argument [Drogredenen]

Slide 1 - Slide

planning
1.2 Doel en hoofdgedachte
1.3 Betrouwbaarheid en bruikbaarheid
1.4 Opbouw en indeling
1.5 Feit, mening en argument

Slide 2 - Slide

Doel van deze les:
Je kunt uitleggen wat:
  •  feiten, 
  • meningen, 
  • argumenten en 
  • drogredenen zijn.




Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Redenering
Standpunt en argumenten samen vormen een redenering


Drogredenen = redeneringen of argumenten die juist lijken, maar dat niet zijn

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

Slide 12 - Video

Zelf aan de slag

1.5 feiten, meningen en argumenten (LLK)
Bekijken en maken opdracht 4 Gamekings

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Link

opdracht
lezen tekst 2 behorend bij opdracht 3 "Hoe erg is dat?"
en maken bijbehorende vragen

Slide 15 - Slide

Wat valt je op?
  1. Ik vind Kees geen aardige man, want ik mag hem niet zo.”
  2. Jesse geeft aan dat Lotte erg vriendelijk is, omdat ze heel aardig is.
  3. Ik vind vrijheid van meningsuiting erg belangrijk, omdat ik vind dat iedereen moet kunnen zeggen wat hij of zij denkt.


Slide 16 - Slide

1.Cirkelredenering
Er wordt eigenlijk helemaal geen argument gegeven, maar het standpunt wordt in andere woorden herhaald. 

In een cirkelredenering wordt dus geen nieuwe informatie gegeven. 

Jesse geeft aan dat Lotte erg vriendelijk is, omdat ze heel aardig is:         er wordt gewoon twee keer hetzelfde gezegd (aardig en vriendelijk is hetzelfde)

Slide 17 - Slide

Wat valt je op?
  1.  De economie is alleen nog te redden als de Nederlandse staat eigenaar wordt van alle banken. Gordon zei dit gisteren nog op tv!
  2. ‘Messi staat in de reclame van Lays, dus dan zal de chips wel lekker zijn’.
  3. ‘Wij van Wc-Eend raden Wc-Eend aan."


Slide 18 - Slide

2. Onjuist beroep op authoriteit
Er wordt een bekend persoon aangehaald om het standpunt mee te onderbouwen, maar deze persoon heeft weinig te maken met de zaak.

Ook kan een bekend persoon/een organisatie belang hebben bij de zaak.
"Wij van wc-eend adviseren wc-eend"

Slide 19 - Slide

Wat valt je op?
  1. Jij weet helemaal niks over gezond en gevarieerd eten, je bent zelf veel te zwaar!
  2. Als je tegen Zwarte Piet bent, dan ben je geen echte Nederlander’.
  3. Jij weet helemaal niets van een spraakstoornis! Je hebt er zelf nooit een gehad!

Slide 20 - Slide

3. Persoonlijke aanval
De persoon (de ‘tegenstander’) wordt aangevallen en niet zijn of haar argumenten.

‘Als je tegen Zwarte Piet bent, dan ben je geen echte Nederlander’.            Dit argument valt iemand aan op zijn mening en is daarom een drogreden.

Slide 21 - Slide

Wat valt je op?
  1. U bent natuurlijk allemaal slim genoeg om mijn standpunt te begrijpen.
  2. Advocaat: Iedereen begrijpt natuurlijk dat deze man veroordeeld moet worden.
  3. We gruwen er allemaal van hoe bankiers hun zakken vullen, hoe ze geld verdienen door gewone burgers in armoe te storten, en daarom moet de belasting voor grootverdieners omhoog. 

Slide 22 - Slide

4. Bespelen van het publiek
Er wordt iets beweerd waar je als publiek niet snel tegenin durft te gaan.

U bent natuurlijk allemaal slim genoeg om mijn standpunt te begrijpen.

        Hier zal je niet snel tegenin durven gaan, omdat je dan indirect zegt dat jij niet slim bent. 

Of: er wordt een beroep gedaan op de emoties van het publiek (voorbeeld bankiers)



Slide 23 - Slide

Wat valt je op?
  1.  ‘Als jij niet naar Spanje op vakantie wil, dan gaan we gewoon helemaal niet op vakantie’. 
  2. Als je het niet eens bent met de nieuwe veiligheidsmaatregelen op luchthavens ben je dus voor terrorisme.
  3. ‘Of we gaan nu innoveren of we gaan failliet’.

Slide 24 - Slide

5. Vals dilemma
Bij een vals dilemma doet men voorkomen alsof er gekozen kan worden uit twee mogelijkheden, terwijl er veel meer dan die twee zijn.
 ‘Als jij niet naar Spanje op vakantie wil, dan gaan we gewoon helemaal niet op vakantie’.             Het valse dilemma in deze drogreden is dat er meer opties bestaan dan op vakantie naar Spanje of thuisblijven.

Slide 25 - Slide

Wat valt je op?
  1. 1. Mijn oma dronk elke dag 3 glazen cola en zij is 92 jaar oud geworden. Het drinken van cola is dus gezond.
  2. Je kunt best verrotte vis eten, mijn nicht deed dat ook en die werd er niet ziek van’
  3. Ik ben wereldberoemd. Ik werd namelijk een keer herkend in de supermarkt.

Slide 26 - Slide

6. Overhaaste generalisatie
 De conclusie is te voorbarig.

Er wordt uit een enkel geval of een enkele situatie een conclusie getrokken die voor alle gevallen geldt.
Ik ben wereldberoemd. Ik werd namelijk een keer herkend in de supermarkt.              Dat je één keer herkend wordt, wil niet zeggen dat je dus beroemd bent.

Slide 27 - Slide

Wat valt je op?
  1. Sinds het verboden is om te appen op te fiets, zijn er minder dodelijke verkeersongevallen geweest. Appen op de fiets zorgt dus voor veel doden.
  2. Mevrouw Linke is een goede docent, want haar studenten halen hoge cijfers.
  3. Iedere eerste maandag van de maand begint Joke een paar minuten voor 12 aan haar lunch. Daarna gaat het luchtalarm af. Dus het luchtalarm gaat af, doordat Joke gaat lunchen.

Slide 28 - Slide

7.Onjuiste oorzaak-gevolgrelatie
Er wordt gedaan alsof er een verband is tussen de oorzaak en het gevolg van iets, terwijl dit verband niet bestaat of niet bewezen is.

Mevrouw Linke is een goede docent, want haar studenten halen hoge cijfers.             De hoge cijfers kunnen ook ergens anders door komen/ hoge cijfers bepalen niet of iemand een goede docent is.

Slide 29 - Slide

Wat valt je op?
  1.  ‘Ik vind dat we echt niet naar gym hoeven, we bewegen toch al als we naar school fietsen?
  2. Ik vind dat je je dochter gewoon in haar eentje naar IJsland moet laten gaan. Ze mag toch ook alleen naar het centrum fietsen?
  3. Als je vindt dat alcohol vrij verkrijgbaar moet blijven, moet je ook de verkoop van heroïne legaliseren. Ze zijn beide verslavend.

Slide 30 - Slide

8. Verkeerde vergelijking
Er worden twee zaken onterecht met elkaar vergeleken. Dit zijn dus zaken die eigenlijk niet te vergelijken zijn.
  ‘Ik vind dat we echt niet naar gym hoeven, we bewegen toch al als we naar school fietsen?            In deze drogreden worden gym en naar school fietsen met elkaar vergeleken. Dit is niet correct. Fietsen en gymmen zijn beide fysieke activiteit, maar bij gym leer je verschillende sporten kennen, de spelregels van verschillende sporten en leer je bijvoorbeeld ook samenwerken in een team. Dit is bij naar school fietsen niet het geval. Daarom is er sprake van een verkeerde vergelijking en dus is het argument een drogreden.

Slide 31 - Slide

Geschiedenislessen zijn helemaal niet belangrijk. Oude kleren gooi je toch ook gewoon weg?
A
onjuist beroep op autoriteit
B
vals dilemma
C
overhaaste generalisatie
D
verkeerde vergelijking

Slide 32 - Quiz

Ik vind vrijheid van meningsuiting erg belangrijk, want iedereen moet kunnen zeggen wat hij of zij denkt.
A
de persoonlijke aanval
B
het ontduiken bewijslast
C
de cirkelredenering
D
het vertekenen van het standpunt

Slide 33 - Quiz

De wetenschap kan het ontstaan van graancirkels niet goed verklaren, dus graancirkels zijn het werk van aliens.


A
onjuist beroep op autoriteit
B
vals dilemma
C
overhaaste generalisatie
D
verkeerde vergelijking

Slide 34 - Quiz

Die wiskundetoets was veel te moeilijk, dat zei de docent Nederlands ook.
A
onjuist beroep op autoriteit
B
vals dilemma
C
overhaaste generalisatie
D
verkeerde vergelijking

Slide 35 - Quiz

Jij weet helemaal niks over gezond en gevarieerd eten, je bent zelf veel te zwaar!
A
de persoonlijke aanval
B
het ontduiken bewijslast
C
de cirkelredenering
D
het vertekenen van het standpunt

Slide 36 - Quiz

Als jij niet naar Spanje op vakantie wil, dan gaan we gewoon helemaal niet op vakantie.
A
onjuist beroep op autoriteit
B
vals dilemma
C
overhaaste generalisatie
D
verkeerde vergelijking

Slide 37 - Quiz

Het is de afgelopen drie jaar erg warm geweest, dus het klimaat verandert.
A
onjuist beroep op autoriteit
B
vals dilemma
C
overhaaste generalisatie
D
verkeerde vergelijking

Slide 38 - Quiz


Van welke drogreden
is hier sprake?
A
onjuist beroep op autoriteit
B
vals dilemma
C
verkeerde vergelijking
D
de cirkelredenering

Slide 39 - Quiz


Slide 40 - Open question

Als het goed is kun je nu
  1.  Uitleggen wat een drogreden is
  2. Na wat extra oefening de 8 verschillende drogredenen onderscheiden
1. Cirkelredenering
2. Onjuist beroep op authoriteit
3. Persoonlijke aanval
4. Bespelen van het publiek
5. Vals dilemma
6. Overhaaste generalisatie
7. Onjuiste oorzaak-gevolg
8. Verkeerde vergelijking

Slide 41 - Slide