Co2 unidad 3 grammatica

¿Qué vamos a hacer hoy?

  • woordenschat: el tiempo
  • herhalen grammatica: ir + a + infinitivo
  • lijdendvoorwerp

1 / 28
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

¿Qué vamos a hacer hoy?

  • woordenschat: el tiempo
  • herhalen grammatica: ir + a + infinitivo
  • lijdendvoorwerp

Slide 1 - Slide

Hay niebla
Hace sol
Hace frío
está lloviendo
está nevando
hace calor
hace viento
está nublado
hay tormenta
granizada

Slide 2 - Drag question

ir + a + infinitivo
(de toekomende tijd)

Ik ga straks mijn ouders bellen.
    Het gaat vanmiddag mooi weer worden.
    We gaan zo een stukje lopen.

(wanneer iets op korte termijn gaat plaatsvinden)

Slide 3 - Slide

Werkwoord  ir (gaan)
ik ga
voy
jij gaat
vas
hij/zij gaat
va
wij gaan
vamos
jullie gaan
vais
zij gaan
van

Slide 4 - Slide

De vorm
ir + a + hele werkwoord

Vamos a comprar unas camisetas.
We gaan een paar t-shirts kopen.

Juan va a hacer sus deberes.
Juan gaat zijn huiswerk maken.

Slide 5 - Slide

De volgende vragen gaan over de toekomende tijd

ir + a + hele werkwoord

Slide 6 - Slide

Tú (hablar) _________ con el jefe.
A
vas hablar a
B
a van hablas
C
vas a hablar
D
van a hablar

Slide 7 - Quiz

El fin de semana __________ un tiempo agradable
A
va a
B
van hacer
C
van a
D
va a hacer

Slide 8 - Quiz

Él (estudiar) _________ para el examen.
A
va a estudiar
B
vais a estudiar
C
a estudiar va
D
van a estudia

Slide 9 - Quiz

Paula y yo (comprar) _________ el pan.

Slide 10 - Open question

Tú y tu familia (escuchar) ____ la radio.

Slide 11 - Open question

Mis hermanas y Juana (preguntar)_____ la hora.

Slide 12 - Open question

Hoe vind je het lijdend voorwerp in een zin?
Door de vraag te stellen:
Wie/wat + PV +onderwerp. 
Ik wil olijven.                                  Wat wil ik? = olijven
Ik neem de fiets.                         Wat neem ik? = de fiets
Jij kijkt veel Netflix series.    Wat kijk jij? =  veel Netflix series
Jullie maken huiswerk.          Wat maken jullie? het huiswerk

Slide 13 - Slide

Waarom?
Om onnodige herhaling te voorkomen.


Ik koop een boek, ik lees het boek, ik verkoop het boek.
Als je in bovenstaand voorbeeld weet dat 'het boek' het LV is, kun je deze in de overige zinnen vervangen door een persoonlijk voornaamwoord.
Ik koop een boek, ik lees het en verkoop het.

Slide 14 - Slide

Wat is het lijdend vw?
Juan toma el autobús al centro.

A
Juan
B
toma
C
el autobús
D
centro

Slide 15 - Quiz

Wat is het lijdend vw?
Hoy Carlos come un bocadillo de jamón.


A
Hoy
B
Carlos
C
come
D
un bocadillo de jamón

Slide 16 - Quiz

Vandaag leer je het leer je het lijdend voorn
Wat zijn de persoonlijke voornaamwoorden als lijdend voorwerp in het Spaans?
  • me        = mij/me
  • te           = jou / je
  • lo, la     = hem/haar/het/u
  • nos         = ons                           
  • os            = jullie
  • los, las   = hen / ze / u

Slide 17 - Slide

Petra habla español -> Petra lo habla

María come una pizza-> María la come

Los chicos limpian las tiendas->Los chicos las limpian

Ellas leen los libros->Ellas los leen
Complemento de objeto directo (CD)
¿Qué?

Slide 18 - Slide

Vervang het lijdendvw
¿Quieres un teléfono móvil nuevo?
Si, ... quiero.

A
lo
B
la
C
los
D
las

Slide 19 - Quiz

Vervang het lijdendvw:
Tengo que comprar sellos (=postzegels).
... tengo que comprar.

A
la
B
lo
C
las
D
los

Slide 20 - Quiz

Vervang het lijdenvw
Tú tienes que cruzar la plaza.
... tienes que cruzar.


A
los
B
las
C
la
D
lo

Slide 21 - Quiz

vervang LV en herschrijf:
Hago los deberes. ......hago.

Slide 22 - Open question

Mañana mis amigos y yo vemos dos películas. ..... vemos

Slide 23 - Open question

Alex y Pedro toman café todos los días.
Alex y Pedro .... toman todos los días

Slide 24 - Open question

Mañana no hago los exámenes porque estoy enfermo. Mañana no ...... hago

Slide 25 - Open question

Slide 26 - Slide

Las estaciones del año
Invierno
Primavera
enero
febrero
marzo
abril
mayo
diciembre

Slide 27 - Drag question

sur
este
norte
oeste

Slide 28 - Drag question