What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
3K/GT theme 4: Conditionals Zero & First & Second
Conditionals
Zero conditional
First conditional
Second conditional
1 / 26
next
Slide 1:
Slide
Engels
Middelbare school
vmbo k, g, t, mavo, havo, vwo
Leerjaar 1-3
This lesson contains
26 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Conditionals
Zero conditional
First conditional
Second conditional
Slide 1 - Slide
If-zinnen
Vier varianten: wij gaan er 3 bekijken:
zero conditional
first conditional
second conditional
Elke conditional heeft dezelfde structuur (if-deel en main deel). Alleen het gebruik van de tijden van werkwoorden is anders!
Slide 2 - Slide
Conditionals
Slide 3 - Slide
Slide 4 - Slide
If - sentences (zero conditional)
If you drink water,
you stay hydrated.
Wanneer gebruik je de zero conditional?
* Als er aan deze voorwaarde wordt voldaan, is dit het gevolg
Dus, bij
feiten
gebruik je de zero conditional
Slide 5 - Slide
If - sentences (zero conditional)
If you drink water,
you stay hydrated.
voorwaarde
natuurlijk gevolg
* "If-clause", het zinsdeel waar
if
in staat.
* In dit zinsdeel gebruik je altijd de
present simple
drink
Vorm:
Onderwerp + werkwoord
(s)
Slide 6 - Slide
The zero conditional is used for ...
A
facts
B
possible, likely situations in the future
C
unreal, unlikely situations in the future
Slide 7 - Quiz
Bij de Zero Conditional gebruik je altijd de Present Simple.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 8 - Quiz
Which one is the zero conditional sentence?
A
If Greg practised more, he would be a great pianist.
B
If Sarah drives to Amsterdam, she will have to pay for parking.
C
If you sleep well, you have more energy.
D
She would worry if I told her the truth.
Slide 9 - Quiz
Welke van deze zinnen is een 'zero conditional'?
A
Ice melts if you heat it.
B
If water reaches a 100 degrees, it boils.
C
If it rains, the grass gets wet.
D
All the answers are correct.
Slide 10 - Quiz
Welke van deze zinnen is een 'zero conditional'?
A
Ice melts if you heat it.
B
If water reaches a 100 degrees, it boils.
C
If it rains, the grass gets wet.
D
All the answers are correct.
Slide 11 - Quiz
Slide 12 - Slide
If - sentences (first conditional)
If you study well,
you will pass the test.
Wanneer gebruik je de first conditional?
* Als er aan deze voorwaarde wordt voldaan, is de kans heel groot dat dit zal gebeuren.
Dus, als iets
waarschijnlijk
is om te gebeuren - nu of in de toekomst.
Slide 13 - Slide
If - sentences (first conditional)
If you study well,
you will pass the test.
voorwaarde
waarschijnlijk gevolg
* "If-clause", het zinsdeel waar
if
in staat.
* In dit zinsdeel gebruik je altijd de
present simple
study
Vorm:
Onderwerp + werkwoord
(s)
Slide 14 - Slide
If - sentences (first conditional)
If you study well,
you will pass the test.
voorwaarde
waarschijnlijk gevolg
* In dit zinsdeel gebruik je altijd
will + een werkwoord
will pass
Vorm:
will + werkwoord
Slide 15 - Slide
If I ... (to have) enough money, I ... (to buy) new shoes.
A
have - will buy
B
will have - buy
C
have - buy
D
will have - will have
Slide 16 - Quiz
If I ... (to win) the lottery, I ... (to treat) myself with a new car.
A
will win - will treat
B
win - will treat
C
win - treat
D
will win - treat
Slide 17 - Quiz
I ... (to stay) home, if it ... (to rain)
A
stay - will rain
B
stay - rains
C
will stay - rains
D
will stay - will rain
Slide 18 - Quiz
Slide 19 - Slide
If - sentences(second conditional)
If I won the lottery,
I would buy a bigger house.
Wanneer gebruik je de second conditional?
* Als het
onwaarschijnlijk
is dat er aan de voorwaarde voldaan kan worden
Dus, als iets onwaarschijnlijk is om te gebeuren - nu of in de toekomst.
Slide 20 - Slide
If - sentences(second conditional)
If I won the lottery,
I would buy a bigger house.
voorwaarde
(onwaarschijnlijk)
waarschijnlijk gevolg
* "If-clause", het zinsdeel waar
if
in staat.
* In dit zinsdeel gebruik je altijd de
past simple
won
Vorm:
ww
-
ed
2e rijtje onregelmatige werkwoord
Slide 21 - Slide
If - sentences(second conditional)
If I won the lottery,
I would buy a bigger house.
voorwaarde
(onwaarschijnlijk)
waarschijnlijk gevolg
* In dit zinsdeel gebruik je altijd
would + een werkwoord
would buy
Vorm:
would + werkwoord
Slide 22 - Slide
If I ... (to be) the president, I ... (to take) better care of the homeless.
A
would be - would take
B
were - took
C
were - would take
D
would be - take
Slide 23 - Quiz
First vs. second conditional
Slide 24 - Slide
If we won the lottery, I ..... (be) very happy
Slide 25 - Open question
If it .... (snow) tonight,
the coach will cancel the match
Slide 26 - Open question
More lessons like this
3K/GT theme 4: Conditionals Zero & First & Second
February 2025
- Lesson with
33 slides
Engels
Middelbare school
vmbo k, g, t, mavo, havo, vwo
Leerjaar 1-3
3K/GT theme 4: Conditionals Zero & First & Second
8 days ago
- Lesson with
34 slides
Engels
Middelbare school
vmbo k, g, t, mavo, havo, vwo
Leerjaar 1-3
3K/GT theme 4: Conditionals Zero & First & Second
February 2025
- Lesson with
36 slides
Engels
Middelbare school
vmbo k, g, t, mavo, havo, vwo
Leerjaar 1-3
3K/GT theme 4: Conditionals Zero & First & Second
February 2025
- Lesson with
34 slides
Engels
Middelbare school
vmbo k, g, t, mavo, havo, vwo
Leerjaar 1-3
3K/GT theme 4: Conditionals Zero & First & Second
March 2024
- Lesson with
34 slides
Engels
Middelbare school
vmbo k, g, t, mavo, havo, vwo
Leerjaar 1-3
3K/GT theme 4: Conditionals Zero & First & Second
February 2025
- Lesson with
35 slides
Engels
Middelbare school
vmbo k, g, t, mavo, havo, vwo
Leerjaar 1-3
3K/GT theme 4: Conditionals Zero & First & Second
17 days ago
- Lesson with
34 slides
Engels
Middelbare school
vmbo k, g, t, mavo, havo, vwo
Leerjaar 1-3
3K/GT theme 4: Conditionals Zero & First & Second
17 days ago
- Lesson with
36 slides
Engels
Middelbare school
vmbo k, g, t, mavo, havo, vwo
Leerjaar 1-3