3 vmbo-b 5.2 Ecologie: Eten en gegeten worden

Thema 5 Ecologie
5.2 Eten en gegeten worden
1 / 18
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Thema 5 Ecologie
5.2 Eten en gegeten worden

Slide 1 - Slide

wat gaan we vandaag doen?
herhalen 5.1 Fotosynthese en verbranding
leerdoelen vandaag
nieuwe theorie: 5.2 Eten en gegeten worden
zelf aan de slag
herhalen leerdoelen

Slide 2 - Slide

Waar vindt verbranding plaats?
A
In de bladgroenkorrels
B
In de longen
C
In alle cellen
D
In de rode bloedcellen

Slide 3 - Quiz

Wie doen er aan verbranding?
A
Alleen planten
B
Alleen dieren
C
Planten en dieren
D
Alle organismen (levende wezens)

Slide 4 - Quiz

Bij verbranding...
A
verbruik je energie
B
krijg je energie
C
kost energie
D
komt energie vrij

Slide 5 - Quiz

Bij fotosynthese ....
A
Nemen planten zuurstof op en geven CO2 af
B
Nemen planten koolstof op en geven zuurstof af
C
Nemen planten C02 op en geven zuurstof af
D
nemen planten koolstof op en geven CO2 af

Slide 6 - Quiz

Welke stoffen zijn energierijke stoffen?
A
glucose, eiwitten en vetten
B
eiwitten en mineralen
C
vitaminen en mineralen

Slide 7 - Quiz

5.2 Eten en gegeten worden
Alle organismen kan je verdelen in 3 groepen:

- producenten
- consumenten
- reducenten

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

5.2 Eten en gegeten worden
Planten zijn producenten.
Door fotosynthese kunnen ze zelf glucose maken.
Uit glucose kunnen planten andere energierijke stoffen maken, zoals koolhydraten, eiwitten en vetten.

Planten maken deze energierijke stoffen voor zichzelf, maar ook voor dieren.

Slide 10 - Slide

5.2 Eten en gegeten worden
Dieren zijn consumenten.
Dieren kunnen zelf geen energierijke stoffen maken.
Zij moeten deze stoffen binnenkrijgen via hun voedsel.
Zij eten planten of andere dieren.

Dieren gebruiken de opgegeten energierijke stoffen voor verbranding en de opbouw van hun eigen lichaam.

Slide 11 - Slide

5.2 Eten en gegeten worden
Schimmels en bacteriën breken de resten van dode organismen af. Dit zijn energierijke stoffen uit planten en dieren.
Hierbij ontstaan energiearme stoffen: koolstofdioxide, water en mineralen.

Een ander woord voor afbreken is reduceren.
Bacteriën en schimmels zijn daarom reducenten.

Planten nemen de enrgiearme stoffen weer op.

Slide 12 - Slide

In een weideveld staan planten.
Bladluizen drinken de sappen uit de bladeren van de plant.

De bladluizen worden opgegeten door sluipwespen.

De wespendief eet het liefst sluipwespen.

Slide 13 - Slide

Links op de afbeelding zie je een voedselketen.

Een voedselketen is een reeks soorten, waarbij elke soort wordt gegeten door een andere soort

De pijlen betekenen wordt gegeten door.

Slide 14 - Slide

Elke soort in een voedselketen noem je een schakel.

De eerste schakel is altijd een plant, omdat planten hun eigen voedsel produceren.

De volgende schakels zijn altijd dieren.

In een voedselketen komen geen schimmels en bacteriën voor.

Slide 15 - Slide

5.2 Eten en gegeten worden
Planteneters zijn dieren die alleen maar planten eten. In een voedselketen zijn ze altijd de tweede schakel.

Vleeseters zijn dieren die andere dieren eten en vormen de derde schakel of hoger.

Alleseters zijn dieren die planten en dieren eten. Alleseters kunnen de tweede schakel zijn of hoger.

Slide 16 - Slide

VRAGEN??

Slide 17 - Slide

Zelf aan de slag
5.2 Eten en gegeten worden: lees de tekst en maak de opdrachten:

Opdracht 1 t/m 7 maken
(vanaf blz. 101)

Slide 18 - Slide