This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 90 min
Items in this lesson
Terugblik:
Twee soorten reclame
Lay-out
Terugblik
Slide 1 - Slide
1. Op 1 januari 2019 heeft Thijs in totaal € 150.000 spaargeld. Hij heeft geen schulden. Het heffingsvrije vermogen in box 3 bedraagt € 30.360,-. Bereken het belastbare vermogen voor Thijs in 2019. De belasting die Thijs in box 1 moet betalen is € 3.100
A
€ 150.000
B
€ 150.000 - 3.100 = €146.900
C
€ 150.000 - € 30.360 = €119.640
D
€ 150.000 - € 30.360
€ 3.100 = € 116.540
Slide 2 - Quiz
In box 1 betaalt Imane € 22.198 belasting, in box 3 betaalt ze € 243 belasting. Ze krijgt € 3.562 aan heffingskortingen. Bereken het bedrag dat Imane aan inkomstenbelasting betaalt.
A
€25.517,-
B
€18.879,-
C
€18.393,-
D
€22.198,-
Slide 3 - Quiz
Joyce heeft zoals gezegd goed gespaard en 50.000 op de bank staan tegen 2% rente.
Het belastingtarief voor BOX 3 is 30%.
Wat is, uitgaande van het percentage forfaitair rendement, het bedrag dat zij overhoud van haar vermogen na betalen van de belasting in BOX 3?