Week 12_N1B_Thema D_§3 t/m 5_Open en gesloten vragen + Interview

Maandag, 17 maart 2025
Ik kan/weet:

  • open en gesloten vragen herkennen in interviews.
  • hoofdzaken uit interviewfragmenten halen.
  • belangrijke informatie uit een informatieve tekst zoals een interview halen en beoordelen.
  • inleiding, middenstuk en slot herkennen.
  • goede vragen stellen om aan specifieke informatie te komen.
  • open en gesloten vragen stellen en doorvragen om aan informatie te komen.

Pak eerst je leesboek, want we gaan 10 minuten stil lezen. 
timer
20:00
1 / 13
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 1

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Maandag, 17 maart 2025
Ik kan/weet:

  • open en gesloten vragen herkennen in interviews.
  • hoofdzaken uit interviewfragmenten halen.
  • belangrijke informatie uit een informatieve tekst zoals een interview halen en beoordelen.
  • inleiding, middenstuk en slot herkennen.
  • goede vragen stellen om aan specifieke informatie te komen.
  • open en gesloten vragen stellen en doorvragen om aan informatie te komen.

Pak eerst je leesboek, want we gaan 10 minuten stil lezen. 
timer
20:00

Slide 1 - Slide

het interview

Slide 2 - Mind map

Wat is een interview?
Een interview is een vraaggesprek.
Iemand stelt vragen (de interviewer) om aan informatie te komen en iemand anders geeft antwoord.

Als interviewer kan je gesloten en open vragen stellen:
- Bij een gesloten vraag is maar één antwoord mogelijk. Vaak (maar niet altijd!) is dat ja of nee.
- Bij een open vraag krijg je vaak uitgebreider antwoord. Open vragen beginnen vaak met:
   hoe, waarom of wat.

Slide 3 - Slide

Thema D, §3 Vragen stellen
Lees de vragen van opdracht 2. 
Hierna bekijken we klassikaal het filmpje over politieman Zefanja Engbers die een lintje krijgt.




Slide 4 - Slide

Thema D, §4 Interviews
Een interview heeft een inleiding, een middenstuk en een slot.

Inleiding:
Geïnterviewde wordt voorgesteld en het is duidelijk wat het onderwerp van de tekst is.

Middenstuk:
In het middenstuk worden de vragen en antwoorden weergegeven.

Slot: 
Het slot bestaat vaak uit een slotvraag en het antwoord van de geïnterviewde.

Slide 5 - Slide

Thema D, §4 Tekst 1 'Astronaut Andre Kuipers'
Waaraan kun je zien dat tekst 1 een interview is?

We lezen samen de tekst en maken de opdrachten met elkaar.

Slide 6 - Slide

Zelfstandig werken
Ga aan de slag met:

§ 3 Vragen stellen
§4 Interviews

timer
15:00

Slide 7 - Slide

Donderdag, 20 maart 2025
Ik kan/weet:

  • een zakelijke e-mail schrijven.
  • de e-mail afstemmen op mijn publiek door formele taal te gebruiken en de regels van de opening en de afsluiting van de e-mail goed te gebruiken.





Pak eerst je leesboek, want we gaan 10 minuten stil lezen. 
timer
20:00

Slide 8 - Slide

(zakelijke) e-mail

Slide 9 - Mind map

Zakelijke e-mail
Inhoud
In de inleiding schrijf je wie je bent en waarom je de e-mail schrijft. Dat noem je de aanleiding voor de mail.
In het middenstuk geef je aan welke informatie je wilt hebben of stel je je vragen.
In het slot spreek je een wens of verwachting uit. Bijvoorbeeld: ‘Ik hoop snel een antwoord van u te krijgen.’

Slide 10 - Slide

Zakelijke e-mail
Vorm
Vul altijd de onderwerpregel in. Daarin zet je kort en duidelijk waarover je e-mail gaat.
Begin met een beleefde aanhef, bijvoorbeeld ‘Beste mevrouw Van Suijlenkom,’.
Let op: na de aanhef gebruik je een komma.

Spreek de ander aan met ‘u’ en gebruik formele taal.
Gebruik witregels tussen alle onderdelen van de e-mail.
Controleer je e-mail op taal- en spelfouten.
Sluit af met ‘Met vriendelijke groet,’.
Vermeld onderaan je volledige naam.

Slide 11 - Slide

Zelfstandig werken
Boek: blz. 194, opdracht 1 + 2
Online: Thema D § 7

Voor opdracht 3 heb je het werkblad nodig.
Heb je een vraag? Steek je vinger op!

Ben je klaar?
Lever het werkblad in
en ga aan de slag met
Woordenschat 3.

timer
15:00

Slide 12 - Slide

Voor de volgende les...
  • kun je een zakelijke e-mail schrijven.
  • de e-mail afstemmen op je publiek door formele taal te gebruiken en de regels van de opening en afsluiting van een e-mail goed te gebruiken.

Maken:
Thema D, §6 (let op: online!) + Woordenschat 3

Slide 13 - Slide