Media basis

Wat betekent het als je mediawijs bent?
1 / 23
next
Slide 1: Open question
MaatschappijleerMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes.

Items in this lesson

Wat betekent het als je mediawijs bent?

Slide 1 - Open question

Bij communicatie:
A
ben je zelf altijd de zender.
B
Wordt informatie doorgegeven
C
is de zender altijd onbekend.
D
Moet je altijd iets zeggen

Slide 2 - Quiz

Ryan schrijft een leuk gedichtje in de agenda van zijn vriendin Beau.
Wat is in deze situatie het middel?

A
Ryan.
B
Het gedichtje
C
De agenda
D
Beau

Slide 3 - Quiz

Wat is een belangrijk kenmerk van een massamedium?
A
Het brengt altijd interessante informatie
B
Er zijn heel veel ontvangers.
C
Het is gratis
D
Het bestaat alleen maar uit reclame

Slide 4 - Quiz

“Bij massamedia is de informatie voor veel mensen bedoeld.”
A
Deze uitspraak is juist
B
Deze uitspraak is onjuist

Slide 5 - Quiz

Bij YouTube zijn de filmpjes ……
Welk woorden zijn weggelaten?

A
De zender
B
Het middel
C
De informatie
D
De ontvanger

Slide 6 - Quiz

In Nederland zijn commerciële zenders en publieke omroepen.
Een voorbeeld van een commerciële zender is:

A
BNN
B
SBS6
C
AVROTROS
D
NPO 3

Slide 7 - Quiz

Bij de tv heb je commerciële zenders en publieke omroepen. Bij de radio heb je:
A
alleen commerciële zenders.
B
ook commerciële zenders en publieke omroepen
C
alleen publieke omroepen
D
geen commerciële zenders en publieke omroepen

Slide 8 - Quiz

Zijn de uitspraken juist of onjuist?
We maken vooral gebruik van de tv:
1. om te ontspannen.
2. omdat we zelf willen communiceren.

A
1 is juist, 2 is onjuist.
B
1 is onjuist, 2 is juist.
C
1 en 2 zijn beide juist.
D
1 en 2 zijn beide onjuist.

Slide 9 - Quiz

Wie bepalen of iets nieuws is?
A
Journalisten
B
De lezers.
C
De politici
D
De mensen die een krant kopen

Slide 10 - Quiz

Een voorbeeld van een actueel nieuwsbericht is:
A
een terugblik op een vliegtuigramp van een jaar geleden.
B
een nieuwsoverzicht van het afgelopen jaar.
C
een vrachtboot die gisteren op het strand van Scheveningen vastliep.
D
een uitleg over de werking van medicijnen tegen hoofdpijn.

Slide 11 - Quiz

Shell heeft veel winst gemaakt in het afgelopen jaar. Waarom komt over dit onderwerp een bericht in de krant?
A
Het is bijzonder.
B
Het gaat over een bekend persoon
C
Het is interessant voor mensen die beleggen in Shell.
D
Het is betrouwbaar

Slide 12 - Quiz

Sommige berichten op internet zijn niet zo betrouwbaar omdat:
A
feiten en meningen vaak niet gescheiden zijn.
B
online journalisten nooit informatie controleren
C
veel informatie gratis is.
D
online berichten altijd nepnieuws zijn

Slide 13 - Quiz

Wat is een voorbeeld van een ideaalbeeld in de reclame?
A
Een bekende Nederlander die vertelt dat mayonaise van Calvé heerlijk is.
B
Een automobilist die door de politie wordt aangehouden.
C
Een gelukkig stel dat op vakantie is op een zonnig tropisch eiland.
D
Een vrouw die met een somber gezicht de badkamer schoonmaakt

Slide 14 - Quiz

“In reclamespots zie je vaak beelden en gevoelens die mensen over moeten halen iets te kopen.”
A
De uitspraak is juist.
B
De uitspraak is onjuist.

Slide 15 - Quiz

Wat is een positief gevolg van het kijken van series?
A
Als je een serie kijkt, dan game je minder.
B
Een serie kan je iets leren over het leven
C
Een serie zorgt voor een ideaalbeeld.
D
Een serie zorgt dat je lekker in slaap kan vallen.

Slide 16 - Quiz

Welke zinnen zijn juist?
1. Slapeloosheid kan een gevolg zijn van te veel gamen.
2. Door series kun je vooroordelen krijgen.

A
Ze zijn allebei goed
B
Alleen 1
C
Alleen 2
D
Ze zijn allebei fout.

Slide 17 - Quiz

Wat is een voorbeeld van een bijzonder nieuwsbericht?
A
Een verslag van een voetbalwedstrijd.
B
Een bericht over een man die op straat briefjes van 100 euro uitdeelt
C
Een verhaal over prinses Amalia.
D
Een verslag van de opknapbeurt van het Paleis op de Dam.

Slide 18 - Quiz

Sociale media hebben een negatieve invloed omdat:
A
je te veel met likes en reacties bezig bent.
B
je niet in aanraking komt met maatschappelijke problemen.
C
je geen contact hebt met anderen
D
je niet leert om samen te werken

Slide 19 - Quiz

Een voorbeeld van privacy is, dat
A
niemand je telefoongesprekken zomaar mag afluisteren.
B
je alleen opgepakt kan worden als er een redelijk vermoeden van schuld is.
C
je slordig omgaat met privégegevens op sociale media.
D
je kritisch kijkt naar de informatie die je tegenkomt.

Slide 20 - Quiz

Maak de zin af. Privacy is:
A
alleen belangrijk op sociale media
B
een grondrecht dat je hebt vanaf je 18e.
C
hetzelfde als vrijheid van meningsuiting.
D
het recht op een privéleven

Slide 21 - Quiz

Maak de zin af. Als je mediawijs bent:
A
doe je niet aan beeldvorming.
B
maak je weinig gebruik van de media
C
hoef je geen informatie meer te checken
D
kijk je naar nieuws alsof je een journalist bent

Slide 22 - Quiz

Een man heeft drie maanden geleden met zijn metaaldetector een pot met gouden munten gevonden. Waarom komt hierover een bericht in de krant?
A
Het is bijzonder.
B
Het gaat over een bekend persoon
C
Het is actueel.
D
Het is betrouwbaar

Slide 23 - Quiz