This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.
- Een zin met meerdere persoonsvormen heet een samengestelde zin.
- Een samengestelde zin heeft meerdere onderwerpen, want bij iedere persoonsvorm hoort een onderwerp.
Robert heeft trek en hij neemt een sandwich.
Zin 1: Robert heeft trek.
Zin 2: Hij neemt een sandwich.
Het voegwoord 'en' verbindt de twee zinnen goed aan elkaar.
1. Doe de TIJDPROEF om de persoonsvormen te vinden
Zet de zin in een andere tijd; de pv's veranderen mee
2. Stel twee keer de vraag 'Wie (of wat) + pv' om de onderwerpen te vinden
De antwoorden op deze vragen noemen we de onderwerpen
Zin: Robert heeft trek en hij eet een bak friet.
Tijdproef: Robert had trek en hij at een bak friet.
De persoonsvormen zijn: heeft en eet
Zin: Robert heeft trek en hij eet een bak friet.
De persoonsvormen zijn: heeft en eet
Vraag 1: Wie heeft? - Antwoord/onderwerp: Robert
Vraag 2: Wie eet? - Antwoord/onderwerp: hij
We use cookies to improve your user experience and offer you personalized content. By using Lessonup you agree to our cookie policy.