CG A1 semana 6 - clase 2 - 05.10.22 - Luisa

Programa
- Herhaling vorige les
- Het weer
- El gerundio
- En afspraak maken
- Een voorstel doen, aannemen en afwijzen


1 / 24
next
Slide 1: Slide
SpaansHBOStudiejaar 1

This lesson contains 24 slides, with text slides.

Items in this lesson

Programa
- Herhaling vorige les
- Het weer
- El gerundio
- En afspraak maken
- Een voorstel doen, aannemen en afwijzen


Slide 1 - Slide

Gerundio (aan het doen zijn)
De Gerundio gebruik je om te vertellen wat je op dit moment aan het doen bent of wat er aan de gang is. Je gebruikt daarvoor het werkwoord estar + gerundio

 + gerundio vorm. 
ESTAR
estoy estás está estamos estáis están

Slide 2 - Slide

Hoe maak je de Gerundio?
estar
1. estoy
2. estás                   + stam            + ando (-ar werkwoorden)
3. está                                                + iendo (-er/ir) werkwoorden              1. estamos
2. estáis
3. están

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Formas irregulares

Onregelmatige vormen

(Zie paragraaf 7.2 p.125)
decir - diciendo
venir - viniendo
pedir - pidiendo
leer - leyendo
ir - yendo
dormir - durmiendo

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Plaats van het wedererend vnmw. p.119 en120

  • Bij de Gerundio kunnen de voornaamwoorden vóór estar staan ... 
  • Me estoy duchando. 

  • Maar ze mogen ook direct achter de Gerundio staan. Om de klemtoon te handhaven krijgt de Gerundio dan wel een accent. 

  • Estoy duchándome

Slide 7 - Slide

¿Qué tiempo hace?
TB. pag. 83
Voor het weer gebruik je de werkwoorden:
  • hacer
  • hay
  • estar 
  • llover (ue) 
  • nevar (ie)

Slide 8 - Slide

¿Qué tiempo hace?
TB. pag. 83

Slide 9 - Slide

A trabajar en equipo

- Maak de kijk opdracht van de volgende slide


timer
15:00

Slide 10 - Slide

Kijk opdracht: 
¿Cómo sobrevives al clima de Holanda?
Da consejos: 
  • Cuando hace mal tiempo                       se recomienda
  • Cuando llueve                                              (no) es necesario
  • Cuando hace mucho viento         +       conviene
  • Cuando hace frío                                         es mejor
  • Cuando hace sol

Slide 11 - Slide

Hoe maak je de Gerundio?
1. Ik ben aan het luisteren.
2. Ben jij aan het werken?                  
3. Hij is aan het voetballen.
1. Wij zijn aan het eten.
2. Wat zijn jullie aan het doen?
3. Zij zijn aan het praten. 
Estoy escuchando.
Está jugando al fútbol.
Están hablando.
¿Estás trabajando?
Estamos comiendo.
¿Qué estáis haciendo?

Slide 12 - Slide

timer
5:00

Slide 13 - Slide

¡A practicar!
Unidad 9
WB: oef: 21, 23, 24, 25

Slide 14 - Slide

Practicar con estar + gerundio
Vertalen
ik ben aan het eten
jij bent aan het schrijven
hij is aan het dansen
zij is aan het bellen
wij zijn aan het leren
wij zijn aan het reizen
jullie zijn aan het spelen
estoy comiendo
estás escribiendo
está bailando
está llamando
estamos aprendiendo
estamos viajando
estáis jugando




Slide 15 - Slide

Ahora conjuguemos los reflexivos en gerundio

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

timer
2:00
60
61

Slide 18 - Slide

¿Tienes ganas de...?
¡Buena idea!
Lo siento

Slide 19 - Slide

¿De qué tienes ganas hoy?
zin hebben in
TENER + GANAS DE + Hele werkwoord

Voorbeeld:

Tengo ganas de quedar con mis amigos en el bar

Slide 20 - Slide

Oefening 3c. pag. 89. Vandaag werd de les afgezegd. Stel je klasgenoot een van deze activiteiten voor. Hij/zij reageert hierop:









1. tomar una cerveza/un café
2. ver una película en casa
3. cenar/almorzar en un restaurante mexicano
4. hacer los deberes de español
5. ir de compras
6. ir a la piscina
7. dar un paseo
timer
3:00

Slide 21 - Slide

¿Qué vas a hacer?
IR + A + hele werkwoord
mondeling opdracht:

Slide 22 - Slide

¡A trabajar en grupos!
WB Unidad 10: 1a, 6, 9, 12

Slide 23 - Slide

Deberes/huiswerk
       Werkboek hoofdstuk 9: Alle opdrachten
Reglas y sistemas + quiz                           

             Werkboek hoofdstuk 10: oefeningen 
1b, 2a, 3, 5, 6, 8, 9  10

Slide 24 - Slide