APRIL

APRIL
1 / 17
next
Slide 1: Slide
NT2Speciaal OnderwijsLeerroute 1

This lesson contains 17 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

APRIL

Slide 1 - Slide

This item has no instructions


  • Welke dag is het vandaag?
  • Welke maand is het?
  • Wat is de datum vandaag?






Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Welke is weg?
januari
februari
april
mei
juni
juli
augustus
september
oktober
november 
december

Slide 3 - Slide

De kinderen kunnen dit op een wisbordje schrijven

Welke is weg?
januari
februari
maart
april
juni
juli
augustus
september
oktober
november 
december

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Welke is weg?
januari
februari
maart
april
mei
juni
juli
augustus
september
november 
december

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Welke is weg?
januari
februari
maart
april
mei
juni
juli
september
oktober 
november
december

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

SLIDE Welke dag, maand, datum?
SLIDE Welke is weg (4x)
Bij de laatste: kijk goed hoe je het schrijft.
[geen SLIDE] Kom samen naar het bord en schrijf de maanden op. Om de beurt een maand.
- Wanneer ben je jarig?
- Wie is jarig in april? De koning!
- Hoeveelste maand is april? De eerste? De tweede?
- Welke maand komt na/voor april?
- Welk seizoen is het in april?

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Wanneer ben jij jarig?
  •  Ik ben jarig in juli.
  • Ik ben jarig op 14 juli.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Wie is jarig in april?

    Slide 9 - Slide

    This item has no instructions

    • De koning is jarig in april.
    • Hij is jarig op 27 april.
    👑 🎉 🧡

    Slide 10 - Slide

    This item has no instructions

    1. Op 1 april komt Sinterklaas.
    2. Op 1 april maken mensen grapjes.
    3. Op 1 april moeten alle mensen sporten.
     Juist of onjuist:

    Slide 11 - Slide

    This item has no instructions

    Slide 12 - Slide

    This item has no instructions

    de kikker

    Slide 13 - Slide

    This item has no instructions

    de kikker

    Slide 14 - Slide

    This item has no instructions

    2 kikkers

    Slide 15 - Slide

    This item has no instructions

    2 kikkers
    • kamers
    • vingers
    • moeders
    • vaders
    • dochters
    • letters
    • koffers


    Slide 16 - Slide

    This item has no instructions

    • de grap   
    • 2 grappen

    • als we blij zijn
    • Zin: Ratislav maakt een goede grap.

    Slide 17 - Slide

    This item has no instructions