Normale zelfstandige naamwoorden: (-s)* Om deze meervoud te maken, voeg ‑s toe aan het woord.
Voorbeelden:
cat – cats
dog - dogs
house – houses
* Als het zelfstandig naamwoord in ‑s, -ss, -sh, -ch, -x, or -z eindigt, voeg ‑es toe aan het eind om het meervoud te maken.
Voorbeelden:
bus – buses
marsh – marshes
lunch – lunches
tax – taxes
blitz – blitzes