Les 7b Moleculaire stoffen - Molecuulbouwdoos

H3.3 Moleculaire stoffen
Practicum molecuulbouwdoos
Leg klaar: schrift en etui (geen laptop)

Planning: vrijdag 21-3 practicum SO H3.3
vrijdag 28-3 PW over H3.1-3.3
1 / 15
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 15 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

H3.3 Moleculaire stoffen
Practicum molecuulbouwdoos
Leg klaar: schrift en etui (geen laptop)

Planning: vrijdag 21-3 practicum SO H3.3
vrijdag 28-3 PW over H3.1-3.3

Slide 1 - Slide

Startvragen over de bindingen tussen moleculen

  1. Hoe heten de bindingen tussen moleculen?
  2. Bij welk processen worden deze bindingen verbroken?
  3. Leg uit welke stof het hoogste kookpunt heeft: a) of b) 






timer
3:00

Slide 2 - Slide

Startvragen over de bindingen tussen moleculen

  1. Hoe heten de bindingen tussen moleculen?
  2. Bij welk processen wordt deze bindingen verbroken?







Vanderwaalsbinding

Slide 3 - Slide

Startvragen over de bindingen tussen moleculen


  1. Bij welk processen worden deze bindingen verbroken? Verdampen (en smelten) en oplossen
  2. Leg uit welke stof het hoogste kookpunt heeft: a)                              of b)


Oplossen
Verdampen (en smelten)

Slide 4 - Slide

Startvragen over de bindingen tussen moleculen
  1. Vanderwaalsbinding
  2. Bij verdampen (en smelten) en oplossen
  3. Leg uit welke stof het hoogste kookpunt heeft:   a)               of b) 






Hoe groter de massa en het oppervlak van een molecuul, hoe sterker de vanderwaalsbinding. 

Dus b) heeft het hoogste kookpunt.

Slide 5 - Slide

Startvragen over de bindingen in een molecuul
  1. Hoe heten de bindingen tussen de atomen in een molecuul? 
  2. Bij welk proces worden deze bindingen verbroken?
  3. Welke binding is zwakker? De binding tussen watermoleculen of de binding in watermoleculen?
atomen
molecuul 
= groepje atomen
timer
3:00

Slide 6 - Slide

Startvragen over de bindingen in een molecuul
  1. Hoe heten de bindingen tussen de atomen in een molecuul? Atoombindingen of              Covalente bindingen 
  2. Bij welk proces worden deze bindingen verbroken?
  3. Welke binding is zwakker? De binding tussen watermoleculen of de binding in watermoleculen?
Atoombinding of covalente binding

Slide 7 - Slide

Startvragen over de bindingen in een molecuul
  1. Hoe heten de bindingen tussen de atomen in een molecuul? Atoombindingen of              Covalente bindingen 
  2. Bij welk proces worden deze bindingen verbroken?         Bij een chemische reactie
  3. Welke binding is zwakker? De binding tussen watermoleculen of de binding in watermoleculen?
C  +  O=O  ->  O=C=O


Slide 8 - Slide

Startvragen over de bindingen in een molecuul
  1. Hoe heten de bindingen tussen de atomen in een molecuul? Atoombindingen of              Covalente bindingen 
  2. Bij welk proces worden deze bindingen verbroken?                      bij een chemische reactie
  3. Welke binding is zwakker? De binding tussen watermoleculen of de binding in watermoleculen? De binding tussen watermoleculen is het zwakste.

Slide 9 - Slide

Leren voor het practicum SO
  • Lees H3.3 in het boek (niet de plusstof) 
  • Maak H3.3 opgave 1 t/m 7 op NOVA online
  • Leer de blauw gedrukte begrippen.
  • Leer tabel 1 met de covalenties.

  • Oefen op NOVA online H3.3 Flitskaarten en Test jezelf.

Slide 10 - Slide

Practicum molecuulbouwdoos
  • Noteer namen en datum op de doos
  • Tel na of de onderdelen compleet zijn
  • Maak de opdrachten.     Molecuulformule     Structuurformule
                                                                  H2                                        H - H
                                                                  H2O                                

KLAAR met deel A? Maak op NOVA online H3.3 opgave 1 t/m 7 van H3.3

Slide 11 - Slide

Covalentie = het aantal atoombindingen dat 1 atoom kan maken. Tel het aantal stappen tot de edelgassen
4  3   2   1
1

Slide 12 - Slide

Practicum SO
Welke bindingen zijn aanwezig in een moleculaire stof en wanneer worden deze bindingen verbroken? 

  • Leg een pen klaar
  • Zet je tas bij het raam
  • Doe een labjas aan en lang haar in een staart
  • Ga op je plek zitten

Practicum duo's


Slide 13 - Slide

  • Je gaat 3 experimenten uitvoeren en een conclusie schrijven. 
  • Wat je moet doen staat steeds schuin gedrukt.
  • Noteer bij elke proef nauwkeurig de waarnemingen: 
      - hoe zien de beginstoffen eruit, 
      - wat neem je waar tijdens het                   experiment, 
      - hoe ziet het resultaat eruit?
  • Maak de overige vragen
 

Slide 14 - Slide

  • Je gaat 3 experimenten uitvoeren en een conclusie schrijven. 
  • Wat je moet doen staat steeds schuin gedrukt.
  • Noteer bij elke proef nauwkeurig de waarnemingen: 
      - hoe zien de beginstoffen eruit, 
      - wat neem je waar tijdens het                   experiment, 
      - hoe ziet het resultaat eruit?
  • Maak de overige vragen
 

Tip: 
Waarneming = wat je ziet/hoort/ruikt

Voorbeelden van waarnemingen:
"witte, vast stof" 
"kleurloze vloeistof" 
"de stof borrelt"

Voorbeelden van onjuiste notatie:
 "zout" of "water" of "de stof kookt"


Slide 15 - Slide