Oefentoets hst 3 geloof

Hst 3
Oefentoets
1 / 28
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 1

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Hst 3
Oefentoets

Slide 1 - Slide

In welk jaar werd Karel de Grote tot keizer gekroond?
A
814
B
800
C
742
D
770

Slide 2 - Quiz

Wat heeft Karel de Grote ingevoerd wat wij nu nog steeds gebruiken?
A
Een bepaalde manier om je zwaard te gebruiken
B
Een munteenheid
C
Het gebruik van Latijn als taal
D
De manier van kleden

Slide 3 - Quiz

Kijk goed naar deze afbeelding...

Slide 4 - Slide

Welk deel van deze handtekening maakte Karel de Grote zelf?
A
Alles, hij kon zelf zijn handtekening zetten
B
Alleen de letters
C
Alleen de rechte lijnen
D
Het kleine vierkantje in het midden

Slide 5 - Quiz

Hoe wordt het leenstelsel ook wel genoemd?

Slide 6 - Open question

Hoe zou je een landbouwsamenleving het beste kunnen beschrijven?
A
Iedereen verkoopt hier groentes
B
Als een samenleving waar iedereen tuinieren als hobby heeft
C
Iedereen leeft van de zelf verbouwde gewassen

Slide 7 - Quiz

Welk feest hebben wij van de Germanen overgenomen?
A
Valentijnsdag
B
Dodenherdenking
C
Hemelvaartsdag
D
Pasen

Slide 8 - Quiz

Waarom was het voor de missionarissen handig om Germaanse gebruiken over te nemen?
A
Zij vonden het belangrijk om tradities te behouden
B
Zij vonden het zelf ook goede tradities
C
Zo was het voor de Germanen makkelijker om zich te bekeren
D
De missionarissen deden dit niet bewust

Slide 9 - Quiz

Waar of niet waar: Bonifatius werd vermoord bij Dokkum
A
Waar
B
Niet waar

Slide 10 - Quiz

Waar of niet waar: de paus was in de middeleeuwen belangrijker dan de koning
A
Waar
B
Niet waar

Slide 11 - Quiz

Welke uitspraak over de middeleeuwse paus is waar?
A
De paus woont in Italië
B
De paus is leider van de christelijke kerk
C
De paus wordt gekozen door de christenen
D
De paus heeft veel macht in Nederland

Slide 12 - Quiz

Geef de betekenis van 'ora et labora'

Slide 13 - Open question

Waaruit bestaat het leven van een monnik?
A
Werken op het land
B
De stad schoonmaken
C
Boeken overschrijven
D
De kerk schoonhouden voor de priester

Slide 14 - Quiz

Geef het goede begrip bij de betekenis: een volgeling van de heilige Benedictus
A
Heiligverklaring
B
Een Fries
C
(Zich) bekeren
D
Benedictijn

Slide 15 - Quiz

Geef het begrip bij de betekenis: een geestelijke die rondreist om mensen te bekeren tot het christendom
A
Klooster
B
Missionaris
C
Monotheïsme
D
Paus

Slide 16 - Quiz

Geef uitleg bij het begrip: klooster
A
Een religie die zich richt op natuurverschijnselen
B
Bid en werk
C
Een geestelijke die de paus helpt het land te besturen
D
Een gebouw met land eromheen waar monniken wonen

Slide 17 - Quiz

Geef uitleg bij het begrip: natuurgodsdienst
A
Een Germaans volk
B
Een religie die zich richt op natuurverschijnselen
C
Het geloof in meerdere goden
D
De bekering tot christen

Slide 18 - Quiz

Is de islam een montheïstisch of een polytheïstisch geloof?
A
Monotheïstisch
B
Polytheïstisch

Slide 19 - Quiz

Welke stad is voor zowel de joden, de christenen als de moslims heel erg belangrijk?
A
Mekka
B
Tel Aviv
C
Jeruzalem
D
Damascus

Slide 20 - Quiz

Noem twee voorbeelden waarom de islamitische cultuur in de Middeleeuwen hoogontwikkeld was

Slide 21 - Open question

Waar of niet waar: Jezus komt voor in de islam
A
Waar
B
Niet waar

Slide 22 - Quiz

Waar of niet waar: Jeruzalem is een belangrijke stad voor moslims
A
Waar
B
Niet waar

Slide 23 - Quiz

Hoe gingen de Arabieren om met de veroverde volkeren en hun godsdienst?
A
Er was godsdienstvrijheid
B
De volkeren moesten zich bekeren of het land verlaten
C
Alle volkeren die in één god geloofden mochten blijven geloven in ruil voor meer belasting
D
Geen van de antwoorden is juist

Slide 24 - Quiz

Welke stad in Spanje is een belangrijke islamitische stad geweest?
A
Santiago de Compostella
B
Cordoba
C
Madrid
D
Barcelona

Slide 25 - Quiz

Wat is de jihad?
A
De vijf zuilen van de islam
B
Een heilige oorlog
C
De vastenmaand
D
De leider van een islamitische samenleving

Slide 26 - Quiz

Geef de betekenis van het begrip: vasten
A
De islamitische jaartelling beginnend in 622
B
De tocht naar een heilige plaats om te bidden
C
Een periode van niet eten en drinken
D
De kunst van het sierlijk schrijven van tekst

Slide 27 - Quiz

Geef het begrip bij de beschrijving: een tocht naar een heilige plaats om te bidden
A
Kalifaat
B
Islamitische jaartelling
C
Arabier
D
Bedevaart

Slide 28 - Quiz