Spreekwoorden VSO

Verhaal nog inleveren:
  • 1A: Lucas
  • 1B: Badr, Kiano, Janayah
  • 1C:Kate en Hristo
  • 1D: Denisha en Elin

Vandaag via de mail inleveren, anders heb je een onvoldoende. 
1 / 40
next
Slide 1: Slide
NederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1Leerroute 2

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Verhaal nog inleveren:
  • 1A: Lucas
  • 1B: Badr, Kiano, Janayah
  • 1C:Kate en Hristo
  • 1D: Denisha en Elin

Vandaag via de mail inleveren, anders heb je een onvoldoende. 

Slide 1 - Slide

Voorlezen, lezen of puzzelen
Blz. 160 t/m 164
timer
3:00

Slide 2 - Slide

Spreekwoorden en gezegden

Slide 3 - Slide

Spreekwoorden en gezegden
Spreekwoorden zijn zinnen met een andere betekenis.
De woorden betekenen iets anders.

Slide 4 - Slide

doel
  •  Je weet wat gezegden/spreekwoorden betekenen.
  • Je snapt waarom we ze gebruiken.
  • Je kan minstens 1 voorbeeld geven.

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Welk spreekwoord?

Slide 7 - Slide

Spreekwoorden en gezegden
Wat is het nut hiervan?

Ze worden vaak gebruikt om advies te geven of om iets duidelijk te maken.

Slide 8 - Slide

Voorbeeld 1
Het spreekwoord:
Hij eet met lange tanden.

Slide 9 - Slide

Voorbeeld 1
Het spreekwoord:
Hij eet met lange tanden.

Met lange tanden eten betekent dat je het eten niet lekker vindt en er lang over doet.

Slide 10 - Slide

Voorbeeld 2
Het spreekwoord:
Zij lijken op elkaar als 2 druppels water.

Slide 11 - Slide

Voorbeeld 2
Het spreekwoord:
Zij lijken op elkaar als 2 druppels water.

Het betekent dat 2 mensen heel erg veel op elkaar lijken. Druppels water zien er bijna hetzelfde uit. 

Slide 12 - Slide

Voorbeeld 2
Het spreekwoord:
Zij lijken op elkaar als 2 druppels water.

Het betekent dat 2 mensen heel erg veel op elkaar lijken. Druppels water zien er bijna hetzelfde uit. 

Bonus: De appel valt niet ver van de boom.


Slide 13 - Slide

Thema's bij spreekwoorden
Sommige spreekwoorden gaan over hetzelfde thema. De volgende spreekwoorden hebben allemaal met liefde te maken. 

Er volgen na de spreekwoorden een aantal vragen over de spreekwoorden over liefde. 

Slide 14 - Slide

Spreekwoorden over de liefde
  • Een oogje op iemand hebben

  • Betekent: Iemand heel erg leuk vinden, verliefd zijn op iemand.

Slide 15 - Slide

Spreekwoorden over de liefde
  • De liefde van een man gaat door de maag.  (maag = buik)

  • Betekent: Als je lekker eten voor een man maakt, wordt hij sneller verliefd op jou.

Slide 16 - Slide

Spreekwoorden over de liefde
  • Een blauwtje lopen

  • Betekent: Als je een relatie wilt met iemand en je vraagt dit aan die persoon, maar de andere persoon wil dit niet. Dan loop je een blauwtje.

Slide 17 - Slide

Spreekwoorden over de liefde
  • Liefde is blind

  • Betekent: Als je heel erg verliefd bent op iemand, dan zie je alleen de leuke dingen van die persoon. En niet de slechte of minder leuke dingen.

Slide 18 - Slide

Wat betekent het spreekwoord:
Een oogje op iemand hebben
A
Je houdt iemand de hele tijd in de gaten
B
Je bent vergeetachtig
C
Als je lekker eten voor een man maakt, wordt hij sneller verliefd op jou.
D
Iemand heel erg leuk vinden, verliefd zijn op iemand.

Slide 19 - Quiz

Wat betekent het spreekwoord:
Liefde is blind
A
Als je heel erg verliefd bent op iemand, dan zie je alleen de leuke dingen van die persoon.
B
Je bent vergeetachtig
C
Als je lekker eten voor een man maakt, wordt hij sneller verliefd op jou.
D
Iemand heel erg leuk vinden, verliefd zijn op iemand.

Slide 20 - Quiz

Wat betekent het spreekwoord:
De liefde van een man gaat door de maag.
A
Je houdt iemand de hele tijd in de gaten
B
Je bent vergeetachtig
C
Als je lekker eten voor een man maakt, wordt hij sneller verliefd op jou.
D
Iemand heel erg leuk vinden, verliefd zijn op iemand.

Slide 21 - Quiz

Wat betekent het spreekwoord:
Een blauwtje lopen
A
Je houdt iemand de hele tijd in de gaten
B
Als je iemand heel leuk vindt en dit kenbaar maakt, maar de ander denk niet zo over jou.
C
Als je lekker eten voor een man maakt, wordt hij sneller verliefd op jou.
D
Iemand heel erg leuk vinden, verliefd zijn op iemand.

Slide 22 - Quiz

Een paar Engelse 
spreekwoorden.


It's raining cats and dogs

Slide 23 - Slide

Engels spreekwoord


It's raining cats and dogs
Het regent hard

Slide 24 - Slide

Engels spreekwoord


Don't judge a book by it's cover

Slide 25 - Slide

Engels spreekwoord


Don't judge a book by it's cover
Beoordeel het boek niet om zijn kaft 
(geen mening vormen op basis van het uiterlijk)

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide


Slide 28 - Open question

Slide 29 - Slide


Slide 30 - Open question

Spreekwoord of uitdrukking?

Slide 31 - Slide

Spreekwoord of uitdrukking?

Zo sterk zijn als een leeuw.
A
spreekwoord
B
uitdrukking

Slide 32 - Quiz

Spreekwoord of uitdrukking?

Hij groet op voor galg en rad.
A
spreekwoord
B
uitdrukking

Slide 33 - Quiz

Spreekwoorden hebben een...
A
letterlijke betekenis.
B
figuurlijke betekenis.

Slide 34 - Quiz

Test je spreekwoordenkennis:

De ....... valt niet ver van de boom.
A
peer
B
banaan
C
druif
D
appel

Slide 35 - Quiz




                       Welk spreekwoord is juist?
A
De kat in de pot vinden.
B
De hond in de pot vinden.

Slide 36 - Quiz

Een spreekwoord is:
A
Een grapje.
B
Een korte zin met een waarheid of wijsheid.
C
Slechte woorden/schelden.
D
Iets wat letterlijk wordt bedoeld.

Slide 37 - Quiz

Wat betekent dit spreekwoord?
A
Je kan goed blaffen.
B
Je laat je boterham met kaas niet afpakken.
C
Je kan goed voor jezelf opkomen.
D
Je houdt van kaas.

Slide 38 - Quiz

Welk spreekwoord zie je hier?
A
De kat in de boom kijken.
B
De kat uit de boom kijken.
C
De kat bekijken.
D
Laat de kat maar in de boom zitten.

Slide 39 - Quiz

Aan de slag!

Maak het werkboekje af. 

Slide 40 - Slide