Spreekwoorden VSO

Spreekwoorden en gezegden
1 / 25
next
Slide 1: Slide
NederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1Leerroute 2

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Spreekwoorden en gezegden

Slide 1 - Slide

Spreekwoorden en gezegden
Spreekwoorden zijn zinnen met een andere betekenis.
De woorden betekenen iets anders.

Slide 2 - Slide

doel
- Je weet wat gezegden/spreekwoorden betekent.
- Je snapt waarom we ze gebruiken.
- Je kan minstens 1 voorbeeld geven.

Slide 3 - Slide

Spreekwoorden en gezegden
Wat is het nut hiervan?

worden vaak gebruikt om advies te geven of om iets duidelijk te maken.

Slide 4 - Slide

Voorbeeld 1
Het spreekwoord:
Hij eet met lange tanden.

Slide 5 - Slide

Voorbeeld 1
Het spreekwoord:
Hij eet met lange tanden.

Met lange tanden eten betekent dat je het eten niet lekker vindt en er lang over doet.

Slide 6 - Slide

Voorbeeld 2
Het spreekwoord:
Zij lijken op elkaar als 2 druppels water.

Slide 7 - Slide

Voorbeeld 2
Het spreekwoord:
Zij lijken op elkaar als 2 druppels water.

Het betekent dat 2 mensen heel erg veel op elkaar lijken. Druppels water zien er bijna hetzelfde uit. 

Slide 8 - Slide

Voorbeeld 2
Het spreekwoord:
Zij lijken op elkaar als 2 druppels water.

Het betekent dat 2 mensen heel erg veel op elkaar lijken. Druppels water zien er bijna hetzelfde uit. 

Bonus: De appel valt niet ver van de boom


Slide 9 - Slide

Spreekwoorden over de liefde
  • Een oogje op iemand hebben
  • Betekent: Iemand heel erg leuk vinden, verliefd zijn op iemand.

Slide 10 - Slide

Spreekwoorden over de liefde
  • De liefde van een man gaat door de maag.  (maag = buik)
  • Betekent: Als je lekker eten voor een man maakt, wordt hij sneller verliefd op jou.

Slide 11 - Slide

Spreekwoorden over de liefde
  • Een blauwtje lopen
  • Betekent: Als je een relatie wilt met iemand en je vraagt dit aan die persoon, maar de andere persoon wil dit niet. Dan loop je een blauwtje.

Slide 12 - Slide

Spreekwoorden over de liefde
  • Liefde is blind
  • Betekent: Als je heel erg verliefd bent op iemand, dan zie je alleen de leuke dingen van die persoon. En niet de slechte of minder leuke dingen.

Slide 13 - Slide

Wat betekent het spreekwoord:
Een oogje op iemand hebben
A
Je houdt iemand de hele tijd in de gaten
B
Je bent vergeetachtig
C
Als je lekker eten voor een man maakt, wordt hij sneller verliefd op jou.
D
Iemand heel erg leuk vinden, verliefd zijn op iemand.

Slide 14 - Quiz

Wat betekent het spreekwoord:
Liefde is blind
A
Als je heel erg verliefd bent op iemand, dan zie je alleen de leuke dingen van die persoon.
B
Je bent vergeetachtig
C
Als je lekker eten voor een man maakt, wordt hij sneller verliefd op jou.
D
Iemand heel erg leuk vinden, verliefd zijn op iemand.

Slide 15 - Quiz

Wat betekent het spreekwoord:
De liefde van een man gaat door de maag.
A
Je houdt iemand de hele tijd in de gaten
B
Je bent vergeetachtig
C
Als je lekker eten voor een man maakt, wordt hij sneller verliefd op jou.
D
Iemand heel erg leuk vinden, verliefd zijn op iemand.

Slide 16 - Quiz

Wat betekent het spreekwoord:
Een blauwtje lopen
A
Je houdt iemand de hele tijd in de gaten
B
Als je iemand heel leuk vindt en dit kenbaar maakt, maar de ander denk niet zo over jou.
C
Als je lekker eten voor een man maakt, wordt hij sneller verliefd op jou.
D
Iemand heel erg leuk vinden, verliefd zijn op iemand.

Slide 17 - Quiz

opdracht
In dik gedrukt staat een spreekwoord/gezegde
probeer de betekenis erbij te vinden.

Weet je het niet? probeer de volgende.

Slide 18 - Slide

doel
- Je weet wat gezegden/spreekwoorden betekent.
- Je snapt waarom we ze gebruiken.
- Je kan minstens 1 voorbeeld geven.

Slide 19 - Slide


Antwoord
Hoe laat is het?

Slide 20 - Open question

Engels spreekwoord


It's raining cats and dogs

Slide 21 - Slide

Engels spreekwoord


It's raining cats and dogs
Het regent hard

Slide 22 - Slide

Engels spreekwoord


Don't judge a book by it's cover

Slide 23 - Slide

Engels spreekwoord


Don't judge a book by it's cover
Beoordeel het boek niet om zijn kaft 
(geen mening vormen op basis van het uiterlijk)

Slide 24 - Slide

doel
- Je weet wat gezegden/spreekwoorden betekent.
- Je snapt waarom we ze gebruiken.
- Je kan minstens 1 voorbeeld geven.

Slide 25 - Slide