Argo 3 spelregels

wat betekent ὁ θρονος
A
tenslotte
B
kind
C
troon
D
list
1 / 29
next
Slide 1: Quiz
GrieksMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1,2

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

wat betekent ὁ θρονος
A
tenslotte
B
kind
C
troon
D
list

Slide 1 - Quiz

wat betekent οὐν
A
tenslotte
B
dan, dus, nu
C
zo, op deze manier
D
waarnemen

Slide 2 - Quiz

wat betekent ἡ κορη
(antwoord zonder lidwoord)

Slide 3 - Open question

wat betekent τικτω?

Slide 4 - Open question

Spelregels Argo les 3
herhaling naamval nominativus en accusativus

werkwoordsvormen: persoonsvorm enkelvoud en meervoud
infinitivus

Slide 5 - Slide

Sleep de vorm naar de juiste naamval
nom ev
acc ev
nom mv
acc mv
μάχαι
μάχας
μάχη
μάχην

Slide 6 - Drag question

Sleep de vorm naar de juiste naamval
nom ev
acc ev
nom mv
acc mv
θεοί
θεούς
θεός
θεόν

Slide 7 - Drag question

Sleep de vorm naar de juiste naamval
nom ev
gen ev
dat ev
acc ev
τῇ
τήν
τῆς

Slide 8 - Drag question

Sleep de vorm naar de juiste naamval
nom mv
gen mv
dat mv
acc mv
ταῖς
τάς
αἱ
τῶν

Slide 9 - Drag question

Sleep de vorm naar de juiste naamval
nom ev
gen ev
dat ev
acc ev
τῷ
τόν
τοῦ

Slide 10 - Drag question

Sleep de vorm naar de juiste naamval
nom mv
gen mv
dat mv
acc mv
τοῖς
τοῦς
οἱ
τῶν

Slide 11 - Drag question

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Sleep de werkwoordsvormen naar de juiste benoeming
Infinitivus regelmatig
3e mv regelmatig
3e ev regelmatig
Infinitivus 'zijn'
3e ev 'zijn'
3e mv 'zijn'
φέρουσι
λέγειν
ὀνομαζει
ἐστίν
εἰσί
εἶναι

Slide 20 - Drag question

Sleep de werkwoordsvormen naar de juiste vertaling
(te) zeggen
(zij) dragen
(hij/zij/het) noemt
(te) zijn
(hij/zij/het) is
(zij) zijn
φέρουσι
λέγειν
ὀνομαζει
ἐστίν
εἰσί
εἶναι

Slide 21 - Drag question

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Video

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

huiswerk dinsdag 18 maart
leren woorden les 4 ὁ δολος t/m ἔχω
leren uitgangen werkwoord (HB p.90)
maken ἐργον 15 (HB p. 93)

Slide 27 - Slide

Wat heb je deze les geleerd?

Slide 28 - Open question

Heb je de uitleg van vandaag begrepen?
A
Ja, helemaal
B
Ja, het meeste wel
C
Nee, nog niet helemaal
D
Nee, ik snap er niks van

Slide 29 - Quiz