2.6 Voeding en vertering bij zoogdieren

bs 6: voeding en vertering bij zoogdieren
1 / 13
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2,3

This lesson contains 13 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

bs 6: voeding en vertering bij zoogdieren

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
- Je kunt het verband aangeven tussen voedselkeuze, de lengte van het darmkanaal en de kenmerken van het gebit

Slide 2 - Slide

Dier eet voornamelijk:
Planten – herbivoren:  Herba = kruid/plant

Vlees- carnivoren:  Carne = vlees

Beiden/alles - omnivoren:  Omni = alles



Slide 3 - Slide

Kenmerken van het gebit

Slide 4 - Slide

Herbivoren / planteneters
  • Hebben een langer verteringsstelsel (Bv: paard 40 meter!)
  • Plantaardig materiaal lastiger af te breken vanwege cellulose vezels in celwand van de
      plantencel
  • Plooikiezen om voedsel fijn te malen
      en hebben meestal geen hoektanden


Slide 5 - Slide

Carnivoren / vleeseters
  • Kort verteringsstelsel, platte buik 
  • Grote en scherpe hoektanden
  • Knipkiezen om stukken vlees af te
        kunnen scheuren
  • Kiezen glijden langs elkaar als bij
       een schaar

Slide 6 - Slide

hoektanden, snijtanden, knipkiezen

Slide 7 - Slide

Omnivoren / alleseters
  • Middellang verteringsstelsel
  • Knobbelkiezen om voedsel fijn te malen
  • Hoektanden; soms groot om te jagen
       Bij sommige dieren even groot als de snijtanden 




Slide 8 - Slide

herbivoor
omnivoor
carnivoor

Slide 9 - Slide

Lengte van het darmkanaal

Slide 10 - Slide

carnivoor
(vleeseter)
herbivoor
(planteneter
omnivoor
(alleseter)
Voedselkeuze
Gebit
Lengte darmkanaal
knipkiezen
plooikiezen
knobbelkiezen
kort
Lang
middellang

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Zelfwerkzaamheid
Werken aan de opdrachten van basisstof 6
Opdrachten 1 t/m 10

Slide 13 - Slide