VWO 1 h.9.2 spelling


Taalverzorging
Spelling
1 / 23
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson


Taalverzorging
Spelling

Slide 1 - Slide

leerdoelen

  • je kunt de de persoonsvorm en het voltooid deelwoord  goed spellen;
  • je kunt samenstellingen goed spellen;
  • je kunt de bezitsvorm juist spellen;
  • Je kunt de apostrof goed gebruiken.


Slide 2 - Slide

Wat doen we deze les?

  • Jullie oefenen met de persoonsvorm tegenwoordige tijd, verleden tijd  en het voltooid deelwoord;

  • We bekijken de theorie van de samenstellingen en de bezitsvorm;

  • We bekijken de theorie van de apostrof;

  • Jullie gaan aan de slag met het opdrachtenblad dat je krijgt.

Slide 3 - Slide


Welke vorm van de persoonsvorm verleden tijd klopt in de zin?

De leerlingen (zuchten).....gisteren vanwege de hoeveelheid huiswerk.
A
zuchte
B
zuchten
C
zuchtte
D
zuchtten

Slide 4 - Quiz


Welke vorm van de persoonsvorm verleden tijd klopt in de zin?

Vroeger (blozen).....ik heel snel, ik was nogal verlegen.
A
blooste
B
bloosde
C
bloosten
D
bloosden

Slide 5 - Quiz


Noteer het werkwoord op de juiste wijze.

De trouwe postbode (bezorgen)..... de post elke dag.

Slide 6 - Open question


Noteer het werkwoord op de juiste wijze.

Mijn moeder is vaak erg (bezorgen)..... als ik de fiets neem.

Slide 7 - Open question


Noteer het werkwoord op de juiste wijze.

Dat kleine jochie (vervelen)........zich snel volgens zijn oppas.


Slide 8 - Open question


Noteer het werkwoord op de juiste wijze.

Gisteren (verdelen)....de groepsleden de taken eerlijk.


Slide 9 - Open question


Welke vorm van het werkwoord is juist?

Wat goed, dat je een gezonde maaltijd (bestellen).....
A
bestelt
B
besteld
C
besteldt

Slide 10 - Quiz

schrijf (e) n
voorbeelden
Als het eerste deel van de samenstelling een zelfstandig naamwoord is, dat alleen een meervoud op -n of -en heeft.
vissenkom
verdachtenverhoor
bloemenvaas
schrijf geen -n:

voorbeelden
Als het eerste deel van de samenstelling geen meervoud heeft.
roggebrood, ereplaats
Als het eerste deel van de samenstelling alleen een meervoud op -s heeft.
aspergebed, etagewoning
Als het eerste deel van de samenstelling een meervoud op -s en -n heeft.
lindebloesem, groentesoep, aktetas
Als het eerste deel van de samenstelling geen zelfstandig naamwoord is.
huilebalk, rodekool
Als het eerste deel van de samenstelling de betekenis van het tweede woord versterkt.
apetrots, reuzeleuk
Als het eerste deel van de samenstelling een uniek persoon of zaak is.
zonnebank, Koninginnedag
Als het woord niet (meer) herkenbaar is als een samenstelling. Soms lijkt het woord een samenstelling, maar is het dat nooit geweest.
schattebout, spillebeen.
Samenstellingen (e, en)

Slide 11 - Slide

Samenstellingen met een tussen -s
schrijf -s
voorbeelden
Als je die klank hoort.
dorpskern, reddingsboot
Als het tweede deel begint met een sisklank, kun je de klank niet horen. Vervang het tweede woorddeel, zodat je hoort of je een tussen -s moet schrijven.
dorpskern                dus ook: Dorpsstraat

reddingsboot           dus ook: reddingsschip

Slide 12 - Slide


Maak samenstellingen

spin + web               station + chef        maan + schijn           rijst + pap
tarwe + bloem          groep + druk         seconde + wijzer      knarsen + tanden

Slide 13 - Open question

Bezitsvorm

In plaats van de boormachine van mijn oom kun je ook zeggen 
mijn ooms boormachine
De bezitsvorm van een zelfstandig naamwoord maak je meestal door er een -s achter te zetten.

Voorbeeld

de mountainbike van mijn broer →  mijn broers mountainbike
de passer van Farah                  →  Farahs passer
het broodje van Corné               →   Cornés broodje


Slide 14 - Slide


  • Eindigt het zelfstandig naamwoord op een a, i, o, u of y die lang klinkt?

  • Schrijf dan een apostrof voor de s: Mila's regels, Amy's roddels.

  • Eindigt het zelfstandig naamwoord op een sisklank? Schrijf dan alleen een apostrof: Morris' kaartspel, Patrice' gereedschap.

Slide 15 - Slide


In welk antwoord is de bezitsvorm juist gespeld?


A
Pieter's auto
B
Mijn tante's baby
C
Oma's huis
D
Marlies's ouders

Slide 16 - Quiz


Noteer de bezitsvormen op de juiste wijze.
Elsa - mobiel          Morris - hond  
Erik - ouders          Michelle - vriendin








Slide 17 - Open question

Apostrof

  • Een apostrof heb je soms nodig om uitspraakproblemen te voorkomen.

  • Bijvoorbeeld bij sommige meervoudsvormen, bezitsvormen en verkleinwoorden

  • Je kunt 'm ook gebruiken als je letters weglaat.

Slide 18 - Slide

regel
voorbeelden
1
- gebruik de apostrof bij het meervoud van zelfstandige naamwoorden
  op  -a, -i, -o, -u  of -y  (met een medeklinker voor de y).

- bij het meervoud van letters en afkortingen.
radio's, taxi's, baby's

k's, mp3's
2
Bij het verkleinwoord van letters, cijfers, afkortingen en woorden die eindigen op een -y (met een medeklinker ervoor) gebruik je een apostrof.
party'tje, p'tje, 4'tje, dvd'tje
3
Plaats een apostrof bij de bezitsvorm van zelfstandige naamwoorden om uitspraakproblemen te voorkomen. 
Als het woord eindigt op een sisklank, schrijf je alleen een apostrof, geen extra -s.
oma's breiwerk, 

Lars' idee
4
Gebruik een apostrof bij achtervoegsels van afkortingen.
zzp'er, sms'en

5
Als je in een woord letters weglaat, vervang je deze door een apostrof.
's avonds, 
jus d'orange,
't waait

Slide 19 - Slide


Maak een meervoud van de volgende woorden en gebruik een apostrof

oma     menu     ski

Slide 20 - Open question


Maak een verkorte vorm van de volgende woorden en gebruik een apostrof

zijn -  in de morgen  -   het    -  jus de orange

Slide 21 - Open question


Maak een verkleinwoord van de volgende woorden en letter en gebruik een apostrof

lolly      s        dvd      A3

Slide 22 - Open question



  • maken
     1. het opdrachtenblad;
     2. de zelftoetsen (online) van 7.2 en 9.2 spelling;
     3. oefen verder na de feedback van de zelftoetsen.

  • leren:
    1. de theorie van 2.2, 7.2 en 9.2

Morgen krijg je een oefentoets en vrijdag heb je de so



Huiswerk dinsdag

Slide 23 - Slide