Bij een klinkerbotsing (oo, aa, oe, ui) gebruik je een koppelteken:
auto-ongeluk, lente-ui, video-opname. Een klinkerbotsing is een botsing van twee klinkers die samen een klank in de Nederlandse taal vormen.
Slide 5 - Slide
Het koppelteken
Uitzonderingen
Je gebruikt een koppelteken als er in het samengestelde woord cijfers voorkomen.
bijvoorbeeld:
80-jarige, 70-plusser.
Slide 6 - Slide
Koppelteken
Je gebruikt een koppelteken als er in het samengestelde woord een afkorting voorkomt.
Bijvoorbeeld:
usb-stick, mbo-opleiding,
A5-formaat, Sint-Nicolaas
Slide 7 - Slide
Koppelteken
Je gebruikt een koppelteken bij aardrijkskundige namen.
Bijvoorbeeld: Zuid-Holland,
Zuid-Afrika, Noord-Italië,
's-Gravenhage & West-Amerika.
Slide 8 - Slide
Koppelteken
In samenstellingen die verkeerd gelezen kunnen worden, plaatsen we een koppelteken:
zo-even, stage-uren, radio-omroep, na-apen.
Slide 9 - Slide
Het trema
Slide 10 - Slide
Het trema
Het trema gebruik je bij meervouden van woorden op -ee of -ie
Als het enkelvoud eindigt op -ee, maak je het meervoud met -ën: idee --> ideeën / fee --> feeën / trofee --> trofeeën
Als het enkelvoud eindigt op -ie, maak je het meervoud met -ën of met -n. Dit is afhankelijk van de klemtoon: - als de klemtoon op -ie valt, dan voeg je -ën toe: theorie --> theorieën - als de klemtoon op een andere lettergreep valt, dan krijgt de laatste -e een trema en voeg je alleen -n toe: olie --> oliën
Slide 11 - Slide
Het trema
Het trema gebruik je bij een klinkerbotsing.
Hierbij kun je denken aan de klanken au, ou, oe, ei, ie, ui, eu,en ij.
Bijvoorbeeld:
- reunie --> reünie
- concierge --> conciërge
Zonder trema kun je het woord anders uitspreken.
Slide 12 - Slide
Aan de slag!
Maak opdrachten 1 t/m 5 van hoofdstuk 6, taalverzorging spelling op bladzijde 160-161.