woordsoorten benoemen

Je hebt uitleg gehad over de volgende woordsoorten: 
lidwoord
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
werkwoord
voorzetsel 
1 / 15
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Je hebt uitleg gehad over de volgende woordsoorten: 
lidwoord
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
werkwoord
voorzetsel 

Slide 1 - Slide

Kijk naar het onderstreepte woord
Ik heb EEN nieuwe fiets.
A
lidwoord
B
zelfstandig naamwoord
C
bijvoeglijk naamwoord
D
werkwoord

Slide 2 - Quiz

Kijk naar het onderstreepte woord
Ik heb een NIEUWE fiets.
A
lidwoord
B
zelfstandig naamwoord
C
bijvoeglijk naamwoord
D
werkwoord

Slide 3 - Quiz

Kijk naar het onderstreepte woord
Ik heb een nieuwe FIETS.
A
lidwoord
B
zelfstandig naamwoord
C
bijvoeglijk naamwoord
D
werkwoord

Slide 4 - Quiz

Kijk naar het onderstreepte woord
Ik HEB een nieuwe FIETS.
A
lidwoord
B
zelfstandig naamwoord
C
bijvoeglijk naamwoord
D
werkwoord

Slide 5 - Quiz

Kijk naar het onderstreepte woord

Hij zit de hele dag OP zijn telefoon.
A
voorzetsel
B
zelfstandig naamwoord
C
bijvoeglijk naamwoord
D
werkwoord

Slide 6 - Quiz

Kijk naar het onderstreepte woord

Hij ZIT de hele dag op zijn telefoon.
A
voorzetsel
B
zelfstandig naamwoord
C
bijvoeglijk naamwoord
D
werkwoord

Slide 7 - Quiz

Kijk naar het onderstreepte woord

Hij zit de HELE dag op zijn telefoon.
A
voorzetsel
B
zelfstandig naamwoord
C
bijvoeglijk naamwoord
D
werkwoord

Slide 8 - Quiz

Kijk naar het onderstreepte woord

Hij zit de hele DAG op zijn TELEFOON.
A
voorzetsel
B
zelfstandig naamwoord
C
bijvoeglijk naamwoord
D
werkwoord

Slide 9 - Quiz

Kijk naar het onderstreepte woord

In DE dierentuin zijn er een boel exotische beesten te zien.
A
lidwoord
B
zelfstandig naamwoord
C
bijvoeglijk naamwoord
D
werkwoord

Slide 10 - Quiz

Kijk naar het onderstreepte woord

In de DIERENTUIN zijn er een boel exotische beesten te zien.
A
lidwoord
B
zelfstandig naamwoord
C
bijvoeglijk naamwoord
D
werkwoord

Slide 11 - Quiz

Kijk naar het onderstreepte woord

In de dierentuin zijn er een boel EXOTISCHE beesten te zien.
A
lidwoord
B
zelfstandig naamwoord
C
bijvoeglijk naamwoord
D
werkwoord

Slide 12 - Quiz

Kijk naar het onderstreepte woord

In de dierentuin zijn er een boel exotische beesten te ZIEN.
A
lidwoord
B
zelfstandig naamwoord
C
bijvoeglijk naamwoord
D
werkwoord

Slide 13 - Quiz

Kijk naar het onderstreepte woord

In de dierentuin ZIJN er een boel exotische beesten te zien.
A
lidwoord
B
zelfstandig naamwoord
C
bijvoeglijk naamwoord
D
werkwoord

Slide 14 - Quiz

Ik ken alle vijf de woordsoorten.
A
nee
B
een beetje
C
de meeste wel
D
ik ken ze allemaal

Slide 15 - Quiz