This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
Wat is een nat product?
A
Hooi
B
Komkommer
C
Vlees
Slide 1 - Quiz
Wat is een droog product?
A
Brokken
B
Komkommer
C
Vlees
Slide 2 - Quiz
Wat is een half nat product?
A
Hooi
B
Komkommer
C
Vlees
Slide 3 - Quiz
Volgende vragen
Bij de volgende vragen moet je antwoord geven in grammen.
Slide 4 - Slide
Hoeveel gram DS zit er in een kilogram Klaver rode, hooi?
Slide 5 - Open question
Hoeveel gram DS zit er in een kilogram graszaadstro?
Slide 6 - Open question
Hoeveel gram DS zit er in een kilogram snijgraan, vers
Slide 7 - Open question
Hoeveel gram DS zit er in een kilogram winterpeen?
Slide 8 - Open question
Hoeveel gram DS zit er in een kilogram spinazie, vers?
Slide 9 - Open question
Hoeveel gram DS zit er in een kilogram tomaten, vers?
Slide 10 - Open question
Hoeveel gram DS zit er in een kilogram kaaswei, vers RE > 275 g/kg?
Slide 11 - Open question
Hoeveel gram DS zit er in een kilogram grashooi, goed?
Slide 12 - Open question
Hoeveel gram DS zit er in een kilogram komkommer, vers?
Slide 13 - Open question
Hoeveel gram DS zit er in een kilogram luzerne, kuil?
Slide 14 - Open question
Volgende vragen
Let op: bij de volgende vragen moet je het percentage invullen.
Je antwoord wordt alleen goed gerekend als je ook het % teken in je antwoord gebruikt.
Slide 15 - Slide
Hoeveel % DS zit er in erwten, droog?
Slide 16 - Open question
Hoeveel % DS zit er in melkpoeder, mager?
Slide 17 - Open question
Hoeveel % DS zit er in bloedmeel?
Slide 18 - Open question
Hoeveel % DS zit er in grashooi, matig?
Slide 19 - Open question
Hoeveel % DS zit er in Johannesbrood?
Slide 20 - Open question
Hoeveel % DS zit er in erwtenstro?
Slide 21 - Open question
Hoeveel % DS zit er in snijmaiskuil DS> 320 g/kg?
Slide 22 - Open question
Hoeveel % DS zit er in raapzaadschroot RE > 380 g/kg
Slide 23 - Open question
Hoeveel % DS zit er in gras, vers, juni, te laat?
Slide 24 - Open question
Hoeveel % DS zit er in aardappelsnippers, rauw?
Slide 25 - Open question
Volgende vragen
Bij de volgende vragen moet je zelf producten opzoeken in je tabellenboekje
Slide 26 - Slide
Zoek 4 voorbeelden van droge producten op in het tabellenboek. Een droog product heeft meer dan 80% droge stof.
Slide 27 - Open question
Zoek 4 voorbeelden van halfdroge producten op in het tabellenboek veevoeding. Een halfdroog product heeft een droge stof gehalte tussen de 30% en 80%.
Slide 28 - Open question
Zoek 4 voorbeelden van natte producten op in het tabellenboek veevoeding. Een nat product heeft een droge stof gehalte die lager is dan 30%
Slide 29 - Open question
Volgende vragen
Voor de volgende vragen heb je de theorie uit deze les nodig.
De hoeveelheid DS die een dier nodig heeft, is namelijk afhankelijk van meerdere factoren, zoals de diersoort, de leeftijd, de activiteit en de voersoort (herbivoor/carnivoor)
Slide 30 - Slide
Waarom krijgt een geit van 70 kg per dag meer DS dan een poema van 70 kg?
Slide 31 - Open question
Waarom krijgt een valkparkiet per dag meer DS dan een even grote torenvalk?
Slide 32 - Open question
Waarom krijgt een rijpaard van 600 kg. per dag minder DS dan een melkkoe van 600 kg?
Slide 33 - Open question
Wat is het verschil tussen onderhoudsvoer en productievoer?