Formatieve bespreking toets 3.1 en 3.2

Waarom was het voor de oude Grieken belangrijk om de Olympische Spelen te winnen?
A
Op deze manier brachten ze eer aan hun stadstaat en was je een echte held
B
Op deze manier konden ze de wereld laten zien dat ze de beste waren
C
Op deze manier konden ze veel prijsgeld winnen
D
Op deze manier durfden andere stadstaten hen niet aan te vallen
1 / 26
next
Slide 1: Quiz
Mens & MaatschappijMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Waarom was het voor de oude Grieken belangrijk om de Olympische Spelen te winnen?
A
Op deze manier brachten ze eer aan hun stadstaat en was je een echte held
B
Op deze manier konden ze de wereld laten zien dat ze de beste waren
C
Op deze manier konden ze veel prijsgeld winnen
D
Op deze manier durfden andere stadstaten hen niet aan te vallen

Slide 1 - Quiz

Er werd veel oorlog in het oude Griekenland gevoerd.
Stelling: de Olympische Spelen zorgden er voor dat er minder oorlog werd gevoerd.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 2 - Quiz

De olympische spelen werd eens in de ..... jaar gehouden
A
2
B
3
C
4
D
5

Slide 3 - Quiz

Vrouwen mochten niet meedoen met de Olympische Spelen. Hoe noem je dit?
A
logisch
B
vrijheid
C
gelijkheid
D
discriminatie

Slide 4 - Quiz

Griekse vrouwen werden in het oude Athene ook nog op een andere manier buitengesloten. Noem een voorbeeld

Slide 5 - Open question

Het oude Griekenland bestond uit allemaal kleine .......
A
steden
B
provincies
C
stadstaten
D
districten

Slide 6 - Quiz

Noem twee beroemde stadstaten uit het oude Griekenland

Slide 7 - Open question

Wie waren burgers in het oude Griekenland?
A
iedereen die in het oude Griekenland woonde
B
alle volwassen mannen en vrouwen
C
alle volwassen Griekse mannen die in vrijheid leefden
D
zowel kinderen als volwassen mannen en vrouwen

Slide 8 - Quiz

Niet iedereen had dezelfde rechten in het oude Griekenland. Wie hadden de minste rechten?
A
mannen
B
vrouwen
C
kinderen
D
slaven

Slide 9 - Quiz

Leg het begrip democratie uit

Slide 10 - Open question

De oude Grieken voelden zich met elkaar verbonden. Noem drie redenen waarom dit zo was.

Slide 11 - Open question

Noem twee gebouwen die je in een Griekse stadstaat kan aantreffen.

Slide 12 - Open question

Hoe noemen we de Romeinse grenzen?
A
natuurlijke grens
B
kunstmatige grens
C
limes
D
de muur van Hadrianus

Slide 13 - Quiz

Hoe noem je het geloof in 1 god?
A
polytheïsme
B
monotheïsme
C
christendom
D
boeddhisme

Slide 14 - Quiz

Hoe noem je het geloof in meerdere Goden?
A
polytheïsme
B
monotheïsme
C
islam
D
jodendom

Slide 15 - Quiz

Wat is een veto?

Slide 16 - Open question

Wat is een republiek?

Slide 17 - Open question

Het Romeinse Rijk heeft ongeveer drie bestuursvormen gehad. Een koninkrijk en daarna een republiek. Wat was de derde bestuursvorm?
A
Een democratie
B
Een keizerrijk
C
Een oligarchie
D
Een dictatuur

Slide 18 - Quiz

De Pax Romana was...
A
Een kast van de Romeinse keizer
B
de verspreiding van de Romeinse cultuur
C
De periode van vrede en rust in het Romeinse Rijk
D
Een Romeins betaalmiddel (munt)

Slide 19 - Quiz

De Griekse en Romeinse cultuur zijn vermengd met elkaar. Geef hier twee voorbeelden van.

Slide 20 - Open question

In Nederland werd de Romeinse cultuur verspreid. Hoe noem je dit?
A
monotheïsme
B
roma
C
staatsgodsdienst
D
romanisering

Slide 21 - Quiz

Geef een voorbeeld van cultuurverspreiding in onze huidige tijd.

Slide 22 - Open question

De muur van Hadrianus is een voorbeeld van een .......
A
kunstmatige grens
B
natuurlijke grens
C
romanisering
D
republiek

Slide 23 - Quiz

Keizer Vespasianus liet het Colosseum bouwen. Waarvoor diende dit gebouw?
A
voor theater
B
voor gladiatorenspelen
C
voor muziek
D
als woning voor de keizer

Slide 24 - Quiz

In het oude Rome werd vaak gezegd: 'geef het volk brood en spelen.' Wat wordt er bedoeld met deze uitspraak denk je?

Slide 25 - Open question

Christenen werden in het Romeinse Rijk lang vervolgd, maar dit veranderde in het jaartal 394. Wat gebeurde er?
A
In het Romeinse Rijk kreeg iedereen vrijheid van godsdienst
B
Alle christenen waren het Romeinse Rijk uitgejaagd en konden niet meer binnen komen
C
Het christendom werd de officiële staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk
D
De christenen werden bekeerd en geloofden nu in de Romeinse Goden.

Slide 26 - Quiz