2. Bespreek kort in tweetallen: Waar koop jij meestal je kleding? In een winkel of online? Waarom?3. Bekijk de Grammar van Unit 3: Welke grammaticale structuren helpen bij het stellen van vragen en het schrijven van een interviewverslag?
4. Lees de Vocabulary en Phrases: Noteer nuttige woorden en zinnen die je kunt gebruiken.