le 21 mars 2025

Check - in
Vertaal de signaalwoorden uit de tabel en geef aan welk verband het signaalwoord aangeeft.

Kies uit de volgende verbanden:
- tegenstelling
- gevolg
-  voorbeeld
- opsomming

timer
5:00
Signaalwoord FA
Signaalwoord NL
Verband
et 
donc
mais
par exemple
1 / 18
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Check - in
Vertaal de signaalwoorden uit de tabel en geef aan welk verband het signaalwoord aangeeft.

Kies uit de volgende verbanden:
- tegenstelling
- gevolg
-  voorbeeld
- opsomming

timer
5:00
Signaalwoord FA
Signaalwoord NL
Verband
et 
donc
mais
par exemple

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

les textes et les connecteurs
  • Connecteurs zijn verbindingswoorden (signaalwoorden/scharnierwoorden)
  • Ze geven verbanden/structuur aan in de tekst.
  • Bij een examentekst staan antwoorden vaak gelijk achter een 'connecteur'.
  • Daarom is het belangrijk om een connecteur altijd de arceren tijdens het lezen.
  • Ook een dubbele punt is een connecteur. Het heeft meestal als functie dat er voorbeelden of een opsomming gegeven worden. 
  • Leg een lijstje met connecteurs aan. Zet er ook bij welke functie ze hebben. 
  • Een complete lijst zet ik ook in learnbeat, maar die is erg lang en je zal niet alles nodig hebben.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Vertaal het woord dat in hoofdletters staat:
Ils sont riches et POURTANT ils ne veulent pas payer.

Slide 4 - Open question

This item has no instructions

Noteer zoveel mogelijk Franse structuurwoorden die een tegenstelling aangeven.

Slide 5 - Mind map

This item has no instructions

Welk woord hoort niet thuis in het volgende rijtje:
ENSUITE - D'ABORD - ALORS - FINALEMENT - AINSI - QUAND

Slide 6 - Open question

This item has no instructions

Wat betekent het woord in hoofdletters?
BREF, ce n'était pas une bonne idée.
A
kortom
B
dus
C
misschien
D
vooral

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

C'EST-À-DIRE betekent:
A
dat is te zeggen
B
zoals gezegd
C
dat wil zeggen

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

EN EFFET betekent
A
inderdaad
B
efficient
C
als effect

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

DÉSORMAIS betekent
A
jammer
B
voortaan
C
vroeger

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

welk woord heeft dezelfde betekenis als DIMINUER?
A
croitre
B
baisser
C
augmenter

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Compréhension Écrite: stratégies
Les connecteurs (niveau A2) / Les connecteurs (niveau B1-C2)

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Cherche les connecteurs.

Slide 13 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Cherche les connecteurs.

Slide 14 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Slide 15 - Link

This item has no instructions

q = [k] -> quatre
au = [o] -> l'eau
j = [zj] -> je
s aan het eind van een woord = niet uitspreken, tenzij gevolgd door een klinker
en, an en on = neusklanken, en klinken dus anders dan in het Nederlands
g
-> voor een i, e of y een [zj] (etalage),
-> anders  [k] (grand)
d of t aan het eind van een woord = niet uitspreken
-tion / -sion = scherpe s
ch = [sj] -> cher

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Prononciation: 
"Le chasseur sachant chasser sans son chien est un bon chasseur"

question
quatre
quand
aubergine
cadeau
l'eau
je
journal
les filles
les amis
entendre

girafe
géographie
goal
garage
grand
petit
méchant
sport
éducation
prononciation
chocolat
chien
chat
champagne

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

En nu?
4 havo: oefen je gemaakte zinnen van de tea-topics in de uitspraak
5 havo: we gaan gezamenlijk het uitgedeelde blad verder maken

Slide 18 - Slide

This item has no instructions