V3 WEEK 8 Chap. 5 Bron H (venir)

STARTKLAAR
- ga rustig op je vaste plek zitten.
- doe je jas uit.
- pak je etui en je boek.
- doe je tas op de grond.
- doe je telefoon in het ZAKKIE en doe je zakkie in je TAS.
- als de timer is afgelopen, stop je met praten en begint de les.


timer
3:00
1 / 23
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

STARTKLAAR
- ga rustig op je vaste plek zitten.
- doe je jas uit.
- pak je etui en je boek.
- doe je tas op de grond.
- doe je telefoon in het ZAKKIE en doe je zakkie in je TAS.
- als de timer is afgelopen, stop je met praten en begint de les.


timer
3:00

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
1. R Ik ken woorden die met eten en drinken te maken hebben.
2. Ik kan het werkwoord venir in de présent en de passé composé gebruiken.
*Leerdoelen zijn RTTI geformuleerd (in leerlingentaal).

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

déjeuner
manger / boire
la boisson
commander
je voudrais
le repas
l'entrée
le plat (du jour)
(à) midi
j'ai faim / soif
lunchen
eten / drinken
het drankje
bestellen
ik wil graag
de maaltijd
het voorgerecht
het gerecht / de daghap
(om) 12.00 uur 's middags
ik heb honger / dorst
week 5

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

les épices
chaque
le goût
comme
le yaourt
le pain
la viande
tout le monde
fameux

de kruiden
ieder(e)
de smaak
zoals
de joghurt
het brood
het vlees
iedereen
bekend / berucht
week 6

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Les mots de la semaine

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

le poulet
le jambon
le poisson
le fromage
le lait
le sucre
le poivre / le sel
la cuisine
l'assiette
la fourchette
le couteau
la cuillère

het kippevlees
de ham
de vis
de kaas
de melk
de suiker
het peper / het zout
de keuken
het bord
de vork
het mes
de lepel
week 7

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Les mots de la semaine

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Les épices
Chaque
Le gout
Comme
Le yaourt
Même
Propre
Le pain
La viande
Tout le monde
Fameux
Est né

de kruiden
iedere
de smaak
zoals
de joghurt
zelfs
schoon
het brood
het vlees
iedereen
beroemd
is geboren
week 8

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

venir = komen

Slide 11 - Slide

Het beste moet nog komen.
Dat is vandaag het werkwoord venir
Onregelmatig werkwoord

Venir
- is een onregelmatig werkwoord.
- wordt met être vervoegd in de passé composé

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Venir

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Je 
Tu
Il / elle / on
nous
vous
ils / elles
Le verbe venir - présent
viens
venez
viennent
viens
vient
venons

Slide 14 - Drag question

This item has no instructions

Le passé composé
je suis
tu es
il est
elle est
nous sommes
vous êtes
ils sont
elles sont
venu(e)(s)

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Nabespreking

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Begrippen uit deze les

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Begrippen uit deze les

Slide 20 - Slide

This item has no instructions


Schrijf 3 dingen op die
je deze les hebt geleerd

Slide 21 - Open question

This item has no instructions


Stel 1 vraag over iets dat je
deze les nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 22 - Open question

This item has no instructions

Instructie 
Chapitre 3
Bron B
ex. 8, 9a, 10ab

Slide 23 - Slide

This item has no instructions