Week 27 - toets Meer dan lezen en start werkwoordspelling

Week 27 - toets Meer dan lezen en start werkwoordspelling
1 / 32
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 1

This lesson contains 32 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Week 27 - toets Meer dan lezen en start werkwoordspelling

Slide 1 - Slide

Welkom th1a!
Telefoon thuis of in je kluis? Ga dan lekker zitten en leg klaar:

 - je schrift en pen;
  - je leesboek
 











maandag 30 september 2024
Maandag 3 maart 2025

Slide 2 - Slide

Planning van deze les :

  • Maken proefwerk Meer dan lezen, §3 en §4Taalvoutje van de week
  • Lezen in je leesboek

Slide 3 - Slide

Taalvoutje/woordgrap van de week

Slide 4 - Slide

Proefwerk maken
WAT?            Je maakt het proefwerk over cursus Meer dan lezen - §3 Hoofdgedachte en §4 Tekstdoelen en tekstsoorten.

HOE?
            Antwoorden invullen op je antwoordblad. 
                        Niet op je toets schrijven!
                        Geen vragen over de toets.
TIJD               45 minuten. 
KLAAR?        Ga lezen in je leesboek. Geen laptops!
                         



KLAAR?           


Slide 5 - Slide

Volgende les woensdag 5 maart
We gaan starten met werkwoordspelling. Daarvoor krijg je een entreetoets (geen cijfer).


Slide 6 - Slide

Welkom th1a!
Ga lekker zitten en pak je spullen: 
 - je schrift en pen;
  - je leesboek:
 - je leerwerkboek Nieuw Nederlands
 
Je laptop blijft nog dicht. 










maandag 30 september 2024
Woensdag 5 maart 2025

Slide 7 - Slide

Aan het einde van deze periode:
  • kan ik alle werkwoorden correct spellen.


Lesdoelen, aan het einde van deze les:
  • kan ik de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd correct spellen.
  • kan ik het verschil tussen een sterk en een zwak werkwoord benoemen.

Planning van deze les

  • Lezen in je leesboek
  • Introductie werkwoordspelling met entreetoets
  • korte pauze
  • theorie persoonsvorm spelling + sterke en zwakke werkwoorden
  • zelf aan de slag met werkwoordspelling

Slide 8 - Slide

Lezen in je leesboek
Je leest ongeveer 10 minuten in stilte.

Na afloop kun je een vraag krijgen over wat je gelezen hebt. 
timer
10:00

Slide 9 - Slide

Cursus 7 : Spelling werkwoorden
Komende weken doen we werkwoordspelling, §8 tot en met §13.
We sluiten het af met een s.o. Datum wordt nog bekendgemaakt.
We starten zo met een entreetoets. Dit is niet voor een cijfer!

Slide 10 - Slide

Entreetoets werkwoordspelling
WAT? Je maakt de entreetoets werkwoordspelling

HOE? Antwoorden invullen op de toets
                        
TIJD   15 minuten.
KLAAR? Kom het antwoordblad halen en kijk de toets zelf na. 
Daarna toets bij mij inleveren, antwoorden mag je houden.
timer
5:00

Slide 11 - Slide

Persoonsvorm tegenwoordige tijd (pvtt)
blz. 252 in Nieuw Nederlands
Wat is de persoonsvorm ook al weer?
Voorbeeld persoonsvorm in de tegenwoordige tijd?

Bij spelling van de persoonsvorm ga je uit van de ik-vorm, het woord dat in de tegenwoordige tijd achter ik komt te staan, bijvoorbeeld: ik fiets

Slide 12 - Slide

Persoonsvorm tegenwoordige tijd (pvtt)
Ik-vorm: ik loop -  loop jij? 
Ik-vorm + t: jij loopt - hij/zij loopt
Hele werkwoord: wij lopen - jullie lopen - zij lopen



Het schema werkwoordspelling vind je op blz. 229278.



Slide 13 - Slide

Goed of fout? (denk aan het werkwoord lopen)
  • Het gebeurd weer!
  • Wat vind je van Facebook?
  • Hij vind het maar stom.
  • Zij dromen van een wereldreis
  • Hij gamet zeker drie uur per dag.

Slide 14 - Slide

Zelf aan de slag
WAT?           Maak opdrachten 1 t/m 3 van §8 persoonvorm tt

HOE              In je boek of schrift: cursus 7 Spelling §8 Persoonsvorm                                             tegenwoordige tijd                      
HULP?         Lees de theorie blz. 238.
TIJD               5 minuten.
KLAAR?        Maak opdracht 4 van §8


KLAAR?           


timer
5:00

Slide 15 - Slide

Sterke en zwakke werkwoorden
Wat is het verschil tussen sterke en zwakke werkwoorden?
  • lopen - liepen       fietsen - fietsten   luisteren - luisterden

  • Sterke werkwoorden - veranderen in de verleden tijd van klank
  • Zwakke werkwoorden - veranderen in de verleden tijd niet van klank, maar eindigen op -de(n) of te(n).  '-> gebruik t sexy fokschaap

Slide 16 - Slide

't sexy fokschaap
Haal van het hele werkwoord -en af 
Zit de laatste letter in 't sexy fokschaap?

Ja! - schrijf dan te(n)
Nee! - schrijf dan de(n)


Slide 17 - Slide

Evaluatie
  • Ik kan de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd correct spellen.
  • Ik kan het verschil tussen een sterk en een zwak werkwoord benoemen.

Huiswerk voor donderdag 6 maart:
Entreetoets afmaken en meenemen.

Slide 18 - Slide

Welkom th1a!
Ga lekker zitten en pak je spullen: 
 - je schrift en pen;
  - je leesboek:
 - je leerwerkboek Nieuw Nederlands
 
Je laptop blijft nog dicht. 










maandag 30 september 2024
Donderdag 6 maart 2025

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Aan het einde van deze periode:
  • kan ik alle werkwoorden correct spellen.


Lesdoelen, aan het einde van deze les:
  • kan ik het verschil tussen een sterk en een zwak werkwoord benoemen.
  • kan ik zwakke werkwoorden in de verleden tijd spellen met behulp van 't sexy fokschaap.

Planning van deze les
  • Lezen in je leesboek
  • theorie persoonsvorm g + sterke en zwakke werkwoorden
  • zelf aan de slag met werkwoordspelling

Slide 21 - Slide

Lezen in je leesboek
Je leest ongeveer 10 minuten in stilte.

Na afloop kun je een vraag krijgen over wat je gelezen hebt. 
timer
10:00

Slide 22 - Slide

Cursus 7 : Spelling werkwoorden
Komende weken doen we werkwoordspelling, §8 tot en met §13.
We sluiten het af met een s.o. De datum wordt nog bekendgemaakt.

Slide 23 - Slide

§8 Persoonsvorm tegenwoordige tijd (pvtt)
Ik-vorm: ik loop -  loop jij? 
Ik-vorm + t: jij loopt - hij/zij /het loopt
Hele werkwoord: wij lopen - jullie lopen - zij lopen



Het schema werkwoordspelling vind je op blz. 278.



Slide 24 - Slide

§9 Sterke en zwakke werkwoorden
Wat is het verschil tussen sterke en zwakke werkwoorden?
  • lopen - liepen       fietsen - fietsten   luisteren - luisterden

  • Sterke werkwoorden - veranderen in de verleden tijd van klank
  • Zwakke werkwoorden - veranderen in de verleden tijd niet van klank, maar eindigen op -de(n) of te(n).  '-> gebruik t sexy fokschaap

Slide 25 - Slide

Huiswerk voor vandaag was: 
Entreetoets werkwoordspelling. Als je die gisteren al af had, dan had je geen huiswerk.
Steek je vinger op voor een antwoordblad. Ik kom langs en bekijk of je de toets af hebt.

timer
5:00

Slide 26 - Slide

't sexy fokschaap
Haal van het hele werkwoord -en af 
Is de laatste letter een medeklinker uit
't sexy fokschaap?

Ja! - schrijf dan te(n)
Nee! - schrijf dan de(n)


Slide 27 - Slide

§10 Persoonsvorm verleden tijd zwakke werkwoorden
Zwakke werkwoorden veranderen in de verleden tijd niet van klank: barst → barstte; durven → durfden.


Slide 28 - Slide

§10 Persoonsvorm verleden tijd zwakke werkwoorden
Aanpak als je twijfelt over -te(n) of -de(n)
  • Neem het hele werkwoord (floppen; lachen; weven; plagen).
  • Haal er -en van af: floppen – -en -> flopp; plagen – -en -> plag.
  • Is de laatste letter een t, x, f, k, s, ch of p (een medeklinker uit ’t sexy-fokschaap)? Schrijf dan na de ik-vorm -te(n): flopte(n); lachte(n).
  • Is de laatste letter een andere medeklinker? Schrijf dan na de ik-vorm -de(n): plaagde(n); weefde(n).

Slide 29 - Slide

Zelf aan de slag
WAT?           Maak opdracht 4 van §9 Sterke en zwakke werkwoorden
                      Maak opdracht 1 t/m 3 van §10 persoonsvorm verleden tijd zwakke                        werkwoorden.
HOE             In je boek of schrift: cursus 7 Spelling -  §9 en §10                      
HULP?        Lees de theorie blz. 240 en 242
TIJD            10 minuten.
KLAAR?     Maak opdracht 4 en 5 van §10


KLAAR?           


timer
10:00

Slide 30 - Slide

Evaluatie
  • Ik kan het verschil tussen een sterk en een zwak werkwoord benoemen.

Huiswerk voor maandag 10 maart:
Maak opdracht 1 t/m 5 van §10 persoonsvorm verleden tijd zwakke werkwoorden.

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide