Week 30 - werkwoordspelling

Week 30 - werkwoordspelling
1 / 45
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 1

This lesson contains 45 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 100 min

Items in this lesson

Week 30 - werkwoordspelling

Slide 1 - Slide

Welkom hv1a!
Ga lekker zitten en pak je spullen: 
 - je schrift en pen;
  - je leesboek:
 - je leerwerkboek Nieuw Nederlands
 
Je laptop blijft nog in je tas. 











maandag 30 september 2024
Maandag 24 maart 2025

Slide 2 - Slide

Aan het einde van deze les:
  • kun je de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd (pvtt) correct spellen.
  • De pvtt correct spellen als jij/je achter de pv staat



Planning van deze les :
 
  • lezen in je leesboek -  10 min
  • Taalvoutje
  • uitleg theorie persoonsvorm tegenwoordige tijd (pvtt)
  • opdrachten maken

Slide 3 - Slide

Lezen in je leesboek
Je leest 10 minuten in stilte.

Na afloop kun je een vraag krijgen over wat je gelezen hebt. 
timer
10:00

Slide 4 - Slide

Taalvoutje
  • Advocaten?
  • Juiste woord is..
  • Avocado's


Slide 5 - Slide

Cursus 7 Werkwoordspelling
Komende weken doen we werkwoordspelling, §7 t/m 12 van cursus 7
Je leert over:
  •  persoonsvorm tegenwoordige tijd 
  • zwakke werkwoorden 
  • sterke werkwoorden, 
  • voltooid en onvoltooid deelwoord
  • werkwoordsvormen en werkwoordstijden
We ronden het over twee weken af met een toets. Nog niet in Magister.

Slide 6 - Slide

Persoonsvorm tegenwoordige tijd (pvtt)
blz. 252 in Nieuw Nederlands
Wat is de persoonsvorm ook al weer?
  • Voorbeeld persoonsvorm in de tegenwoordige tijd?
  • Bij spelling van de persoonsvorm ga je uit van de ik-vorm, het woord dat in de tegenwoordige tijd achter ik komt te staan, bijvoorbeeld: ik fiets, ik slaap, ik lach

Slide 7 - Slide

Persoonsvorm tegenwoordige tijd (pvtt)
Hoe vind je de ik-vorm?
  • Haal van het hele werkwoord de laatste twee letters (en) weg. 
  • Bijvoorbeeld: werken -> werk,           groeien -> groei
  • Soms moet je een letter toevoegen of weglaten
  • laden -> laad, boffen -> bof
  • Soms verandert een v in een f of een z in een s,
    geloven -> geloof         verhuizen -> verhuis

Slide 8 - Slide

Persoonsvorm tegenwoordige tijd (pvtt)
drie vormen:
  1. Enkelvoud-ik-vorm  ik loop/ loop ik/ loop je/jij?
    Maar: loopt je vader?
  2. Enkelvoud  - ik-vorm + t  jij /u loopt - hij/zij/het loopt, loopt hij? 
  3. Meervoud - hele werkwoord wij lopen - jullie lopen - zij lopen

Het schema werkwoordspelling vind je op blz. 290.
Gebruik het woord lopen als trucje als je twijfelt over de spelling.


Slide 9 - Slide

Goed of fout? (denk aan het werkwoord lopen)
  • Het gebeurd weer!
  • Wat vind je van Facebook?
  • Tim vind het maar stom.
  • Paul en Gerda dromen van een wereldreis
  • Hij gamet zeker vijf uur per dag.
  • U rendt nog hard voor een oude man!

Slide 10 - Slide

Zelf aan de slag
WAT?           Maak opdrachten 1 t/m 6 van §7 pvtt

HOE              Op je laptop of in je boek of schrift: cursus 7 Spelling §7                                                Persoonsvorm tegenwoordige tijd  / blz. 252                    
HULP?         Lees de theorie blz. 252
TIJD              10 minuten.
KLAAR?        Maak opdracht 7, 8B en 9B van §7


KLAAR?           


timer
10:00

Slide 11 - Slide

Evaluatie
  • Ik kan de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd (pvtt) correct spellen.
  • Ik kan de pvtt correct spellen als jij/je achter de pv staat.

Volgende les maandag 24 20 maart:
Huiswerk: 
  • entreetoets is af en neem je mee naar de les
  • opdrachten 1 t/m 6 van cursus Spelling - §7 persoonsvorm tegenwoordige tijd (pvtt) af

Slide 12 - Slide

Welkom hv1a!
Ga lekker zitten en pak je spullen: 
 - je schrift en pen;
  - je leesboek:
 - je leerwerkboek Nieuw Nederlands
 
Je laptop blijft nog in je tas. 











maandag 30 september 2024
Woensdag 26 maart 2025

Slide 13 - Slide

Aan het einde van deze les:
  • kun je het verschil tussen zwakke en sterke werkwoorden benoemen.
  • Kun je de pv van zwakke werkwoorden in de vt correct spellen met behulp van 't sexy fokschaap/ 't ex-kofschip.

Planning van deze les :
 
  • lezen in je leesboek -  10 min
  • huiswerk bespreken
  • uitleg theorie persoonsvorm verleden tijd van zwakke werkwoorden
  • quiz 

Slide 14 - Slide

Lezen in je leesboek
Je leest 10 minuten in stilte.

Na afloop kun je een vraag krijgen over wat je gelezen hebt. 
timer
6:00

Slide 15 - Slide

Cursus 7 Werkwoordspelling
Komende weken doen we werkwoordspelling, §7 t/m 12 van cursus 7
Je leert over:
  •  §7 persoonsvorm tegenwoordige tijd 
  • §8 zwakke werkwoorden  - vandaag
  • §9 sterke werkwoorden, 
  • §10 voltooid en onvoltooid deelwoord
  • §11 werkwoordsvormen en werkwoordstijden
We ronden het over twee weken af met een toets. Nog niet in Magister.

Slide 16 - Slide

Herhaling §7 persoonsvorm tegenwoordige tijd (pvtt)
blz. 252 in Nieuw Nederlands

  • Bij spelling van de persoonsvorm ga je uit van de ik-vorm, het woord dat in de tegenwoordige tijd achter ik komt te staan, bijvoorbeeld: ik fiets, ik slaap, ik lach

Slide 17 - Slide

Herhaling §7 Persoonsvorm tegenwoordige tijd (pvtt)
Hoe vind je de ik-vorm?
  • Haal van het hele werkwoord de laatste twee letters (en) weg. 
  • Bijvoorbeeld: werken -> werk,           groeien -> groei
  • Soms moet je een letter toevoegen of weglaten
  • laden -> laad, boffen -> bof
  • Soms verandert een v in een f of een z in een s,
    geloven -> geloof         verhuizen -> verhuis

Slide 18 - Slide

Herhaling §7 Persoonsvorm tegenwoordige tijd (pvtt)
drie vormen:
  1. Enkelvoud-ik-vorm  ik loop/ loop ik/ loop je/jij?
    Maar: loopt je vader?
  2. Enkelvoud  - ik-vorm + t  jij /u loopt - hij/zij/het loopt, loopt hij? 
  3. Meervoud - hele werkwoord wij lopen - jullie lopen - zij lopen

Het schema werkwoordspelling vind je op blz. 290.
Gebruik het woord lopen als trucje als je twijfelt over de spelling.


Slide 19 - Slide

Huiswerk voor vandaag was:
Maak opdrachten 1 t/m 5 van cursus 7 Spelling §7 Persoonsvorm tegenwoordige tijd / blz. 252.

Slide 20 - Slide

§8 Persoonsvorm verleden tijd van zwakke werkwoorden
Er zijn sterke en zwakke werkwoorden. De meeste werkwoorden zijn zwak.

  • Bij zwakke werkwoorden verandert de pv in de verleden tijd niet van klank,
    maar krijgt te(n) of de(n) op het eind.
    (ik  werk -> ik werkte, zij halen -> zij haalden, het gebeurt -> het gebeurde)

  • Bij sterke werkwoorden verandert de pv in de verleden tijd wel van klank.
      (ik loop -> ik liep,  ik kies - > ik koos).
    Hierover later meer in §9 

Slide 21 - Slide

§8 Persoonsvorm verleden tijd (pvvt) van zwakke werkwoorden



Zo schrijf je de pv vt van zwakke werkwoorden:
  • Enkelvoud: ik-vorm tt + de of te: ik beweerde, jij danste, hij berichtte.
  • Meervoud: ik-vorm tt + den of ten: wij beweerden, jullie dansten, zij berichtten.

Hoe bepaal je of er de(n) of te(n) achter de ik-vorm komt?

Slide 22 - Slide

Aanpak als je twijfelt over -te(n) of -de(n): 
Gebruik als trucje 't sexy fokschaap, in dat woord zitten de medeklinkers 
 t, x, f, k, s, ch en p. 
  • Neem het hele werkwoord  en haal en van af:
    bijvoorbeeld bij floppen – -en -> flopp; plagen – -en -> plag.
  • Is de laatste letter een t, x, f, k, s, ch of p  Schrijf dan na de ik-vorm -te(n): flopte(n); lachte(n).
  • Is de laatste letter anders? Schrijf dan na de ik-vorm -de(n): plaagde(n); weefde(n).

Slide 23 - Slide

't Sexy fokschaap
Aanpak als je twijfelt over -te(n) of -de(n):

Haal van het hele werkwoord -en af 
Is de laatste letter een medeklinker uit
't sexy fokschaap?    tsxfkschp

Ja! - schrijf dan te(n)
Nee! - schrijf dan de(n)


Slide 24 - Slide

Korte quiz!

Slide 25 - Slide

Sterk of zwak?

DENKEN
A
Sterk werkwoord
B
Zwak werkwoord

Slide 26 - Quiz

tennissen
A
Sterk werkwoord
B
Zwak werkwoord

Slide 27 - Quiz

Welk woord is hier de persoonsvorm?
De hond wordt door de buurman uitgelaten.

Slide 28 - Open question

kleven (vt)
Nog altijd […] de kauwgom aan mijn schoen.

Slide 29 - Open question

Faxen (vt)
De meeste bedrijven [...] niet meer met hun klanten.

Slide 30 - Open question

Sterk of zwak?

BIJTEN
A
sterk
B
zwak

Slide 31 - Quiz

Sterk of zwak?
verhuizen
A
sterk
B
zwak

Slide 32 - Quiz

Wij verhui....... (vt) vroeger met regelmaat.

Slide 33 - Open question

Evaluatie
  • Ik kan de persoonsvorm van zwakke werkwoorden in de verleden tijd spellen met behulp van 't sexy fokschaap.I

Huiswerk voor donderdag 27 maart
Maak opdrachten 1 t/m 5 van cursus 7 Spelling, §8 persoonsvorm verleden tijd zwakke werkwoorden.
M

Slide 34 - Slide

Welkom hv1a!
Ga lekker zitten en pak je spullen: 
 - je schrift en pen;
  - je leesboek:
 - je leerwerkboek Nieuw Nederlands
 
Je laptop blijft nog in je tas. 











maandag 30 september 2024
Maandag 31 maart 2025

Slide 35 - Slide

Aan het einde van deze les:
  • kun je het verschil tussen zwakke en sterke werkwoorden benoemen.
  • Kun je de pv van zwakke werkwoorden in de vt correct spellen met behulp van 't sexy fokschaap/ 't ex-kofschip.
  • kun je de pv van sterke werkwoorden in de verleden tijd correct spellen.

Planning van deze les :
 
  • lezen in je leesboek -  10 min
  • Taalvoutje van de week
  • huiswerk bespreken
  • uitleg theorie persoonsvorm verleden tijd van sterke werkwoorden
  • samen opdrachten maken

Slide 36 - Slide

Lezen in je leesboek
Je leest 10 minuten in stilte.

Na afloop kun je een vraag krijgen over wat je gelezen hebt. 
timer
6:00

Slide 37 - Slide

Taalvoutje van de week
Ik. snap. er heel veel. van. 

Slide 38 - Slide

Cursus 7 Werkwoordspelling

  •  §7 persoonsvorm tegenwoordige tijd 
  • §8 zwakke werkwoorden   vandaag herhaling
  • §9 sterke werkwoorden - vandaag uitleg
  • §10 voltooid en onvoltooid deelwoord
  • §11 werkwoordsvormen en werkwoordstijden

We ronden het over twee weken af met een toets. Nog niet in Magister.

Slide 39 - Slide

Herhaling Persoonsvorm verleden tijd van zwakke werkwoorden
  • Bij zwakke werkwoorden verandert de pv in de verleden tijd niet van klank,
    maar krijgt te(n) of de(n) op het eind.
    (ik  werk -> ik werkte, zij halen -> zij haalden, het gebeurt -> het gebeurde)

Zo schrijf je de pv vt van zwakke werkwoorden:
  • Enkelvoud: ik-vorm tt + de of te: ik beweerde, jij danste, hij berichtte.
  • Meervoud: ik-vorm tt + den of ten: wij beweerden, jullie dansten, zij berichtten.

Hoe bepaal je of er de(n) of te(n) achter de ik-vorm komt?

Slide 40 - Slide

Trucje: 't sexy fokschaap
Aanpak als je twijfelt over -te(n) of
-de(n):

Haal van het hele werkwoord -en af 
Is de laatste letter een medeklinker uit
't sexy fokschaap?    tsxfkschp

Ja! - schrijf dan te(n)
Nee! - schrijf dan de(n)


Slide 41 - Slide

§9 Persoonsvorm verleden tijd sterke werkwoorden
  • - Het werkwoord verandert van klank in de verleden tijd.
  • - Je schrijft wat je hoort.

Voorbeelden sterke werkwoorden:
  • Vliegen - Vlogen
  • Lopen - Liepen
  • Roepen - riepen

Slide 42 - Slide

§9 Persoonsvorm (pv) verleden tijd sterke werkwoorden
Schrijf je een -d of -t?
Kijk naar het meervoud
Meervoud: reden -> enkelvoud: reed
Meervoud bonden -> enkelvoud: bond
Meervoud: beten - > enkelvoud: beet

Let op: een pv in de verleden tijd eindigt nooit op dt

Slide 43 - Slide

Samen aan de slag
WAT?           Maak opdrachten 1 t/m 3 van §9 pv vt sterke werkwoorden
HOE              Op je laptop of in je boek of schrift: cursus 7 Spelling §9                                                Persoonsvorm verleden tijd sterke werkwoorden / blz. 256                   
HULP?         Lees de theorie blz. 256
TIJD              5 minuten. Daarna klassikaal bespreken
KLAAR?        Maak opdracht 4  van  §9


KLAAR?           


timer
5:00

Slide 44 - Slide

Evaluatie
Lesdoelen:
  • Je kunt het verschil tussen zwakke en sterke werkwoorden benoemen.
  • Je kunt de pv van zwakke werkwoorden in de vt correct spellen met behulp van 't sexy fokschaap/ 't ex-kofschip. Je kunt de pv van sterke werkwoorden in de vt correct spellen.
Volgende les maandag 31 maart
Huiswerk: Maak opdrachten 1 t/m 3 van cursus 7 -§9 pv vt sterke werkwoorden
§10 Voltooid en onvoltooid deelwoord

Slide 45 - Slide