Chapter 4 - Going Green afsluitende presentatie

Welcome T3
Tuesday April 2nd
1 / 29
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 3

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Welcome T3
Tuesday April 2nd

Slide 1 - Slide

Chapter 4 - Going Green
Lesson aim: revision of your grammar ->
I know how to use the reflexive and reciprocal pronouns and I know all about the conditionals.

Grammar 10 A - reflexive pronoun
Grammar 10 B - each other (reciprocal pronoun)
Grammar 11 - if vs. when 
Grammar 12 - conditionals 

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Reflexive pronouns & each other
We gebruiken each other als 2 of meer mensen hetzelfde doen tegen of naar elkaar. 

Ava & Patrick are mad at each other
They love each other

Slide 4 - Slide

each other
Je gebruikt 'each other' als je het hebt over twee of meer personen of dingen die op elkaar gericht zijn. 

He likes her and she likes him. → They like each other.
Peter and Mary are looking at each other.
Rachael and Chris are talking to each other.

Slide 5 - Slide

reflexive pronouns
I                            - myself
he                        - himself
her                      - herself
it                          - itself
you (singular) - yourself
we                       - ourselves
you (plural)     -  yourselves
they                    - themselves

Slide 6 - Slide

If vs When
If = something could possibly happen

When = someting is definitely going to happen!

Slide 7 - Slide

conditionals
Conditionals zijn voorwaardelijke zinnen.
Die maak je altijd met het woordje 'if' en zijn dus onzeker,
ze geven een voorwaarde aan.

Slide 8 - Slide

Conditionals
zero, first en second
zero: if it rains, the streets become wet.
         (2x teg. tijd)
         feit

first: If I feed my cat, it will stop meowing.
      (1x teg. tijd en 1x will + hele ww)
      voorspelling van iets wat waarschijnlijk gaat gebeuren.

second: If I had a dog, I would be happy.
            ( 1x verleden tijden 1x would + hele ww)
            deze situatie is (nog) niet echt. 

Slide 9 - Slide

  • 0 conditional
  • 1st conditional
  • 2nd conditional
  • 3rd conditional

Slide 10 - Slide

zero conditional gebruik je bij...
A
Feiten, algemene informatie en waarheden
B
Mogelijke en waarschijnlijke situaties
C
Onmogelijke situatiesin het nu en onwaarschijnlijk in de toekomst
D
Situaties vonden niet plaats, zijn hypothetisch

Slide 11 - Quiz

first conditional gebruik je bij...
A
Feiten, algemene informatie en waarheden
B
Mogelijke en waarschijnlijke situaties
C
Onmogelijke situatiesin het nu en onwaarschijnlijk in de toekomst
D
Situaties vonden niet plaats, zijn hypothetisch

Slide 12 - Quiz

second conditional gebruik je bij...
A
Zeer onwaarschijnlijke situaties in de toekomst
B
Mogelijke en waarschijnlijke situaties
C
Feiten en waarheden
D
Situaties vonden niet plaats, zijn hypothetisch

Slide 13 - Quiz


Je maakt de zero conditional met:
A
'if' + present simple + will/won't + hele werkwoord
B
'if' + past simple + would/wouldn't + hele werkwoord
C
'if' + present simple + present simple
D
'if' + past simple + present simple

Slide 14 - Quiz


Je maakt de first conditional met:
A
'if' + present simple + will/won't + hele werkwoord
B
'if' + past simple + would/wouldn't + hele werkwoord
C
'if' + present simple + past simple
D
'if' + past simple + present simple

Slide 15 - Quiz

De 'First Conditionals' zijn zinnen met:
A
If
B
When
C
Then
D
But

Slide 16 - Quiz


Je maakt de second conditional met:
A
'if' + present simple / will/won't + hele werkwoord
B
'if' + past simple / would/wouldn't + hele werkwoord
C
'if' + present simple / past simple
D
'if' + past simple / present simple

Slide 17 - Quiz

zero conditional gebruik je bij...
A
Feiten en waarheden
B
Mogelijke en waarschijnlijke situaties
C
Onwaarschijnlijke situaties in de toekomst
D
Situaties vonden niet plaats, zijn hypothetisch

Slide 18 - Quiz

If the girl ....... she’ll need a life-jacket.
A
sails
B
goes sailing
C
went sailing

Slide 19 - Quiz

I.........it, if I write this down .
A
remember
B
would remember
C
will remember

Slide 20 - Quiz

If I had the money, I ................these expensive jeans.
A
would buy
B
will buy
C
buy

Slide 21 - Quiz

I will let you know ....... I am ready.
A
when
B
if

Slide 22 - Quiz

Will your boss be angry if Sue ........... to work late again?
A
came
B
will come
C
comes

Slide 23 - Quiz

now some vocab

Slide 24 - Slide

Sunlight, wind, rain, and waves are examples of .......... energy.
A
biodegradable
B
renewable

Slide 25 - Quiz

Farms are usually in .......... areas, far away from cities.
A
rural
B
regular

Slide 26 - Quiz

I’m having lots of ........ today; happy one moment and angry the next.
A
mood swings
B
imagination

Slide 27 - Quiz

They .... class today.

A
disappeared
B
disrupted

Slide 28 - Quiz

work online / unit 4
  • Study the vocabulary, stones and grammar using 'slim stampen'.

  • Do the 'test yourself' online. The computer will review your answers and tell you what to practice some more.

  • Haven't finished your exercises of unit 4 in your book yet? :
    5, 6, 7, 8, 10, 11, 12, 13, 14, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 28, 29, 31, 32, 33, 42, 43, 44, 45, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 54, 55, 56 & 57.
 

Slide 29 - Slide