UL 5.2 + 5.3 (en/of) 5.4 het zenuwstelsel 1m/h

Alleen een markeerstift op tafel
  • Kijk zelf na of er goed is nagekeken.
  • Lees de vraag en je antwoord als je een vraag dus fout had. 
  • het ik iets fout gerekend, wat wel goed is, omcirkel dan jouw antwoord. 
1 / 52
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 1

This lesson contains 52 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Alleen een markeerstift op tafel
  • Kijk zelf na of er goed is nagekeken.
  • Lees de vraag en je antwoord als je een vraag dus fout had. 
  • het ik iets fout gerekend, wat wel goed is, omcirkel dan jouw antwoord. 

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Open je boek op blz. 82

Maak een begrippenlijst;
van alle blauwe woorden van blz. 82 + 83 
(op een los blad/in een schrift)
timer
5:00

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Basisstof 1 Je omgeving waarnemen

zintuig; een orgaan dat op prikkels reageert
 
prikkel; een invloed uit de omgeving op een organisme

zintuigcellen; cellen in de zintuigen die zijn aangesloten op zenuwen

impuls; elektrisch signaal dat van de zintuigen door zenuwen naar de hersenen wordt geleid

zintuigstelsel; alle zintuigen samen

warmtezintuigen; reageren wanneer de huid in aanraking komt met iets wat warmer is dan de huid

koudezintuigen; reageren wanneer de huid in aanraking komt met iets wat kouder is dan de huid

drukzintuigen; reageren wanneer er op de huid wordt gedrukt

tastzintuigen; reageren op lichte aanrakingen

pijnpunt; uiteinde van bepaalde zenuwen waarmee je pijn waarneemt

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Boek voor nu dicht op tafel

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Planning
  • openingsopdracht = 5.1 afronden   
  • Leerdoelen + uitleg 5.2 ?
  • opdrachten maken 5.2
  • Leerdoelen + uitleg 5.3
  • Leerdoelen + uitleg 5.4
  • Huiswerk opgeven + daar alvast mee starten

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Maak nu in je boek 
op blz. 92 t/m 97

van 5.2 opdracht 1 t/m 4 + 6 t/m 8
(waarvan 1 in je werkboek inkleuren)






timer
10:00

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

leerdoelen 5.2
  • Ik kan de bouw en functies van de huid beschrijven.
  • Ik kan benoemen hoe je verschillende geuren ruikt.
  • Ik kan benoemen hoe je verschillende smaken proeft.  

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

De opperhuid
De huid bestaat uit 2 lagen:
de opperhuid en de lederhuid.

De opperhuid zelf bestaat ook weer uit 2 delen:
  • Hoornlaag
  • Kiemlaag

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Hoornlaag:
  • Hoornlaag de bestaat uit resten van dode cellen.
  • De hoornlaag beschermt tegen beschadiging en uitdroging, ziekteverwekkers.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Kiemlaag:
  • De kiemlaag bestaat uit levende cellen.
  • De onderste laag cellen van de kiemlaag deelt zicht voortdurend.
  • Daardoor komen er steeds nieuwe kiemlaagcellen bij.
  • De bovenste kiemlaagcellen schuiven op naar buiten en verhoornen.  Dat wil zeggen dat ze hoornstof aanmaken. 
  • Hoornstof komt ook voor in nagels en haren.  Als de cellen zijn verhoornd, sterven ze af. 

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

  • In de lederhuid liggen de warmte-, koude-, druk- en tastzintuigen.

  • Daarin liggen de tastzintuigen net onder de kiemlaag in de lederhuid.

  • De drukzintuigen liggen dieper in de lederhuid. 

In de lederhuid liggen:
  • haarzakjes
  • zintuigen
  • bloedvaten
  • zweetklieren
Onder lederhuid: onderhuidsbindweefsel

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

In de lederhuid, maar ook nog in de kiemlaag liggen pijnpunten. 
In de lederhuid liggen:
  • haarzakjes
  • zintuigen
  • bloedvaten
  • zweetklieren
Onder lederhuid: onderhuidsbindweefsel

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Lederhuid
Haarzakjes 
Waaruit haren groeien. 
Aan elk haar zit een spiertje.

Talgkliertjes 
Die maken talg. Talg is vettig en houdt zo de haren en de hoornlaag soepel.

Zweetkliertjes 
Die produceren zweet. Door verdamping van zweet koelt je lichaam af. 

Zintuigen 
Waarmee je de omgeving waarneemt

Bloedvaatjes 
Die de huid voorzien van stoffen 

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Zintuigen in je huid
Warmtezintuigen reageren als je huid iets aanraakt dat warmer is dan je huid.
Koudezintuigen reageren als je huid iets aanraakt dat kouder is dan je huid.
Drukzintuigen reageren als er op je huid wordt gedrukt.
Tastzintuigen reageren op een lichte aanraking van je huid.
Pijnpunten nemen pijn waar.

Slide 14 - Slide

Met je tastzintuigen kun je waarnemen hoe voorwerpen aanvoelen, bijvoorbeeld glad, ruw, hard of zacht. De tastzintuigen liggen in tastknopjes.
Onderhuids bindweefsel;
Hierin ligt vet opgeslagen dat dient als reservevoedsel
Het vet vormt ook een isolerende laag, die warmteverlies van het lichaam tegengaat.  


Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Brandwonden

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Een brandwond is een beschadiging van de huid die wordt veroorzaakt door warmte, een chemische stof of elektriciteit.

Op de plaats van een brandwond is de huid stuk en is de dus geen bescherming meer.  Bacteriën kunnen dan gemakkelijk binnendringen, waardoor een infectie kan ontstaan. 

Ook verlies je meer vocht en warmte.

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Reukzintuig in je neus.
  • Boven in je neusholte bevindt zich het reukzintuig.
  • De reukzintuigcellen liggen in het neusslijmvlies.

  • Ze worden geprikkeld als er geurende gassen bij komen en sturen dan impulsen naar de hersenen.

  • De meeste geuren bestaan uit verschillende geurstoffen. 
  • In de neusholte liggen verschillende typen reukzintuigcellen.
  • Elk type is gevoelig voor een bepaalde geurstof. 

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

proeven
In  het oppervlak van de tong bevindt zich 
het smaakzintuig.

Over je tong lopen veel fijne groefjes. 
Aan de zijkanten van die groefjes. 
In de smaakknopjes liggen smaakzintuigcellen. 

De smaakzintuigcellen in de tong kunnen 5 verschillende smaken onderscheiden: zoet, zout, zuur bitter en umami (´hartig´). 

Voor elk van deze 5 smaken zijn er aparte smaakknopjes. 

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Maak nu in je boek 
op blz. 92 t/m 97

van 5.2 opdracht 1 t/m 4 + 6 t/m 8
(waarvan 1 in je werkboek inkleuren)






timer
10:00

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

5.3

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
Ik kan uitleggen hoe het gehoor- en gezichtszintuig werken.
  • Ik kan de delen van het oor benoemen met hun functie.
  • Ik kan de bouw en de werking van het oog beschrijven.

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Slide 24 - Video

This item has no instructions

het oor 

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Het Oog (buitenkant)

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Het Oog (binnenkant)

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Pupilreflex
Buurman of buurvrouw sluit de ogen voor 5 seconden.
De ander kijkt goed naar de ogen.
Open je ogen. Let op de pupillen!

Wissel om!

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

  • Bij zwak licht wordt de pupil juist groter. 
  • Bij veel licht wordt de pupil klein. 



Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Werking van ogen
Lichtstralen gaan eerst door de lens. De lens kan boller en platter worden. Op die manier zorgt de lens ervoor dat de lichtstralen precies op de gele vlek vallen. Je ziet dan scherp. De lens keert het beeld ook om, maar dat wordt weer ´rechtgezet' door je hersenen. 

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Bijziend / Verziend
Bijziend -> ziet goed dichtbij;
Ooglens te bol of oogbol te lang

Verziend -> ziet goed verweg;
Ooglens te plat of oogbol te kort

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Slide 32 - Video

This item has no instructions

Ga nu aan de slag met het maken van:
Maak online van thema 5
 - van basisstof 5.3 opdracht 1 t/m 5 + 7 + 8 + 9AB (blz. 102 t/m 108)
Let op; in je werkboek moet je inkleuren 1b + 2b (samen 3 tekeningen!)



Bekijk dit filmpje als je afwezig was tijdens de uitleg (X) of als je 5.3 moeilijk vindt; https://www.youtube.com/watch?v=JzKoldVkIFQ&list=PLr1tx9agautFk9ERSWim57BNugXbeI63P&index=3
timer
10:00

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Boek dicht op je tafel

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen 5.4
  1. Ik kan de bouw en functies van het zenuwstelsel beschrijven.
  2. Ik kan de bouw van zenuwcellen en zenuwen beschrijven.

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Bouw zenuwstelsel

  • Centrale zenuwstelsel (CZ):      hersenen en ruggenmerg.

  • Zenuwen:
    Verbinden CZ met alle lichaamsdelen.

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Het ruggenmerg bestaat uit zenuwen

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Werking zenuwstelsel

- Even bedenktijd............

- Wat zie je hier gebeuren en hoe lopen de prikkels/ impulsen enz.



Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Werking zenuwstelsel

  1. Zintuigen vangen de prikkels op.
  2. Zintuigcellen zetten deze om in impulsen. 
  3. Impulsen gaan via de zenuwen naar het ruggenmerg.

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Werking zenuwstelsel
4. Impulsen gaan via het ruggenmerg naar de hersenen.
5. De hersenen verwerken de impulsen wat zorgt voor bewustzijn.

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Werking zenuwstelsel
6.  Nieuwe impulsen gaan via de zenuwen naar de spieren en klieren.
7. De spieren en klieren zorgen voor bepaalde reactie. 
(bewegen en speeksel maken)

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

Het zenuwstelsel heeft dus 2 functies:

  • verwerken van de impulsen die van de zintuigen af komen
  • regelen van de werking van spieren en klieren

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Zenuwcellen
Het zenuwstelsel bevat miljoenen  zenuwcellen. 

Elke zenuwcel is opgebouwd uit een cellichaam en uitlopers

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Zenuwen
In het lichaam wordt nooit één impuls via één uitloper naar het CZ of naar een spier of klier geleid. 
In werkelijkheid worden via duizenden uitlopers tegelijk impulsen geleid. 

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

Zenuwen
De uitlopers liggen bij elkaar in een zenuw. Elke uitloper in een zenuw is omgeven door een dun laagje. Dat laagje isoleert de uitlopers van elkaar. Om de zenuw heen ligt ook weer een stevige laag die bescherming biedt. 

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

Ga aan de slag met het maken van:
Maak van thema 5 - 
  • Maak online van basisstof 5.3 opdracht 1 t/m 5 + 7 + 8 + 9AB 
  • Maak in je werkboek van 5.4 - opdracht 1  + 5  EN
  • Maak online van 5.4 - opdracht 2+3+4+6+7+8 


Wat niet af is, wordt automatisch huiswerk voor volgende les!

Slide 46 - Slide

This item has no instructions

Wat is het verschil tussen een prikkel en
een impuls?
timer
2:30

Slide 47 - Open question

This item has no instructions

Wat is het verschil tussen iets horen/zien
en iets waarnemen?
timer
3:00

Slide 48 - Open question

This item has no instructions

Hoe heten de verschillende lagen
van de huid?
timer
2:30

Slide 49 - Open question

This item has no instructions

Welke route legt het geluid af totdat het een impuls wordt?

Slide 50 - Open question

This item has no instructions

Wat is de functie van het netvlies?
A
Het oog voorzien van voedingsstoffen
B
Het licht omzetten in een impuls
C
Zorgen dat je scherp ziet
D
De impulsen vervoeren naar de hersenen?

Slide 51 - Quiz

This item has no instructions

Jan-Klaas zit altijd achterin de klas, maar hij kan het bord niet goed zien? Hij gaat naar de opticien om zijn ogen op te laten meten. Wat zal de opticien tegen hem zeggen en hem adviseren?

Slide 52 - Open question

This item has no instructions