Pincode KB2 H2 Par 2

Pincode KB2 H1 Par 2

Herhaling paragraaf 1

Beantwoord de volgende vragen.

  • 1) Wat is een ander woord voor basisbehoeften?
  • 2) Wat is een ander woord oor luxe behoeften?
  • 3) Wat zijn de drie middelen?
  • 4) Waarom zijn middelen schaars?
  • 5) Wat is consumeren?
  • 6) Wat is welvaart? 
1 / 29
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Pincode KB2 H1 Par 2

Herhaling paragraaf 1

Beantwoord de volgende vragen.

  • 1) Wat is een ander woord voor basisbehoeften?
  • 2) Wat is een ander woord oor luxe behoeften?
  • 3) Wat zijn de drie middelen?
  • 4) Waarom zijn middelen schaars?
  • 5) Wat is consumeren?
  • 6) Wat is welvaart? 

Slide 1 - Slide

Paragraaf 2 Wat kun je kopen?


Middelen zijn schaars, je hebt er nooit genoeg van om alles te kopen. Je zult keuzes moeten maken.

De keuze wordt beinvloed door de prijs en de kwaliteit van de goederen.

De consument wordt beinvloed door:

Vrienden en familie, dit is sociale beinvloeding.

Verkopers en fabrikanten (makers van producten), dit is commerciele beinvloeding.


Waar mensen hun geld aan uitgeven noemen we het bestedingspatroon.


Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Keuzes maken

Keuzes maken hoort bij het omgaan met geld.

Als je alleen woont, moet je soms pijnlijke keuzes maken want meestal heb je niet genoeg geld om alles te kopen.

Veel behoeften (wensen) en te weinig middelen (geld,tijd en bezittingen).

Hoe kun je nu weten welke keuzes je het beste kunt maken als je alleen woont?

Slide 4 - Slide

Belangrijk bij keuzes maken

Consumenten vinden de prijs-kwaliteit verhouding belangrijk.

Bij een hoge prijs verwacht je een hoge kwaliteit.

Bij een lage prijs verwacht je een mindere kwaliteit.

Het kan zo zijn dat een goedkoop product goede kwaliteit heeft maar meestal is dat niet zo.

Producten met een hoge prijs hebben meestal een hoge kwaliteit maar dat is niet altijd zo.

Slide 5 - Slide

Het NIBUD (Nederlands instituut voor budgetvoorlichting) is een organisatie die mensen helpt met het omgaan met geld.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Slide 8 - Link

Slide 9 - Link

Vragen paragraaf 2
  • 17) a) alcoholische dranken, kleding en schoenen en computerspullen
  • 17b) oranje
  • 17c) Zowel de jongens en de meisjes geven het meeste geld uit aan kleding en schoenen. Meisjes geven minder geld uit aan telefoneren dan jongens. Zowel jongens als meisjes geven minder geld uit aan verzorging dan aan uitgaan.

Slide 10 - Slide

Vraag 18

Eigen antwoord waarin de volgende woorden terug komen:

ervaring en zelf betaald.

Slide 11 - Slide

Vraag 20
  • oranje lijn: de cola
  • witte lijn: melk
  • blauwe lijn: shoarma



Slide 12 - Slide

vraag 21


Als jouw ouders je proberen te overtuigen dat je geen snoep moet kopen, dan is dat een vorm van sociale beinvloeding.

Vrienden die jou proberen over te halen snoep te kopen, doen aan sociale beinvloeding.

Een poster van een snoepend meisje naast de snoepautomaat is een voorbeeld van commerciele beinvloeding.

Slide 13 - Slide

Heeft iemand vragen over paragraaf 1 of 2?

Slide 14 - Mind map

Welk woord komt op de puntjes?
Geld, bezittingen en tijd zijn voorbeelden van.........

Slide 15 - Open question

Welk woord komt op de puntjes?
Kun je in veel behoeften voorzien dan is je ......... groot

Slide 16 - Open question

Welk woord komt op de puntjes?
In de ......... bestudeer je mensen en hun keuzes

Slide 17 - Open question

Geef een omschrijving van secundaire behoeften.
Geef antwoord in een hele zin waarbij je een gedeelte van de vraag herhaalt.

Slide 18 - Open question

Welke stelling is juist?
Stelling 1: Als je je niets aantrekt van de reclame, is er sociale beïnvloeding.
Stelling 2: Commerciële beïnvloedingen sociale beïnvloeding kunnen invloed hebben op jouw besluit om iets te kopen.
A
geen van beide is juist
B
alleen stelling 1 is juist
C
Alleen stelling 2 is juist
D
Beide stellingen zijn juist

Slide 19 - Quiz

Welk belangrijk onderwerp van economie is in dit hoofdstuk aan de orde? Kies het BESTE antwoord.
A
consumenten
B
geld
C
huishoudkunde
D
keuzes maken

Slide 20 - Quiz

Bij welke van onderstaande producten zijn jongeren een belangrijke doelgroep?
A
Bos bloemen
B
Brood
C
Frisdrank
D
Krant

Slide 21 - Quiz

Een groep consumenten waar een bedrijf de reclame op richt heet:
A
De consumentengroep
B
De consumentenorganisatie
C
De doelgroep
D
De geschillencommissie

Slide 22 - Quiz

Behoeften verdeel je in
A
Primaire en basis behoeften
B
Primaire en secundaire behoeften
C
Luxe en secundaire behoeften

Slide 23 - Quiz

Economie gaat over het vervullen van behoeften. Welke producten horen bij de primaire behoeften?
A
Mobiele telefoon
B
Brood
C
Vakantie
D
Auto

Slide 24 - Quiz

In welk rijtje staan alleen primaire behoeften
A
Eten, drinken, voetbal
B
Frites met, milkshake, winterjas
C
Eten, drinken, winterjas
D
Eten, vakantie, iPhone X

Slide 25 - Quiz

Wat is waar?
A
Basisbehoefte is een ander woord voor secundaire behoefte.
B
Een mooie villa is een goed voorbeeld van een primaire behoefte.
C
Behoeften van mensen veranderen omdat er steeds nieuwe producten komen.
D
Je hebt meer behoeften dan je kunt vervullen, je moet keuzes maken.

Slide 26 - Quiz

EEN VERGELIJKEND WARENONDERZOEK IS EEN ONDERZOEK NAAR:
A
VERSCHILLENDE PRODUCTEN
B
DEZELFDE SOORT PRODUCTEN

Slide 27 - Quiz

EEN VERGELIJKEND WARENONDERZOEK MAAKT RECLAME VOOR EEN PRODUCT
A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 28 - Quiz

als je moeder zegt dat je met "die broek het huis niet meer in komt", dan spreken we van
A
sociale beïnvloeding
B
kindermishandeling
C
commerciële beïnvloeding
D
vergelijkend warenonderzoek

Slide 29 - Quiz